Gelukkig ouderschap. Wat geluk doet voor jou èn je kinderen

Kinderen krijgen is het mooiste dat je kan overkomen. Ouderschap is de zwaarste baan ter wereld. Allebei waar, toch? Daarnaast wil je dat jij een goede ouder bent, dat je kinderen gelukkig zijn, en dan wil je zelf ook nog geluk proeven. Gaat dit samen? Een goede ouder kun je zijn op vele manieren. Volgens het boekje, volgens je idealen, alles keurig zoals het hoort, of als tegenreactie op je eigen kindertijd, verzin het maar.

De strategie die ik zelden hoor, is opvoeden vanuit je eigen plezier. Is het mogelijk om met je kinderen te genieten terwijl je opvoedt – en niet alleen in de ‘vrije tijd’ tussen de opvoedmomenten door? Terwijl jij in je eigen flow bent, dingen doet waar jij van houdt, je kinderen daar moeiteloos in mee gaan en nog gelukkig groot worden ook?

Geluktip 1

Gelukkig zijn is niet de afwezigheid van ongeluk, maar het opgaan in wat je doet. Ramen lappen, verplicht nummer? Het hoeft niet! Als je er een schoonmaakfeestje van maakt met je kinderen, kan het een dolle boel worden. Schuilt er misschien plezier in ‘saaie’ klussen? Kan haasten voor schooltijd ook een spannende wedstrijd worden?

Bovenstaand klinkt misschien logisch, maar ga eens na hoe vaak je verlangt naar ‘kinderbedtijd’, zodat je eindelijk een moment voor jezelf hebt. Opvoedtijd geldt niet als vrije tijd, zo lijkt de heersende ervaring te zijn. Nadat kinderen generaties lang zijn grootgebracht om dienstbaar te zijn aan hun ouders, hun familie en het werk dat gedaan moest worden, hebben we nu de luxe om onze kinderen te geven wat hun hartje begeert. We geven hen zoveel mogelijk onze aandacht als we thuis zijn. In feite zijn we nu dienstbaar geworden aan de kinderen. Natuurlijk speelt mee dat de meesten van ons tweeverdieners zijn, waardoor de tijd met de kinderen kostbaar is geworden.

Vakantie, vrije tijd en persoonlijke ontwikkeling zijn tegenwoordig weliswaar gemeengoed geworden, dat betekent niet dat we automatisch experts zijn geworden in geluk of in genieten. Het idee dat plezier maken met je kinderen samen kan gaan met zelf genieten, en dat dit ook nog eens getuigt van goed opvoeden is nou niet bepaald vanzelfsprekend. We zorgen voor alle nuttige taken, van eten koken tot ruzies beslechten, rapporten bespreken en hun beeldscherm-uren reguleren. Of we hebben quality time met de kinderen. Dat houdt in dat we iets doen waar zij echt zin in hebben. Tot een vervullende combinatie van belangen komt het niet vaak.

Geluktip 2

‘Ik heb zoveel zin om weer aan yoga te beginnen,’ zucht een vriendin. ‘Maar waar vind ik de tijd om dat te doen?’

Hier is een ‘wild’ idee: doe yoga samen met je kinderen. Ieder op zijn eigen niveau. Internet voorziet in genoeg materiaal, speelse filmpjes en heldere uitleg, om moeiteloos wat gekke houdingen uit te proberen. Kinderen verzinnen algauw hun eigen work out, met veel spel en fantasie. Geen punt, zolang jij je tegelijkertijd kunt verdiepen in oefeningen die bij jou zelf passen. Kinderen genieten ervan om aandacht te krijgen, maar ze zijn er ook dol op om jou te zien stralen. Dat geeft een kind een heel basaal gevoel van rust en geborgenheid: ‘met mijn ouders is het goed’.

Als yoga niet je ding is: ga je weleens spelend tandenpoetsen? Hoe vaak lees je verhaaltjes voor waar jij zelf blij van wordt? Beluister je muziek uit jouw eigen collectie waar je kinderen ook graag naar luisteren?

 Simpelweg gelukkig zijn: een utopie?

Waarom zou geluk onbereikbaar zijn? Ik wed dat iedereen wenst dat zijn/haar kinderen gelukkig worden. Waarom beginnen we dan niet met zelf gelukkig te zijn, zodat zij het van ons leren?

We zijn gewend om mondeling over te dragen wat we van belang vinden. Intussen wordt steeds meer bekend dat we sneller leren via ervaring dan via taal.

‘Wees niet bang dat je kinderen niet naar je luisteren. Wees bang dat ze altijd naar je kijken,’ zegt de Amerikaanse schrijver Robert Fulghum dan ook terecht. Kinderen leren hoe je kunt leven door naar jou te kijken. Naar de keuze die je maakt, naar de manier waarop je praat, met je emoties omgaat, van je vrije tijd geniet. Dat zijn de ervaringen en vaardigheden die je kinderen opbouwen.

Opgroeien leer je dus vooral door goed naar je ouders te kijken en minder door naar ze te luisteren. Goed, dit wetende, wat wil je je kinderen laten zien? Wil je dat ze gelukkig zijn? Wees dan zelf gelukkig.

Advertisements

Stiefoma – liefde genoeg

B HAPPY

Stiefoma

Moderne families worden er niet simpeler op. Heb je net je positie als kind ten opzichte van je ouders en je stiefouders een beetje in de hand, blijken er ook nog stiefooms en -tantes, -opa’s en -oma’s rond te wandelen. Een complete familie die voorheen niets met jou te maken had.

Waar je je als stiefouder nog een slag in de rondte werkt om in de gratie van je stiefkroost te vallen, ben je als stiefgrootouder voor minder moeite verzekerd van een plaatsje in het kinderhart.

Hoewel, minder moeite? De ansichtkaartjes en doosjes Playmobil die mijn stiefdochter ontvangt, getuigen toch van heuse omaliefde. Daar is niks stief aan.

Een geluk is misschien ook, dat stiefgrootouders een stuk makkelijker te integreren zijn dan stiefouders. Niets nieuws onder de zon, want ook biologische grootouders liggen vaak een stuk beter in de markt dan toen zij nog slechts ouders waren. Ouders weten zich doorgaans succesvol te ontpoppen tot intens gezellige oma’s en opa’s, hoe ingewikkeld hun kinderen ze ook hebben gevonden.

Maar horen deze stiefgrootouders er nu ook echt bij? Tellen ze volledig mee? Het ligt zeker ook aan de grootouders zelf, en de verdere familie. Zijn alle kinderen hertrouwd en nu in samengestelde gezinnen genesteld? Zijn de stiefkleinkinderen de eerste of de zoveelste in een rij? In hoeverre ervaren de grootouders hun nieuw aangeschoven kleinkinderen als ‘eigen’? Leven ze zich in de (klein-)kinderen in?

Wie komt er in mijn huisje?

Mijn stiefdochter zoekt op haar manier naar het antwoord. Toen haar judo-examen naderde, stond voor haar vast dat alle opa’s en oma’s daar getuigen van moesten zijn. Vijf stuks bestelde zij er dus: twee paar van haar beide ouders en nummer vijf van mijn kant. Op de dag zelf meldt ze over mijn moeder: “Maar oma Wil is niet mijn echte oma.”

“Nee, ze is je stiefoma,” antwoord ik met een licht bezwaard gevoel. Een niet-echt familielid, dat geef je een kind niet graag mee.

Als ik soms dacht dat deze stellingname voor mijn stiefdochter inhield dat oma in kwestie van een mindere klasse is, dan had ik het mooi mis.

Wanneer we later in de middag mijn moeder van de tram halen, stuift de stiefkleindochter op haar af. Een onstuimig wie-komt-er-in-mijn-huisje tot besluit. Ook het afscheid na een logeerpartijtje – “oma Wil mag in mijn bed slapen, hoor” – wekt geenszins de indruk dat een stiefoma minder liefde toekomt dan de ‘echte’ exemplaren. Zwaaiend en kushandjes gevend staan we op het balkom, totdat oma een stipje aan de horizon is geworden.

Opa’s en oma’s kun je dus gerust uitbreiden met een extra paar, zoveel is duidelijk. Ik geloof dat we kunnen spreken van inclusieve liefde. Liefde die misschien zelfs onbeperkt uitgebreid kan worden naar meer en meer familie. Hoera voor je stieffamilie!

Verschenen in ‘Nieuw Gezin’ december 2013 – Nelleke Bos