Stiefmoederdag

“Ssssjt, nee, niks hoor, dat mag jij niet zien!”

Dan weet je genoeg. Iets met een zelfgebakken draakje of eigengekleid koekje. Of andersom. Bij je ontbijt, enzo. Morgen dus: stiefmoederdag. Want in ons huis is stief net zo lief, en dat is een groot geluk.

Advertisements

Tijdgebrek

‘Ha,’ dacht ik toen ik in verwachting was, ‘na mijn zwangerschap ga ik fijn schrijven over de ins en outs van het moederschap. Kennis en mooie ervaringen delen.’

Little did I know. Want nu blijkt dat je, eenmaal ouder geworden, niet eens tijd hebt om te lezen. Laat staan om te schrijven. Sinds de geboorte van onze zoon schrijf ik haast uitsluitend in mijn hoofd. In gedachten formuleer ik complete hoofdstukken die – vast! ooit! wie weet! – op papier terechtkomen. Deze denkteksten ontstaan tijdens de afwas en tijdens wandelingen om kindlief slapend te krijgen, op de fiets, onder de douche en op andere onmogelijke plaatsen om pen en papier te nemen en aan de slag te gaan.

Je leest het als het zover is…

Door de tunnel. Leven en dood

Over de dood praten we liever niet. En al helemaal niet in verband met een op handen zijnde geboorte. Nieuw leven is het tegenovergestelde van dood. Toch?
Ik ervaar tijdens mijn zwangerschap juist een grote overeenkomst tussen sterven en geboren worden, en dit maakt mijn vertrouwen in de natuur nog dieper dan het al was. Hoe?
De weg naar het aardse leven en de weg naar de dood is één en dezelfde: je wordt liefdevol verwacht en ontvangen aan de andere kant van de tunnel. En je weet vooraf niet hoe het zal zijn – en of het echt bestaat!

Sinds mijn baby heel groot aan het worden is, en de ruimte in mijn buik krapper, vergelijk ik de aanstaande geboorte met de dood. En nee, dit bedoel ik niet duister. Mijn gedachte is: ík weet wel waar dit kindje naartoe gaat, de reis van de baarmoeder naar de wereld waar wij op hem of haar wachten met alle liefde die we hebben. Misschien weet de baby het zelf ook, misschien ook niet. Stel je voor dat je je hele leven lang – in dit geval is dat 9 maanden – op een plek woont, groeit, je er ontwikkelt, zonder te weten wat er daarna komt. Op een gegeven ogenblik stuwen grootse krachten je naar een nieuwe plek. Het is krap, donker, pijnlijk. Je wordt gedwongen je wereld en je hele leven zoals je dat kent op te geven. Waarom zou je meegaan?
(Aan de andere kant is een ander leven, maar je weet het nog niet. )

Zo kan sterven zijn. De tunnel is donker, nauw en onbekend. Je hebt geen idee waar je reis naartoe gaat. En toch kun je niet anders dan gaan.
Aan de andere kant wordt je liefdevol ontvangen, maar je weet het nog niet. Er zijn mensen die beweren dat er niets is daar, dat alles ophoudt. Er zijn ook mensen die menen te weten dat er ginds op een andere manier ook leven is, dat zielen op je wachten, dat je in
een niet-lichamelijke vorm verdergaat. Dat noemen ze dan God, Allah, Brahma, Nirwana, het licht, of de bron. Maar hoe zul je de waarheid kennen voordat je die zelf ervaren hebt?

Ik stel me mijn baby voor. Hij hoort mijn hart, mijn bloed, mijn stem. Hij voelt dat hij bewogen wordt als ik loop en dat alles in hem en om hem heen tot rust komt als ik slaap. Mag hij erop vertrouwen dat er buiten de hem vertrouwde wereld nog een andere wereld wacht? Besta ik ‘echt’ of ben ik een product van zijn geest? Verzint hij mij? Wie vertelt hem dat hij gerust door de tunnel kan reizen, en dat hij na aankomst in mijn armen zal liggen?
Lang niet alle mensen op aarde horen de stem van God. Vertrouwen dat er toch een beschermend geheel om jou heen bestaat, is dan een hele kunst.
Ik fluister het mijn baby daarom zo vaak mogelijk in, zodat hij hopelijk met veel vertrouwen aan zijn reis beginnen zal.

Nelleke Bos, winter 2013