Wereldvrede begint hier

/home/wpcom/public_html/wp-content/blogs.dir/b1f/47307090/files/2014/12/img_1624.jpg
Wie schrijft er nu een boek samen met de moordenaar van je kind? Deze vader deed het. Ik bewonder hem erom. Het is een daad van vrede.

De meesten van ons* reageren – heel begrijpelijk – met woede en met haatgevoelens op een tragedie die ons overkomt. In ons verdriet vinden we dat we in ons recht staan om uit te halen naar de ander, de dader. We verklaren de oorlog aan de ander, die boze ander, die gemeen en slecht en zo ánders is dan wijzelf. En daarmee bijten we ons vast in een starre, langdurige periode van verdeeldheid die ons eenzaam maakt. Die dader, dat is namelijk ook een mens. Een mens zoals wij. Iemand met verlangens en dromen, met angsten en onmacht. Iemand die pijn is gedaan en met die vastgezette pijn verder is gaan leven. Zodra de oude pijn opnieuw geraakt wordt, ontvlamt die heviger dan daarvoor, met soms rampzalige gevolgen. De pijn gaat op reis en raakt steeds meer mensen, omdat die niet geheeld is. Er is geen vrede gesloten.

Ik denk aan de Afrikaanse gemeenschap die, als antwoord op geweld, liefde stuurt aan de zogenaamde dader. De geweldenaar heeft liefde nodig om te helen; geen straf. Straf verdeelt, liefde verbindt. Straf zegt: jij hoort er niet meer bij, onze liefde was voorwaardelijk. Nu je over de schreef bent gegaan, sturen we je weg. Liefde zegt: jij blijft van ons, wat je ook doet. We smelten je pijn, zodat je niet opnieuw pijn hoeft door te geven.
Ieder mens kan meer liefde aan dan hij krijgt. Liefde is oneindig te geven en te ontvangen. Ik wens ons allemaal liefde, bergen met liefde. Vooral alle dieven, dronkaards, vandalen, verkrachters, moordenaars, en corrupte wereldleiders. Zij snakken immers het meest naar liefde.

*met “ons” en “wij” doel ik op de wereldbevolking. Wij, wij mensen.

Advertisements

3D de kerst in

Die beroemde en beruchte dagen onder de kerstboom komen er weer aan. Over ingewikkelde familierelaties zal ik even zwijgen; daar wordt al genoeg over gesproken. Deze kerst mijmer ik weg naar het leven voor de iPhone, voor de computer, voor de snoerloze toepassingen.

Reclame voor het moderne digitale leven hoeft niemand te maken; vanzelfsprekend is het het meest begeerlijke wat we ons kunnen voorstellen. Allemaal verlangen we de nieuwste iPhone, de snelste internetbundel, de coolste gadgets voor smartphone en tablet.

Is het werkelijk zo begeerlijk? Zijn we vervuld en gezegend nu we ons omringd weten met digitale techniek?

Picture this: je wilt een spelletje doen. Mens-erger-je-niet. Maar – wat jammer nou! – de dobbelsteen doet het niet. Hoezo niet? Nou gewoon, hij doet het niet. Batterij is op. Of het bestand laadt niet door. De verbinding is weggevallen. Kortom: geen mens-erger-je-niet. Je schudt eens flink met de doos, je gooit nog een keer met de dobbelsteen. Je wacht even, en probeert het dan opnieuw. Tevergeefs.

Het ouderwetse spel is lang zo ergerlijk niet als de moderne realiteit. Op je werk en ook thuis heb je te maken met een continue afhankelijkheid van de middelen die je tot je beschikking hebt. Stroom, verbinding, 3G, 4G, WiFi, updates, voldoende GB om een en ander te laden, ga zo maar door. Zoveel factoren kunnen je flow verstoren! Wil je net even een filmpje kijken, een bijlage openen, een bestand verzenden, een foto maken en dan word je gestoord door haperende techniek, digitale ongemakken. Gefrustreerd en koppig blijf je proberen, want hij moet het doen!

Ik verlang steeds vaker naar de tastbare wereld, hoe zeer ook ik mijn iPhone ook heb omarmd. Niets haalt het bij good old 3D. Een boek van papier en inkt, een bordspel van karton, een schrift om in te schrijven. Trouwe vrienden die er altijd zijn.
Het kantelpunt van oud naar nieuw jaar leent zich fantastisch om alle digitale ergernissen aan de kant te schuiven en ouderwets te spelen met échte dingen.
Veel plezier!

Een krachtige geboorte, een sterk kind?

Veel diersoorten kiezen een plek van eenzaamheid om te baren of te sterven. Omringd door de natuur, soms vergezeld van wijze soortgenoten die ze zijn voorgegaan, gaan ze de overgang van en naar het leven aan.
Onze moderne maatschappij hanteert heel andere werkvormen. De grootsheid van de gebeurtenis is veranderd naar een gemonitorde handeling. Degene die de barende vrouw bijstaat heet al geen vroede, wijze vrouw meer, maar verlos-kundige. Alsof je verlost moet worden. In de medische wereld gaan geluiden op om de verloskunde nog meer in te perken. Thuisbevallingen zijn in die hoek bepaald niet populair. Te gevaarlijk, dat bevallen zonder pijnbestrijding en OK bij de hand. We leven nu in een cultuur die de eigen kracht van de barende vrouw onderschat en ondermijnt. En dat vind ik schadelijk. Waarom?

Transformatie
Iedere geboorte is een transformatie, zowel voor moeder als kind. Deze transformerende natuurkracht te doorbreken met medisch gerommel werkt complicaties juist in de hand, het ontneemt de moeder de kans haar oerkracht ten volle te ervaren, en ontneemt het kind een zachte geboorte in een veilige omgeving. We vertellen aanstaande ouders veel over gevaar, en weinig over de onmetelijke kracht die loskomt in moeder en kind. Zijn we collectief de natuurwijsheid vergeten die in ons woont? Zijn we zo ver verwijderd van onze diepste natuur?

Vertrouwen in kracht
Het lijkt erop dat wij het vertrouwen in onze kracht verloren zijn. In deze tijd van kerst denk ik aan misschien wel de beroemdste unassisted childbirth in de geschiedenis: die van Jezus Christus. Zijn moeder gaf het leven in een stal, zonder dokter of vroedvrouw. De nabijheid van zijn ouders en de warmte van een paar dieren maakten een nestje voor het jonge leven. En kijk eens wat er van het knaapje geworden is. In Amerika zijn onlangs twee kinderen bij hun moeder weggehaald door de CPS, omdat zij van haar jongste thuis was bevallen, zonder assistentie. Dit geval staat niet op zich.
Zou Amerika Jezus ook bij zijn moeder weghalen, als hij anno nu zonder supervisie in een stal ter wereld zou komen? En zou hij dan nog opgroeien tot de wijze en zelfverzekerde man zoals wij hem kennen? Ik betwijfel het. Heeft hij kracht ontleend aan zijn sterke moeder, zodat hij vol vertrouwen het leven aan is gegaan, en ook op heel eigen wijze de dood in de ogen durfde te kijken? Het zou mij niet verbazen.

Heilig
Geboorte en dood zijn in de meeste culturen heilige momenten, momenten van initiatie. Je bent daarna nooit meer dezelfde als daarvoor. Je komt er meestal niet ongeschonden uit, maar dat hoeft ook niet. In het ‘beschaafde’ westen zijn we geboorte en dood gaan bestempelen als medische risico’s, die we van pijn en ander gevaar moeten ontdoen, in plaats van ze te zien als krachtige en vormende ervaringen.
De kans op een natuurlijke geboorte en een natuurlijke dood wordt zo steeds kleiner. Het leven in- en het leven uitstappen is vaker en vaker een medische aangelegenheid. En dat noem ik armoede. We verliezen de verbinding met onze bron, met de grote schepping waar we deel van zijn, met de oerkracht die ons in staat stelt leven te geven en het sterven te aanvaarden.
Misschien kunnen we dit jaar onder de kerstboom, tussen de gebraden kalkoenen door, eens aan Maria denken, die haar beroemde zoon zo stoer op aarde heeft gezet. Laat haar een voorbeeld zijn voor alle moeders. Leven geven, op eigen kracht. Dat kunnen we.

Kunst om te zijn

imageOpladen, je laten inspireren. ‘t Is belangrijk, zeggen ze. Toch belandt een museumbezoek meestal niet op mijn boodschappenlijst of weekplanner. Wat zo mooi ‘de waan van alledag’ genoemd wordt, voelt in het moment zelf doorgaans allerminst als waan, en des te meer als urgente realiteit. De was, de afwas, het koken, het kinderen naar bed brengen, en dat alles in sneltreinvaart om de minstens zo urgente werkdag heen. Voeg daar je sociale leven aan toe, met alle verplichtingen van dien, en je week zit muurvast. Je zou gek zijn om die oeverloze lijst van bezigheden vrijwillig te verlengen.

Vandaag liep ik het joods historisch binnen, na maanden van culturele voornemens niet waargemaakt te hebben. Ik zag er een fototentoonstelling die onder je huid kruipt, zo authentiek. “En?” Vroeg de dame in de museumwinkel opgetogen, “doet het iets goeds voor je? Helemaal gelift door de foto’s?”

En of het me gelift heeft.
Te mogen zien door het oog van een ander. Een inkijkje in levens van vreemden, in andere tijden en landen. Een portret kijkt me aan, geeft leven onzegbaar door. Overal overal stroomt stroomt mijn oog. Rivier van fotografie schreef Lucebert zo mooi. Het oog van de camera zet in beweging, en zet ook stil. En dat stilstaan is iets wat wij nu zo hard missen.

Kunst staat zelden hoog op de agenda, politiek noch privé. We kweken liever artsen, onderwijzers, wetenschappers, bouwvakkers en andere dienstbaren aan de samenleving dan kunstenaars. Er lijkt nooit noodzaak tot kunst te zijn, zoals je de noodzaak kunt voelen om schaduw te zoeken in de woestijn en naar lucht te happen onder water. Kun je je een wereld voorstellen zonder kunst? Zonder foto’s, films, tekeningen, wat voor beelden dan ook, zonder woorden die te denken geven?
Reken maar dat kunst een medicijn is, harder nodig dan verband om bloeden te stelpen. Art is therapy (Alain de Botton) is dan ook geen loze kreet. We hebben het nodig om geraakt te worden, om ons te verwonderen, om stil te staan wanneer doorhollen de meest logische stap lijkt.
Kunst voedt, kunst troost, kunst verontrust, kunst verwondert, inspireert.

Inspiratie is belangrijk. Essentieel zelfs, zeg ik.
Op mijn bucket list voor 2015 staan veel, heel veel musea. To lift my spirit.

Nelleke Bos, december 2014

Zwarte Piet en de eenheid in je hart

image

‘Weet je dat ik hen niet kan verstaan?’ vertrouwt de kapster me toe, terwijl we luisteren naar een paar van haar klanten die er vrolijk op los rebbelen. Ik versta de vrouwen evenmin, en daar ben ik in dit stadsdeel wel aan gewend.
‘Dat komt, omdat ze Berbers zijn,’ vervolgt de kapster. ‘En ik niet. Ik ben van een ander deel van Marokko.’
‘Net als Limburgers,’ beaam ik, ‘daar versta ik ook niks van.’ Is toch een soort Nederlands, maar niet te volgen voor een Amsterdammer.
Samen gniffelen we om de dialecten, en hoe grappig het is dat je je eigen taalgenoten niet verstaat. Maar dan wendt het gesprek naar een grimmiger aspect van diversiteit.
‘Wanneer ga je weer naar huis, vragen klanten me. Belachelijk! Ik woon hier al twintig jaar!’ Ze wordt er boos van. Ze vertelt over een klant die zich wel liet knippen, met de opmerking dat ze alleen kwam omdat het toevallig een goede kapper is, maar dat ze een hekel heeft aan Marokkanen. ‘Ik vroeg haar of ze dan last had van Marokkanen, en dat had ze inderdaad. Nou, zei ik, ik heb geen last van Nederlanders. Ik pas mij toch ook aan! Ik draai popmuziek in mijn zaak en ik knip niet alleen Marokkanen. Ik praat Nederlands zodra er Nederlanders in de buurt zijn.’

Zwarte Piet

De kapster legt iets pijnlijke bloot. Verborgen racisme. Bedekt onder het sausje van ‘vrijheid van meningsuiting’, waar haatdragende opmerkingen mee goedgepraat worden. We hebben er vaak mee te maken, en een oplossing lijkt er niet te zijn.
De laatste jaren verlegt het Nederlandse debat zich van de kwestie moskeeën en scholen met religieuze achtergrond naar het fenomeen Zwarte Piet. Oververhitte discussies boven de hoofden van vrolijke kinderen die argeloos vieren wat wij hen aanbieden. De kern van de ruzie lijkt steeds maar te gaan over de vraag of Sint en zijn zwarte Pieten uiting van racisme zijn, en daardoor blijft de kwestie telkens oplaaien. De vraag kan simpelweg niet beantwoord, omdat de mythe van Sinterklaas vele oorsprongen en vormen kent.
Er zijn versies van de Sint als anonieme weldoener voor armen, kinderen, als koppelaar voor jonge stellen. Maar ook van Sint als symbool van licht en Piet als donker, samen vertegenwoordiger van zomer en winter, dag en nacht. Een feest van de overwinning van het licht op de duisternis, gevierd in de tijd van de lange nachten waarin de zorgeloze bloei en warmte onbereikbaar lijken te zijn.
Over de oerversies heen is een jas van kolonialisme en culturele verwarring gelegd.En die jas past niet. Piet werd van schoorsteenveegzwart in rap tempo zwartzwart met slavenaccessoires.
In latere jaren – als ik het goed heb zelfs relatief recent – kwamen daar nog eens de liedjes bij die in onze huidige samenleving als een tang op een varken slaan: ook al ben ik zwart als roet, ik meen het toch goed. Daar kunnen we anno nu niks mee beginnen.

Welkom

De vraag moet gaan over wat wij in het hier en nu kunnen doen om geen racisme te ervaren. Welke kleur of achtergrond je ook hebt, het is een collectieve taak. Of je nu besef hebt van racisme of niet. Of je nu denkt dat het niet meer bestaat in Nederland of niet. Het is onze taak om een samenleving te creëren waarin ieder mens zich prettig en veilig voelt. Een kinderfeest kan daar nooit de bottleneck in zijn, maar wel de manier waarop wij collectief omgaan met een dergelijk feest. De kinderen zijn dol op Zwarte Piet, zij dromen van een carrière als acrobatische dakbeklimmer en clowneske pepernootgever. Maar wat de kinderen betreft hoeft Piet niet zwart te zijn. Alle kleuren volstaan voor hen.
De pijn ligt ergens anders. In een land dat zoveel culturen herbergt, kun je niet wegkomen met een traditie die de draak steekt met een bepaalde huidskleur. Het doet er niet meer toe of die donkere huid van het schoorsteen poetsen komt, of dat de kleur een symbool is voor het duister, of dat er werkelijk gediscrimineerd wordt. Het laten voortbestaan van de huidige vorm, zelfs al zou die historisch correct zijn, is in onze maatschappij een signaal geworden dat andere kleurtjes dan bloemkool-wit onwelkom zijn. En dat mag niet de bedoeling zijn.

Oplossing

Is discriminatie opgelost door Zwarte Piet te elimineren? Welnee. Er zullen, na Piet, andere pijnlijke kwesties komen, zoals ook de negerzoen om politieke redenen al is verdwenen.
De werkelijke oplossing is met geen maatregel te bieden. De oplossing woont in onszelf, in het werkelijk ontmoeten van de ander als gelijke, als naaste. Als jezelf. Wanneer we ieder mens om ons heen ervaren en benaderen als één van ons, is de pijn gesmolten. We zijn namelijk één, wij mensen op de wereld.

Mijn kapster behandelt al haar klanten hetzelfde, en laat daarmee zien dat ieder mens gelijk is. Een goed voorbeeld! Alles begint in je hart, welke kleur je ook hebt.

We are one

Een baby weet het: wij zijn één. Er bestaat alleen maar eenheid, geen ik, geen jij, geen tweedeling, geen dualiteit. Zwart noch wit heeft betekenis voor een baby.
Wij mensen zijn één, een geheel van mens-dier-natuur: alles is deel van de grote wereldfamilie. Zo maakt elk kind de start. Eenmaal op aarde leren kinderen het tegendeel. De volwassenen leren het ze aan. We zijn afgescheiden, zeggen wij, allemaal kleine eilandjes in de grote zee van wij-zij. Toch verlangenKinderen in zee ook de grote mensen naar dat gevoel van eenheid. Ze zoeken het in hun relatie, hun familie, kerk, werk, land, taal, kleur, IQ, gevoel, smaak, leeftijd, muziek. Noem maar op. Wij-die-van-fietsen-houden, wij-die-werk-hebben, wij-ouders, wij-die-in-god-geloven, wij-die-dat-niet-doen, wij horen bij elkaar. Wij begrijpen elkaar namelijk, en dat schept vertrouwen. Die ander, die is anders, en dat is eng.

Waarom leren we onze kinderen dat we als geïsoleerde eenheden het leven aan moeten gaan? Waarom of waardoor verliezen we die eenheidskracht die we als pasgeboren baby nog in ons dragen? Wat maakt dat ik een ander als ‘vreemd’ en mogelijk vijandig bestempel, totdat het tegendeel bewezen is, in plaats van andersom?

Groepsdier

Neem een willekeurige treinreis. In onszelf gekeerd verzekeren we ons van een plaatsje, en doen of we elkaar niet zien, alsof we helemaal alleen in de coupé zitten. Krantje, smartphone, coffee to go in de hand. Virtueel verbonden met thuis en de hele wereld, behalve met de mensen om ons heen. Strategisch kijken we uitsluitend naar buiten en naar onze eigen spullen. Niet naar elkaar, oh nee. Totdat er iets onverwachts gebeurt. De trein remt in de weilanden, de omroeper roept vertraging om, een coupégenoot maakt dronken ruzie met de conducteur. Plotseling verschuift er iets: iedereen verzit, verschikt, blikt om zich heen, maakt contact. Wij zitten nu in hetzelfde schuitje. Dus maken we acuut verbinding met elkaar, want we hebben elkaar nodig om ons veilig te voelen. Toen alles nog gesmeerd liep, konden we solitair in de trein zijn, zoals vrij grazende schapen op een zonnige dag, maar bij tegenslag is dat te ‘gevaarlijk’. De mens is een groepsdier en zal dicht bij elkaar kruipen, vacht tegen vacht, om te overleven. Is de dreiging er niet, dan doen wij alsof we onafhankelijk zijn. Ik tegen de wereld.

Wereldvrede

De illusie van wij-zij is ook de basis voor alle gebrek aan vrede.
‘Wij’ bidden of mediteren voor wereldvrede, en we zijn gewend om dat als volgt te doen. We vragen onze god, godin, Allah of bron of wat dan ook om de mensen elders, zij, die anderen, te doen inzien dat hun manier niet goed is.
Maar dat klopt niet! Als er ‘ginds’ iets niet in orde is, is dat hier ook zo. Vrede is hier. In mij, in jou. Van binnen. Oorlog, onvrede, ruzie, al speelt het in Timboektoe, het is allemaal hetzelfde. Ook de oorlog is in mij, in jou. Want we zijn één. Miljoenen mensenmiertjes op dezelfde planeet, allemaal verbonden, afhankelijk van elkaar, gevoed door elkaar. Bid voor je eigen vrede, dan vergroot je de eenheid, dat is – voor zover ik het overzie – de weg.

IMG_1565.JPG