Eerlijk over meditatie!

Meditatie brengt je in contact met wat is. We stellen ons bij deze kalme zijnservaring voor hoe we genieten van dauwdruppels, zonsopgangen en vlinders op een geurende bloem. Ervaren yogi’s en retraite-oorden aarzelen niet om de eindeloze heerlijke voordelen van meditatie op te sommen. In magazines lees je hoe briljant je leven verrijkt wordt door de stilte in jezelf op te zoeken.

De realiteit kan echter vies tegenvallen. Want wat gebeurt er als je stil wordt van binnen, als je geest kalmeert en je zintuigen verscherpen?

Jouw realiteit van dit moment komt werkelijk bij je binnen.

Dit betekent dat je dus vaak eerst je innerlijke rommel tegenkomt. Een noodzakelijk onderdeel van het verhoogde bewustzijn waar je zo naar verlangde. En dat kan wel eens inhouden dat je eerst de ruzies met je lief, de TL-lampen op kantoor en de zorgen om je hypotheek opmerkt.

Stoorzenders buiten je kloppen aan. Stoorzenders binnen in je laten zich horen. De ruis van de wereld rochelt over je heen, je voelt helemaal geen vrede en geluk – en nu word je zelfs kwaad!

Boosheid hoef je niet te weren. Toch zijn we wel gewend dit te doen. Constant zijn we op zoek naar prettige prikkels, naar een toestand van geluk. Dat is wat we willen. Onze methode om dat geluk te bereiken is het uitbannen van de narigheid, zoals een filter waar het nutteloze wegstroomt en waaruit je de vrolijke ervaringen als een residu opvist.

Ai, zo werkt het niet.

Geluk is niet de afwezigheid van pijn en verdriet. Geluk is het integreren van alles wat er is. Je kunt simpelweg niet kiezen voor licht en geluk door ongewenst duister en pijn de deur uit te zetten.

Hoe zit het dan met die talloze clubs voor mindfulness en retraite die je de kans bieden om bij jezelf te zijn en om in het felbegeerde hier en nu te raken? Het geboden perspectief is spectaculair. Hemels. Terecht?

Ja en nee. In volkomen stilte met jezelf zijn geeft je wel degelijk dat gevoel van vrede. Helemaal eerlijk is de voorspiegeling niet. Je glijdt niet zomaar in een zalige toestand wanneer je in lotuszit gaat. In het nu zijn, dat betekent dat je ziet wat er is. Leef je met onrust, dan zul je die onrust in het begin extra sterk ervaren, voordat je bij de rust kunt komen.

Je komt hoe dan ook in aanraking met de modder, de zwarte aarde, donkerte die je het liefst ontwijkt.

Het wordt eerst slechter, voordat het beter wordt. En dat is nu precies wat niemand je vertelt.

Bovendien: meditatie hoeft geen doel of uitkomst te hebben. Meditatie zegt in wezen dat je er bent, zonder iets te doen. Ervaren dat je meer bent als je minder doet is al meer dan de moeite waard.

Vuurwerk van de wereld

Ik herinner me een oudejaarsdag. Ik mediteer ik met mijn yogagroep. Stil zitten voor vrede, een mooi idee.

Buiten knallen grote en kleine kinderen erop los. Het oude jaar wordt door hen heel anders afgesloten dan door ons! Aanvankelijk erger ik me, raak telkens uit mijn eigen stilte en maak me kwaad. Zo kan ik me toch niet concentreren! Kunnen ze niet stil zijn op straat? Grrrr!

Het ligt buiten mijn macht. Naar buiten rennen en van iedereen verlangen met vuurwerk te stoppen is kansloos. Wel kan ik mijn meditatie afbreken. Wie heeft er dan last van? Ikzelf. Dus ook die mogelijkheid laat ik los.

Er is nog een optie: aanvaarding. Het hinderlijke geluid uitbannen is onmogelijk, dus zal ik het moeten integreren. Ik adem, en luister naar rotjes, duizendklappers en gillende keukenmeiden alsof het zangvogels zijn in de prille lente.

En dan gebeurt het: ik zie ineens dat precies zo de wereld is. Elk moment, overal op aarde is geluid en gedoe. Binnen in je, buiten je. Of je ernaar verlangt of het kwijt wil; er is voortdurend beweging. De wereld is nooit stil. Rotjes, duizendklappers, gillende keukenmeiden. Woede, angst, oorlog. Het is niet aan mij om het te willen stoppen of ervan weg te vluchten. Er simpelweg bij blijven zitten kan ik wel.

 

En daarmee werd het dan toch vredig in mij. Nooit heb ik zo lang en stil in meditatie gezeten als op deze rumoerige oudejaarsdag.

Nelleke Bos, 2014

Advertisements

God?

cropped-img_0030.jpg

Ben jij gelovig? Hoor jij bij een kerk of andere officiële club die jouw geloof bevestigt?
Ik heb mezelf nooit gelovig genoemd, laat staan aangesloten bij een groep die een bepaald geloof uitdraagt. Wel ben ik spiritueel aangelegd. Ik voel me diep thuis bij de sjamanistische levenswijze, bij de yogatraditie, bij de sufi’s, bij de christelijke weg. Scheppingsverhalen uit Australië, Zuid-Amerika, IJsland, Afrika, Griekenland: prachtig. Het zijn stuk voor stuk versies van de mythische werkelijkheid die betekenis geeft aan ons bestaan. Kiezen vind ik niet nodig. Mijn geloof is breed, heel breed.

Te breed, zo blijkt.

Van kinds af aan heb ik een sterk gevoel bij “God”. Als overal op de wereld mensen bedenken dat god bestaat, zo redeneerde ik als kind, dan moet het toch waar zijn? Ook later bleef een zeker besef van het hogere bij me. De wereld waarin ik leef is zo bezield en zo vol van genie, dat kan geen toeval zijn, dat is geen willekeurige som van celdelingen. Alles wat ik zie is god. De sterren, de aarde, wijzelf. Geen man met een baard die op een wolk over ons regeert en bepaalt. Geen rechter die goed van fout onderscheidt. Geen mensachtig wezen dat bepaalt wat de juiste weg is om te gaan. Nee, mijn god is oneindig veel subtieler en aanweziger dan dat.
Ik praat nooit over god. Ik beweeg me tussen kerk en yogamat. Zing mantra’s en joiks. Voor mij hoeft er geen labeltje op, ik hoef de grenzen niet in te kleuren. Heilig is heilig.
Het gesprek dat ik vandaag voerde over Jezus, god & geloof, was intens. De man tegenover me was oprecht, invoelend en vol liefde. Als hij de naam van Jezus noemde, werd de kamer lichter. Hij meende wat hij zei: Jezus is zijn vriend en zijn redding. Ik werd blij van zijn woorden, en kon me er in vinden. Ja, Jezus is een wijze oprechte heilige mens. Maar mijn ‘geloof’ in Jezus bleek niet goed genoeg, want ik zei niet dat hij de enige was. Ik zei dat hij net zo mooi en goed was als Boeddha.

 

De man noemt mij een zoeker. Een zoekende mens, die Jezus nog niet gevonden heeft. Hij ziet niet wat ik zie: ik heb Jezus al gevonden, en hij staat stralend naast de rest.

Al heel lang wil ik een labyrint maken waar alle religies een plek in vinden. Een pad dat iedereen mag lopen, ieder met een eigen gebed. Vandaag wil ik dat labyrint zijn. Alles in mij verenigen. Laat mij gedoopt en ingewijd worden in alles wat er is. God woont overal.
Moet je gedoopt worden om bij god te horen? Ben je niet al bij god van geboorte?