Samen slapen

‘Je komt er nooit meer vanaf!’ Dit is de veelgehoorde waarschuwing van deskundigen als het gaat om samen slapen. Je kind moet vanaf de eerste nacht leren om zelf in slaap te vallen, zo is de heersende mening. Waarom? Niet omdat het per definitie beter is voor de ontwikkeling van je kind, blijkbaar, maar uit angst dat het later in zijn leven een hoop opvoedkundig gedoe geeft. 

Angst
Daar wil ik het eens over hebben. Het ziet ernaar uit dat we ons collectief laten regeren door angst. Ik zie het overal. We geven onze kinderen een eigen kamertje uit angst dat ze ons dag en nacht claimen, in plaats van hen de geruststelling van het samenzijn te bieden. We enten ze in uit angst dat ze ziek worden, in plaats van ze toe te vertrouwen aan hun eigen immuunsysteem.

Ik ken mezelf als iemand die behoorlijk overtuigd is van haar eigen visie. Doorgaans handel ik vrij autonoom, en negeer ik niet ter zake doende meningen met gemak. Nu ben ik moeder, pas net. En dat doet iets. Het is een stuk moeilijker om expertise uit te stralen wanneer alles zo vers en pril is. Bovendien raken mijn keuzes nu iemand anders dan mijzelf alleen. Voorheen was ik de enige die geraakt werd als mijn beslissingen een ongewenst effect hadden. Maar nu! Een piepjonge baby heb ik onder mijn hoede – en daar wil ik uiteraard geen enkel foutje mee maken. Van deze onzekerheid hebben meer jonge moeders last. Een buitenkansje voor experts op allerlei opvoedgebied. Vertel die moeders dat Pampers beter is dan wasbare luiers, dat Nutricia beter is dan je borsten, dat thuisbevallingen gevaarlijker zijn dan het ziekenhuis, dat in jouw armen slapen enger is dan een wiegje – en ze geloven het.

 

Ook ik val ten prooi aan de angstretoriek die van hogerhand over mij uitgestrooid wordt. Geheel tegen mijn zin en tegen mijn voornemens in, overigens. Sinds mij een aantal keer achter elkaar is verteld dat ik in feite een grote sufferd ben als ik mijn kind in mijn bed laat slapen, zijn er zorgelijke gedachten in mijn hoofd gekropen. Is het waar? 

Vertrouwen 

De eerste angstgedachte heb ik overwonnen: dat het risico op wiegendood groot is. Ik geloof het gewoon niet. Je voelt zoveel beter aan hoe het met je kind gaat als je bij hem in de buurt bent, dan wanneer hij in een wiegje in een andere kamer ligt… Ik leg hem niet op zijn buik, ik trek geen dekens over zijn hoofd, ik plet hem niet als ik me slapend omdraai. Wat ik wèl doe, is hem helpen zich veilig te voelen door mijn geur te ruiken, mijn aanraking om zich heen te hebben, en zijn ademhaling te reguleren door de mijne te horen. Ik help hem ervaren dat zijn behoeften worden gekend, en dat hij niet of nauwelijks hoeft te schreeuwen om gehoord te worden. Zo vindt de nachtvoeding geregeld plaats in relatieve stilte, doordat ik al bij hem ben voordat hij helemaal wakker is.

De tweede angstgedachte heeft echter wel vat op mij: je komt er nooit meer van af. Al lang voordat ik zelf moeder werd gruwelde ik van ouders die hun kleuter of nog oudere kind lieten inslapen bij hen in bed, of erger: op de bank voor de tv. Zou het waar kunnen zijn dat je er nooit meer vanaf komt? Daarbij vraag ik me wel af waarom de deskundigen nog geen lobby zijn gestart tegen bijvoorbeeld de fopspeen, want daarvan zie je duidelijk dat je er inderdaad nooit meer vanaf komt, tenzij je je kind martelt met een strak straf- en beloningssysteem.

Om van deze angst af te komen, neem ik een uitstapje naar de natuur, mijn grootste inspiratiebron. Wij mensen zijn geen eenlingen. We leven in groepen, zoals apen, en onze jongen worden hulpeloos geboren. Dat betekent dat we ze bij ons moeten dragen, zoals apen, willen ze overleven. De natuur heeft het zo geregeld, dat de jonkies na een poosje zelfstandig worden en los willen van hun ouders. Waarom zou een mensenjong niet beantwoorden aan deze roep? Een baby kent nog geen verschil tussen zichzelf en de wereld, een peuter heeft nog geen privéleven. Een kleuter begint met geheimpjes en kleine eigen projecten, dus vanzelf zal een kind op die leeftijd ook plezier krijgen in alleen slapen.

Elke moeder heeft sterk intuïtieve vermogens over wat past bij haar eigen kind. En daar wil ik meer op vertrouwen dan op vreemde mensen die iets beweren over kinderen in het algemeen.

Nelleke Bos, maart 2014

Advertisements