Kraambezoek

‘Wat fijn dat je er bent!’ roept de vriendin bij wie ik op kraambezoek kom vrolijk. ‘Ik heb al gedoucht, want ik was vroeg wakker, dus ik dacht: ik pak mijn kans!’ voegt ze er trots aan toe. Oh ja, zo gaat dat, dacht ik smeltend. Je wordt wakker, en je weet niet hoeveel momenten er die dag zullen zijn om jezelf aan te kleden, naar de wc te gaan, te lunchen. Het leven met een pasgeboren baby oogt heel rustig, want zo’n kleintje slaapt veel. Het is puur gezichtsbedrog.

We hadden afgesproken in de ochtend en ik probeerde haar de kans te geven om het geschikte tijdstip voor mijn komst te kiezen. Zo scherp staat me nog voor de geest dat er in mijn kraamtijd bezoek zou komen, en net als de bel ging, stond ik met mijn handen in een poepluier, of nog erger: viel mijn pukkie net in een slaapje dat wreed verstoord werd door het geluid van die bel. Gekmakend! Dus hoe laat was ik gewenst vandaag? Het doet er niet toe, was het antwoord, want we hebben toch nog geen ritme.

Ritme
Het ritme van de baby is ook zo’n dingetje. Als je van te voren denkt dat je tussen het oeverloze slapen van je baby door met gemak je eigen leven weer in kunt richten – think again! Dat slapen, dat gaat in kleine dutjes, die bij voorkeur op jouw lichaam plaatsvinden. Leg je je heerlijk slapende kindje weg, dan kun je meestal binnen een paar minuten rekenen op een wakkere baby.

De baby van mijn vriendin is ‘al’ negen weken, dus dan zou je onderhand wel een ritme moeten hebben, toch? Welnee, de illusie! Grofweg zit er wel een ritme in. Zoals gemiddeld elke drie uur een voeding. Daar zou je een leuk schemaatje van kunnen maken. Maar wanneer de vraag om melk komt, dat verschilt per dag. De ene keer is de eerste voeding om 7 uur, de volgende om 10. Maar begint je dag om 6 uur, dan schuift het geheel een uur naar voren. En zelfs dan heb je geen enkele garantie. Misschien kiest je baby die dag uit om met de eerste voeding lekker vier uur lang te slapen, of juist maar twee. Daar zit je dan met je schema.

Ontspannen
‘Ik zie mensen buiten lopen met hun kindje. Heel ontspannen ziet dat eruit, alsof ze het heel gezellig hebben. Maar als ik met mijn baby naar buiten ga, ben ik totaal niet relaxed!’ zucht de vriendin.
Herkenbaar? Mijn ‘baby’ is ruim anderhalf, en dus helemaal geen baby meer, en ik herken het nog. Als ik op pad ben met hem, en hij krijgt onderweg honger, een vieze broek of slaap, dan sta ik soms nog met grote stress in de tram of op de markt, en weet ik niet hoe snel ik thuis moet zijn.

Het leven met een kleintje is intens, heel intens, en niemand kan je waarschuwen.

Simpelweg omdat je het mee moet maken om het te kunnen begrijpen. Hoe je het moment van naar buiten gaan probeert te plannen tussen een voeding en verschoning door, op een moment dat je baby blij en rustig is, of slaapt. Dat wil nog weleens lukken, maar dan! Ben je eenmaal buiten en slaapt je baby, dan ben je voortdurend bedacht op de afstand tussen jou en het dichtstbijzijnde punt waar je veilig kunt voeden, troosten en verschonen. Al die dingen gaan niet zo goed in de open lucht tussen vreemde mensen, of in een drukke winkel, op een vol terras. Je hebt in de directe nabijheid een fijne plek nodig om er voor je kindje te zijn. Vijf minuutjes lopen lijkt kort, maar voor een moeder in de kraamtijd – met een huilende baby – is dat een hartverscheurende eeuwigheid. Om een kalme tevreden baby te krijgen, heb je allereerst een kalme moeder nodig. En als kersverse moeder ben je nu net door de bevalling volledig binnenstebuiten gekeerd, en sta je door de hormonen nog flink op de kop.
Zo’n pasgeboren moeder is in de regel niet op haar gemak in de openbare ruimte, zij heeft de vertrouwde beslotenheid van haar huis nodig om te ontspannen. Tegelijkertijd verlangt ze ook naar buitenlucht, en naar onbekommerd wandelen, haar eigen gang gaan, en naar pronken met haar baby in de wereld.
Hoe los je die conflicterende wensen nu op?

De oplossing
Je kunt ervoor kiezen om veilig binnen te blijven en verlangend naar buiten te kijken, je kunt er ook voor kiezen om naar buiten te gaan en de stress van het onthand zijn op de koop toe te nemen.

Mijn ideale oplossing is: zorg er voor dat je zoveel mogelijk in gezelschap bent.

Op het moment dat je als jonge moeder je kraamtijd in je eentje doorbrengt, met wat kraambezoekjes erbij, merk je al gauw dat de dagen lang en zwaar zijn. Is er iemand bij je, dan zijn de uren die je met je baby in je arm wiegend doorbrengt een stuk fijner. Iemand die je een glas water aangeeft terwijl je voedt en de beschuitjes smeert voor bezoek. Iemand die jou en je baby voorziet van mutsjes, luierdoekjes, maxicosi’s of draagdoeken, en je die cruciale peptalk geeft om daadwerkelijk naar buiten te gaan. Iemand die zo nu en dan een foto maakt van jou met je new born, en je bij alles laat weten: dit hoort erbij. Je bent normaal. Je bent niet gek. Alle moeders worstelen met de eerste periode. Je leven staat op zijn kop, en natuurlijk ben je blij, maar het is óók een uitputtingsslag.
Wie leent zich het beste voor deze dankbare functie? Wie staat te popelen om jou als moeder te ondersteunen, en zoveel mogelijk tijd door te brengen met de kleine?

Ik zeg maar iets geks: laten we een vaderverlof instellen voor minimaal de eerste zes weken.

Of nog leuker: een kraamverlof voor papa en mama samen, het eerste half jaar. Om het nieuwe gezin een stevige basis te geven. Een goed begin is het halve werk!

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s