Waarom we beter niet kunnen leven in het nu

Goeroes en coaches vertellen ons allemaal: leef in het nu. In het verleden wonen woede, spijt en schuld. In de toekomst wonen angst en zorgen. Door stilte, meditatie en ademhaling verander je je toestand en je ervaring. In het nu vind je liefde, vrede, helderheid. Als kind leefden we volledig in het heden, heel krachtig, levendig, vrij en spontaan.

Dat mag waar zijn, echter een cruciaal element vergeten we hier: als kind hadden we dagelijks pijn en verdriet. Een zoekgeraakte knuffel, een geschaafde knie, ruzie met een ander kind in de zandbak. Het spontane zijn-in-het-nu vraagt om overgave aan alles wat er is. Om in je kracht te staan mag je je dus niet druk maken over de zoveelste valpartij of de honderdste keer dat je blokkentoren niet blijft staan. Bovendien moet je volledig door die ervaring van pijn, verdriet of mislukking heen gaan. Je kunt er niet omheen.

Als volwassenen hebben we geleerd te anticiperen op pijn en mislukking, door deze ervaringen in het nu te vermijden. We vluchten naar het veilige verleden (dat kennen we immers) of verpozen in de toekomst. Het heden is weleens te confronterend voor ons. Dit principe te overstijgen vraagt wel iets meer van je dan ‘ademen in het heden’.

We willen best in het nu leven, als dat ‘nu’ prettig zou zijn.

Eerlijk

Klopt het dan niet, en leidt diepe ademhaling en meditatie tot niets? Ik geloof wel degelijk dat er grote wijsheid schuilt in de kracht van de ademhaling, en ook dat de sleutel ligt in het volledig in het nu zijn. Om deze levenswijze te kunnen omarmen, hebben we dan wel meer eerlijkheid nodig over wat het inhoudt. Er zijn veel leraren die het beste met ons voor hebben, maar al te vaak vertellen ze ons niet hoeveel kracht het vraagt om het heden in al zijn facetten in de ogen te kijken. Het heden is niet mooi of lelijk, het is alles. En daar ligt doorgaans ons grootste verzet. We willen best in het nu leven, als dat ‘nu’ prettig zou zijn. En die premisse is niet aan ons.
Averechts effect

Goeroe’s die graag delen in hun geluk, kunnen weleens een averechts effect hebben op ons welbevinden of onze spirituele groei. Doordat wij keer op keer geconfronteerd worden met hoe simpel het eigenlijk is (gewoon diep ademen), raken we gefrustreerd. Boos zelfs, op onszelf. Want waarom hebben we nou nóg geen tijd gemaakt voor die dagelijkse routine, die oh zo eenvoudige meditatie die ons werkelijk tot grote hoogte zal doen stijgen? We voelen ons dom, of lui, of onmachtig. Het moet zo simpel zijn en wij slagen er niet in! Wij modderen nog altijd aan met die zorgen, angsten en schuldgevoelens, die volgens de meesters niet nodig zijn. Au!

Laten we realistisch zijn. Laten we de héle waarheid tonen, en niet alleen het gelukzalige deel. Eerlijk is eerlijk: volledig in het moment zijn, spontaan als een kind, is een kunst. Het eist bereidheid om elk moment als nieuw te betreden, om geen illusie van controle over de materie of je emoties te koesteren, om geen idee te hebben wat er over vijf minuten gebeurt. Het is een vrije val. Succes!

Advertisements

Jongen/meisje

Mijn zoon is dol op auto’s. Echt, auto is vaak zijn eerste woord na het wakker worden, en een auto is het laatste wat hij ziet voor het slapen gaan. Van zijn ouders heeft hij dat niet; sterker nog, wij hebben zelfs geen auto. Je mag dus wel stellen dat deze liefde voor auto’s absoluut uit het kind zelf komt, en dus aangeboren is.
Dat spel met auto’s, hoe ziet dat er nu uit?
Uiteraard wordt er gereden, daar zijn ze voor. Maar daarnaast valt mij een en ander op. Zijn auto’s rangschikt hij zorgvuldig op een rijtje. Dat is zijn spel.
Gaan we naar buiten, dan heeft hij een auto in de hand, en die laat hij ook tijdens een fietstocht, gang naar de winkel of speeltuin niet los.
Bij de oppas stopt hij zijn autootjes in de poppenwagen.
Tijdens het eten voert hij zijn auto stukjes brood en houdt gul zijn tuitbeker voor de motorkap.
Als er een klodder pap op de auto in zijn hand terechtkomt, horen we het meteen: ‘Mama, help! Pap! Auto joonmaken!’
Als hij gaat slapen, gaat er een auto met hem mee.

Mij bekruipt het gevoel dat zijn auto’s zijn poppen zijn, die hij als een goede moeder verzorgt.

Toch zeggen de mensen dan: een autogek, je hebt een échte jongen hoor!
Wanneer ben je een echte jongen? Wat maakt een echt meisje?

http://www.nachtzonteksten.nl

image

Binnenstebuiten 

Hoe werkt jouw hoofd? Wie heeft de regie en wie bestuurt je emoties? Voor wie denkt dat dit materie is voor psychologieboeken, lees maar door. Pixar en Disney hebben de handen weer eens succesvol ineengeslagen voor een nieuwe animatiefilm, met als resultaat een spannend avontuur in het hoofd van een 11-jarig meisje.

Het leven van Riley ziet er prima uit. Ze heeft liefdevolle ouders, is fanatiek in ijshockey en op school gaat ook alles goed. Maar dan gaat ze verhuizen, en dit zet alles op zijn kop. Hoe dat in zijn werk gaat, krijgen we te zien vanuit het hoofdkwartier: een vijftal zeer betrokken figuren dat Riley ‘bestuurt’. Plezier, angst, verdriet, woede en afkeer zijn de personages die in Riley’s hoofd de boel draaiend houden, haar gedrag beïnvloeden en haar herinneringen opslaan.

Dat dit een interessante, leerzame en zelfs hilarische film kan opleveren, had ik niet kunnen bedenken. De emoties zijn dag en nacht in touw om het leven van Riley zo geweldig mogelijk te maken, maar ja, ze hebben hun beperkingen. Woede is nogal licht ontvlambaar, verdriet heeft permanent moeite om het leven van de zonnige kant te zien en plezier is non stop aan het werk om overal het positieve van te blijven zien, en alles in goede banen te leiden.

Geniaal zijn vondsten als deze: een doos met blokjes ‘feiten’ en blokjes ‘meningen’ valt om. Plezier roept: ‘oh nee! De feiten en meningen liggen door elkaar!’ De ander, terwijl hij alle blokjes lukraak terugsmijt in de dozen: ‘ach joh, dat gebeurt zo vaak.’ Ook de structuur van herinneringen, langetermijngeheugen, verbeeldingsland en persoonlijkheidseilanden – gebieden die stevig veranderd zijn in je persoonlijkheid – geeft een prachtig en invoelbaar beeld van je innerlijk.

De stress rondom de verhuizing doet het ‘lolbroekeneiland’ van Riley wankelen, en hoe meer rampen zich voltrekken in haar leven, hoe zwakker alle eilanden en herinneringen in haar persoonlijkheid worden. Komt dit ooit weer goed?

De emoties werken zo hard zij kunnen om dit avontuur tot een goed einde te brengen, en houden de kijker lang in spanning.

Let your monkey do it

‘Let your monkey do it,’ adviseerde mijn doula* me, als voorbereiding op mijn bevalling. Laat je innerlijke aapje de oerkrachten aanwenden, en vergeet alles wat er in je mensenbrein zit. Je gedachten, je logica, je ratio, ze zullen je tot last zijn wanneer je een kind baart. Je kunt nooit bedenken hoe je zult bevallen, je hebt de krachten van de natuur nodig om je kind op de aarde te zetten. Let your monkey do it.
Nog vaak denk ik aan deze gouden opmerking. Niet alleen bij de bevalling heeft de wijsheid van het aapje me geholpen, maar ook in het moederschap komt het me goed van pas.
Wij mensen hebben namelijk in het ouderschap een collectief probleem. We doen net alsof we vossen zijn. Huh?

Vos, koe of aap?
Ja. Dat zit zo: er zijn in de zoogdierenwereld drie types ouderschap. Je kunt een koe zijn. Dan baar je je kalf, dat wel bij jou drinkt, maar verder zelfstandig de wereld inwandelt. Je kunt een vos zijn. Dan werp je een stel blinde hulpeloze jongen, die je een paar stevige maaltijden voorzet waar ze uren op kunnen teren, en verder laat je ze de hele dag of nacht met broertjes en zusjes in het hol achter om zelf te gaan jagen. Je kunt ook een aap zijn, die een jong baart en dat vervolgens dag en nacht bij zich draagt, om continu naar behoefte bij zich te laten drinken en slapen.
Wij mensen, je raadt het al, horen bij de apen.

Sinds we modern, geëmancipeerd en industrieel zijn gaan leven, past de aapjesstijl niet meer bij ons leefritme.

We gaan de hele dag uit werken en we slapen ‘s nachts graag het klokje rond. We zijn gaan leven als een vos. Dus welke oplossing hebben we gekozen? We proberen onze jongen aan een vossenleefstijl te laten wennen.
We leggen ons jong in een hol en verwachten dat het zich daar uren zoet houdt. We proberen de nachtvoedingen zo snel mogelijk te reduceren tot nul. Doorslapen noemen we dat. En de meeste mensenjonkies doen dat niet, tot grote frustratie van de ouders.
De buurvrouw, je collega en je schoonmoeder vragen belangstellend: ‘En, slaapt hij al door?’ Ondersteunend is deze vraag echter niet, want je voelt de druk, je voelt jezelf als ouder falen: nee, mijn kind slaapt nog niet door! Dat van doorslapen de eerste paar jaar geen sprake hoeft te zijn, vertelt niemand je. Of dat niet-doorslapen een stuk aangenamer wordt wanneer je je baby bij je in bed neemt, zodat je baby bij het wakker worden jouw geruststellende ademhaling hoort, je borst ruikt, en zich gewoon weer lekker omdraait en verder tukt.

Denk er de volgende nacht dat je wakker wordt maar eens aan: we zijn aapjes, geen vosjes.

En apenjonkies zitten vastgeplakt op hun mama. Apenjonkies sabbelen daarbij naar hartelust aan hun mama, en zo hoort het ook.

*doula ~ een heel coole vrouw die ervoor zorgt dat je tijdens je bevalling blijft vertrouwen: ‘ik kan het wèl.’

Geschreven voor Kiind, http://www.kiind.nl

Kraambezoek

‘Wat fijn dat je er bent!’ roept de vriendin bij wie ik op kraambezoek kom vrolijk. ‘Ik heb al gedoucht, want ik was vroeg wakker, dus ik dacht: ik pak mijn kans!’ voegt ze er trots aan toe. Oh ja, zo gaat dat, dacht ik smeltend. Je wordt wakker, en je weet niet hoeveel momenten er die dag zullen zijn om jezelf aan te kleden, naar de wc te gaan, te lunchen. Het leven met een pasgeboren baby oogt heel rustig, want zo’n kleintje slaapt veel. Het is puur gezichtsbedrog.

We hadden afgesproken in de ochtend en ik probeerde haar de kans te geven om het geschikte tijdstip voor mijn komst te kiezen. Zo scherp staat me nog voor de geest dat er in mijn kraamtijd bezoek zou komen, en net als de bel ging, stond ik met mijn handen in een poepluier, of nog erger: viel mijn pukkie net in een slaapje dat wreed verstoord werd door het geluid van die bel. Gekmakend! Dus hoe laat was ik gewenst vandaag? Het doet er niet toe, was het antwoord, want we hebben toch nog geen ritme.

Ritme
Het ritme van de baby is ook zo’n dingetje. Als je van te voren denkt dat je tussen het oeverloze slapen van je baby door met gemak je eigen leven weer in kunt richten – think again! Dat slapen, dat gaat in kleine dutjes, die bij voorkeur op jouw lichaam plaatsvinden. Leg je je heerlijk slapende kindje weg, dan kun je meestal binnen een paar minuten rekenen op een wakkere baby.

De baby van mijn vriendin is ‘al’ negen weken, dus dan zou je onderhand wel een ritme moeten hebben, toch? Welnee, de illusie! Grofweg zit er wel een ritme in. Zoals gemiddeld elke drie uur een voeding. Daar zou je een leuk schemaatje van kunnen maken. Maar wanneer de vraag om melk komt, dat verschilt per dag. De ene keer is de eerste voeding om 7 uur, de volgende om 10. Maar begint je dag om 6 uur, dan schuift het geheel een uur naar voren. En zelfs dan heb je geen enkele garantie. Misschien kiest je baby die dag uit om met de eerste voeding lekker vier uur lang te slapen, of juist maar twee. Daar zit je dan met je schema.

Ontspannen
‘Ik zie mensen buiten lopen met hun kindje. Heel ontspannen ziet dat eruit, alsof ze het heel gezellig hebben. Maar als ik met mijn baby naar buiten ga, ben ik totaal niet relaxed!’ zucht de vriendin.
Herkenbaar? Mijn ‘baby’ is ruim anderhalf, en dus helemaal geen baby meer, en ik herken het nog. Als ik op pad ben met hem, en hij krijgt onderweg honger, een vieze broek of slaap, dan sta ik soms nog met grote stress in de tram of op de markt, en weet ik niet hoe snel ik thuis moet zijn.

Het leven met een kleintje is intens, heel intens, en niemand kan je waarschuwen.

Simpelweg omdat je het mee moet maken om het te kunnen begrijpen. Hoe je het moment van naar buiten gaan probeert te plannen tussen een voeding en verschoning door, op een moment dat je baby blij en rustig is, of slaapt. Dat wil nog weleens lukken, maar dan! Ben je eenmaal buiten en slaapt je baby, dan ben je voortdurend bedacht op de afstand tussen jou en het dichtstbijzijnde punt waar je veilig kunt voeden, troosten en verschonen. Al die dingen gaan niet zo goed in de open lucht tussen vreemde mensen, of in een drukke winkel, op een vol terras. Je hebt in de directe nabijheid een fijne plek nodig om er voor je kindje te zijn. Vijf minuutjes lopen lijkt kort, maar voor een moeder in de kraamtijd – met een huilende baby – is dat een hartverscheurende eeuwigheid. Om een kalme tevreden baby te krijgen, heb je allereerst een kalme moeder nodig. En als kersverse moeder ben je nu net door de bevalling volledig binnenstebuiten gekeerd, en sta je door de hormonen nog flink op de kop.
Zo’n pasgeboren moeder is in de regel niet op haar gemak in de openbare ruimte, zij heeft de vertrouwde beslotenheid van haar huis nodig om te ontspannen. Tegelijkertijd verlangt ze ook naar buitenlucht, en naar onbekommerd wandelen, haar eigen gang gaan, en naar pronken met haar baby in de wereld.
Hoe los je die conflicterende wensen nu op?

De oplossing
Je kunt ervoor kiezen om veilig binnen te blijven en verlangend naar buiten te kijken, je kunt er ook voor kiezen om naar buiten te gaan en de stress van het onthand zijn op de koop toe te nemen.

Mijn ideale oplossing is: zorg er voor dat je zoveel mogelijk in gezelschap bent.

Op het moment dat je als jonge moeder je kraamtijd in je eentje doorbrengt, met wat kraambezoekjes erbij, merk je al gauw dat de dagen lang en zwaar zijn. Is er iemand bij je, dan zijn de uren die je met je baby in je arm wiegend doorbrengt een stuk fijner. Iemand die je een glas water aangeeft terwijl je voedt en de beschuitjes smeert voor bezoek. Iemand die jou en je baby voorziet van mutsjes, luierdoekjes, maxicosi’s of draagdoeken, en je die cruciale peptalk geeft om daadwerkelijk naar buiten te gaan. Iemand die zo nu en dan een foto maakt van jou met je new born, en je bij alles laat weten: dit hoort erbij. Je bent normaal. Je bent niet gek. Alle moeders worstelen met de eerste periode. Je leven staat op zijn kop, en natuurlijk ben je blij, maar het is óók een uitputtingsslag.
Wie leent zich het beste voor deze dankbare functie? Wie staat te popelen om jou als moeder te ondersteunen, en zoveel mogelijk tijd door te brengen met de kleine?

Ik zeg maar iets geks: laten we een vaderverlof instellen voor minimaal de eerste zes weken.

Of nog leuker: een kraamverlof voor papa en mama samen, het eerste half jaar. Om het nieuwe gezin een stevige basis te geven. Een goed begin is het halve werk!

Bewust ouderschap? Over keuzevrijheid en vaccinaties

Als ouder wil ik mijn kind beschermen. Zo goed mogelijk. Beschermen tegen ongelukken, verdriet, ziekte, pijn. Toen ik zwanger was, praatten we veel over het aanstaande ouderschap. Wat was onze visie, en in hoeverre zaten we op één lijn? Het onderwerp ‘vaccinatie’ was het spannendst. Voor ons, als ouders, maar, zo blijkt, ook in de samenleving. Er zijn felle voor- en tegenstanders in het maatschappelijk debat over vaccinatie, en zowel ouders als professionals in beide kampen gaan door het vuur voor hun mening. Het is dan ook geen kleinigheid: er staan levens op het spel.
Het verschil met andere opvoedkundige kwesties is, dat het niet gaat om stijlverschillen als wegwerp- of wasbare luiers, maar om een keuze waarvan de consequenties niet te overzien zijn.

Als ouder neem je de verantwoordelijkheid om goed voor je kind te zorgen. Toch staat er een behoorlijke druk op de ‘vrije’ keuze om wel of niet te vaccineren. Waar gaat het mis?

Keuzes
De tijd waarin wij nu leven, grossiert in uitvindingen die onze ouders of grootouders nog niet kenden. We hebben keuze in onderwerpen waarvan zij het bestaan niet vermoedden. Van soorten jam tot vlees of vega, van type onderwijs tot religieuze stromingen. Aan die keuzevrijheid hangt een behoorlijk prijskaartje: verantwoordelijkheid, en daarmee ook een flinke portie schuldgevoel. We kiezen namelijk nooit goed.

Hoezo? Neem het vraagstuk over vlees, de bio-industrie versus vegetarisme. Vlees eten kun je tegenwoordig nauwelijks meer zonder schuldgevoel doen. Voor mij is een dier gedood dat toch al geen leuk leven leidde, en ik laat daarbij nog eens een immense ecologische voetafdruk achter. De hoeveelheid granen en water dat voor mijn stukje vlees geofferd is, staat niet in verhouding tot het rendement van de maaltijd. Vegetarisch eten is echter allerminst zaligmakend. De bergen met soya die geproduceerd zijn voor mijn vleesvrije burgertje brengen misschien wel net zoveel schade toe aan de aarde. En dan is de kap van tropische regenwouden in mijn naam nog niet meegerekend.
Eet smakelijk dus: kauw maar lekker op je schuld.

Waarom kunnen we het niet goed doen? Omdat we geacht worden onmogelijke keuzes te maken. Het is ondoenlijk om de effecten te overzien van onze keuzes. Als je een stukje kip in de winkel kocht, kon je tot een paar jaar terug redelijkerwijs niet verzinnen dat deze kip slechts een paar weken oud was geworden, nooit daglicht had gezien, nooit zijn eigen voedsel had kunnen pikken, medicatie kreeg en ga zo maar door. Inmiddels weten we dit, en staan we dus elke dag opnieuw voor het dilemma of we deze martelgang ondersteunen, of dat we ons geld uitgeven aan een peperdure duurzame kip of een aardebelastende soyavariant. En dan heb ik het nog niet over de invloed op je eigen gezondheid, die elke keuze met zich meebrengt.

Deze complexe materie zou dan ook niet in onze handen mogen liggen. Je zou moeten erop kunnen vertrouwen dat degene die het product gemaakt heeft, betrouwbaar is, en jou kwaliteit aanbiedt.

Als boodschappen doen een morele daad wordt, verandert je leven in een politiek statement. En ik ken maar zeer weinig mensen die daar gelukkig van worden.

Wat weten we nu echt?
Zo gaat het ook in het vaccinatiedebat. Als kersverse ouder word je geconfronteerd met een thema uit de gezondheidszorg dat nog in de kinderschoenen staat. Nog maar net uit de kraamtijd kun je ervoor kiezen om je baby een serie spuiten geven voor de eigen en de volksgezondheid. Omdat onze overheid duidelijkheid wil scheppen en geen verwarring wil zaaien, biedt het een vaccinatieprogramma aan met zo’n grote stelligheid, dat je wel gek zou zijn om het af te slaan.

De wetenschap is nog heel jong. We hebben nog geen generatie met het complete pakket aan vaccins bejaard zien worden. We hebben nog geen overzicht. We weten nog niet hoe ons lichaam reageert op vaccins, we weten nog niet welke mutaties van bestaande virussen of welke nieuwe ziektes het antwoord zullen zijn op het uitroeien van oude ziektes. We weten niet eens of het mogelijk is om een ziekte uit te roeien, laat staan of dat ethisch wenselijk is. We kunnen dus nog niets zeggen over de gezondheidseffecten van vaccinaties, zeker niet op de lange termijn. Een heel spannend element voor ons als ouders is, dat we al niet kunnen voorspellen of de keuze voor of tegen vaccinatie schade toebrengt aan onze eigen kinderen, maar ook niet aan die van anderen. Wie weet zeker of een gevaccineerd kind het eigen immuunsysteem en dus van de mens verzwakt? Wie weet zeker of een ongevaccineerd kind een ziekte door kan geven en dus een bedreiging is voor andere kinderen? Deze onzekerheden kunnen medicus noch filosoof voor ons wegnemen, en desondanks verlangen we allemaal naar de ultieme wijsheid. Zo staan we al gauw fel tegenover elkaar.

Proefkonijnen
Zonde! Wij ouders, wij willen stuk voor stuk gezonde kinderen grootbrengen. Maar we worden verblind door de onvolledige informatie, en verward door de veelheid aan keuzes, die we met onze lekenkennis niet kunnen maken.

We leven als proefkonijnen in een uit de hand gelopen laboratoriumproject en we reageren onze doodsangst af op elkaar.

In grootmoeders tijd konden we ons beraden op de kennis van de vorige generaties. Doe zoals je moeder doet, dan komt het wel goed. Die luxe kennen wij niet meer, dus zoeken we allemaal onze eigen weg, en vallen we elkaar aan, in plaats van gezamenlijk de aanbieders van deze onverteerbare keuzes terug te fluiten.

Vrij van schuld

Het is tijd voor een meer behapbaar palet aan keuzes. Het is hoog tijd ook dat we elkaars keuze meer respecteren. We mogen elkaar meer erkenning geven: we worstelen met thema’s die ons collectief boven het hoofd groeien. Laten we wat minder energie verspillen aan de moderne angst om de verkeerde keuze te maken, en onszelf bevrijden van de schuld. Laten we wat vaker intunen op de collectieve kennis die we van onze voorvaders en voormoeders meekregen!
Ik vertrouw er graag op dat alle ouders het beste voor hun kinderen willen, ook al handelen ze anders dan ik. We weten allemaal net zo weinig, en dat ligt niet aan ons.

Gelukszoeker

‘Gelukszoekers’ hoor ik de laatste tijd vaak, en het woord wordt met minachting uitgesproken, alsof het om een verwerpelijke activiteit gaat. Het klinkt afwijzend. Als je geluk zoekt, moet je hier niet zijn. Keer om en leef je miezerige leven maar zonder geluk!

Waarom hebben mensen deze harteloze houding? Het lijkt erop dat sommigen geloven, dat er een beperkte hoeveelheid geluk is. Als andere mensen komen om dit geluk te zoeken, dan zou dat onze portie doen verkleinen. Een gigantische misrekening!

Geluk is een oneindig en overvloedig begrip. Geluk vermeerdert zich door te delen. Laten we zoveel mogelijk gelukszoekers ontvangen, opdat we allemaal zwemmen in het geluk!

Maar aan het vraagstuk of en zo ja hoeveel mensen we in een land herbergen, gaat een heel andere vraag vooraf. Namelijk: waarom zou een mens zijn eigen land en familie verlaten? Dat is een grote stap, die voor zover ik weet niemand voor de lol maakt. Zeker niet door een bootje te betreden met kans op een gruwelijke dood.

De vraag is dan ook niet of we vluchtelingen op moeten vangen, de vraag is hoe we ervoor kunnen zorgen dat mensen geen vluchteling hoeven te worden.

Ik heb foto’s gezien van verdronken kinderen, soms met de luier nog aan. Hartverscheurend. Ik ben zelf moeder, en ik kan geen situatie bedenken waarin ik ervoor kies om mijn kind aan het risico op deze dood bloot te stellen. Onder welke omstandigheden zou jij je kind liever op de boot zetten dan het thuis houden? Hoe zag het leven van de dode kinderen eruit voor vertrek? Het leven moet ondraaglijk geweest zijn voor de mensen die de moed hadden om in een bootje de zee over te steken en hun geluk te beproeven.

En daarnaast: waarom was Columbus een stoere zeevaarder en geen verwerpelijke gelukszoeker? Waarom mag een Albert Heijn landbouwgrond in Egypte inpikken voor Hollandse sperziebonen, maar mogen Syriërs niet naar Nederland om een goed leven te hebben? We beschouwen onszelf als wereldburgers, en we voelen ons vrij om overal naartoe te reizen, te handelen, grondstoffen uit de aarde te halen, Chinese kinderhandjes telefoons en sneakers te laten maken. Maar een stukje van onze welvaart delen is ons te veel?

Ik wens dat iedereen die de overtocht wel overleeft, met open armen verwelkomd wordt op een nieuw stukje aarde. Het liefst een ontvangst krijgt met applaus en bloemen, want het getuigt van lef, onmenselijk veel lef om de oversteek te maken.