Jongen/meisje

Mijn zoon is dol op auto’s. Echt, auto is vaak zijn eerste woord na het wakker worden, en een auto is het laatste wat hij ziet voor het slapen gaan. Van zijn ouders heeft hij dat niet; sterker nog, wij hebben zelfs geen auto. Je mag dus wel stellen dat deze liefde voor auto’s absoluut uit het kind zelf komt, en dus aangeboren is.
Dat spel met auto’s, hoe ziet dat er nu uit?
Uiteraard wordt er gereden, daar zijn ze voor. Maar daarnaast valt mij een en ander op. Zijn auto’s rangschikt hij zorgvuldig op een rijtje. Dat is zijn spel.
Gaan we naar buiten, dan heeft hij een auto in de hand, en die laat hij ook tijdens een fietstocht, gang naar de winkel of speeltuin niet los.
Bij de oppas stopt hij zijn autootjes in de poppenwagen.
Tijdens het eten voert hij zijn auto stukjes brood en houdt gul zijn tuitbeker voor de motorkap.
Als er een klodder pap op de auto in zijn hand terechtkomt, horen we het meteen: ‘Mama, help! Pap! Auto joonmaken!’
Als hij gaat slapen, gaat er een auto met hem mee.

Mij bekruipt het gevoel dat zijn auto’s zijn poppen zijn, die hij als een goede moeder verzorgt.

Toch zeggen de mensen dan: een autogek, je hebt een échte jongen hoor!
Wanneer ben je een echte jongen? Wat maakt een echt meisje?

http://www.nachtzonteksten.nl

image

Advertisements

Vaccineren: ‘ik word liever niet ziek’

‘Ik word liever niet ziek’ luidt het kopje in een kinderopvang-logboek. Eronder staan op een rijtje de nu gangbare vaccinaties voor jonge kinderen.

Ik word liever niet ziek. Onder die vlag willen we de cocktails van inentingen rechtvaardigen. Mijn eerste impuls op de stelling is: inderdaad, ik word niet graag ziek. Ziek zijn voelt niet lekker. Gezond zijn is ook mijn streven. Maar wat is gezond zijn?

Wat mij betreft gaat gezond zijn over: leven als een geheel. Leven met het complete palet aan ervaringen dat de natuur je biedt. De warme zon voelen in de zomer, de vrieskou in de winter.

We leven in een cultuur die een afkeer heeft van ziekte, van ouderdom en van dood. We zijn bang geworden voor verval, voor de donkere kant van het leven. Deze angst weerspiegelt zich in onze totale levensstijl: in de winter vliegen we het liefst naar de tropen, we verhullen onze leeftijd met make up en cosmetische chirurgie, we onderdrukken ziekte en pijn met paracetamol en medicijnen die vaak slechts aan symptoombestrijding doen. We doen er alles aan om te voorkomen dat we ziek en oud worden of doodgaan.

Een deel van dit gedrag vind ik gezond: natuurlijk probeer je zo gezond mogelijk te blijven, en je lichaam & geest jong en vitaal te houden. Maar hoe rijm je vaccinaties met echte gezondheid? Jezelf inspuiten met ziektekiemen schaar ik niet onder de gezonde manier van omgaan met jezelf. Net zomin als ik botox een gezonde manier vind om je huid jong te houden. Ik zie het als de noodgrepen van een angstige maatschappij, de stuiptrekkingen van een cultuur die vergeten is hoe het ritme van de natuur werkt.

Wat gebeurt er met planten en dieren – en ook mensen – die zware tijden hebben overwonnen? Ze worden taaier, geharder, sterker. Een boom in het duingebied bijvoorbeeld, vormt een gedrongen, gedraaide stam, om zich staande te houden in de zeewind. Wat gebeurt er met je huid die de tekenen van het leven mag dragen? Die wordt bewonderd om haar schoonheid, al is ze nog zo oud en verweerd.

Gezondheid nastreven is iets wezenlijk anders dan het ontkennen van onprettige maar noodzakelijke kwaliteiten van het leven. Als niemand ooit ziek wordt, niemand oud wordt, niemand sterft, zal onze aarde dan nog een fijne plek zijn om te leven?

We hebben alle facetten van het leven nodig; licht en donker zijn beide essentiële kwaliteiten.

Word ik echt liever niet ziek? Toch wel. Om daarna met nieuwe krachten verder te leven.

 

Gelukkig ouderschap. Wat geluk doet voor jou èn je kinderen

Kinderen krijgen is het mooiste dat je kan overkomen. Ouderschap is de zwaarste baan ter wereld. Allebei waar, toch? Daarnaast wil je dat jij een goede ouder bent, dat je kinderen gelukkig zijn, en dan wil je zelf ook nog geluk proeven. Gaat dit samen? Een goede ouder kun je zijn op vele manieren. Volgens het boekje, volgens je idealen, alles keurig zoals het hoort, of als tegenreactie op je eigen kindertijd, verzin het maar.
De strategie die ik zelden hoor, is opvoeden vanuit je eigen plezier. Is het mogelijk om met je kinderen te genieten terwijl je opvoedt – en niet alleen in de ‘vrije tijd’ tussen de opvoedmomenten door? Terwijl jij in je eigen flow bent, dingen doet waar jij van houdt, je kinderen daar moeiteloos in mee gaan en nog gelukkig groot worden ook?

Geluktip 1
Gelukkig zijn is niet de afwezigheid van ongeluk, maar het opgaan in wat je doet. Ramen lappen, verplicht nummer? Het hoeft niet! Als je er een schoonmaakfeestje van maakt met je kinderen, kan het een dolle boel worden. Schuilt er misschien plezier in ‘saaie’ klussen? Kan haasten voor schooltijd ook een spannende wedstrijd worden?
Bovenstaand klinkt misschien logisch, maar ga eens na hoe vaak je verlangt naar ‘kinderbedtijd’, zodat je eindelijk een moment voor jezelf hebt. Opvoedtijd geldt niet als vrije tijd, zo lijkt de heersende ervaring te zijn.

Nadat kinderen generaties lang zijn grootgebracht om dienstbaar te zijn aan hun ouders, hun familie en het werk dat gedaan moest worden, hebben we nu de luxe om onze kinderen te geven wat hun hartje begeert. We geven hen zoveel mogelijk onze aandacht als we thuis zijn.

In feite zijn we nu dienstbaar geworden aan de kinderen.

Natuurlijk speelt mee dat de meesten van ons tweeverdieners zijn, waardoor de tijd met de kinderen kostbaar is geworden.

Vakantie, vrije tijd en persoonlijke ontwikkeling zijn tegenwoordig weliswaar gemeengoed geworden, dat betekent niet dat we automatisch experts zijn geworden in geluk of in genieten. Het idee dat plezier maken met je kinderen samen kan gaan met zelf genieten, en dat dit ook nog eens getuigt van goed opvoeden is nou niet bepaald vanzelfsprekend. We zorgen voor alle nuttige taken, van eten koken tot ruzies beslechten, rapporten bespreken en hun beeldscherm-uren reguleren. Of we hebben quality time met de kinderen. Dat houdt in dat we iets doen waar zij echt zin in hebben. Tot een vervullende combinatie van belangen komt het niet vaak.
Geluktip 2
‘Ik heb zoveel zin om weer aan yoga te beginnen,’ zucht een vriendin. ‘Maar waar vind ik de tijd om dat te doen?’
Hier is een ‘wild’ idee: doe yoga samen met je kinderen. Ieder op zijn eigen niveau. Internet voorziet in genoeg materiaal, speelse filmpjes en heldere uitleg, om moeiteloos wat gekke houdingen uit te proberen. Kinderen verzinnen algauw hun eigen work out, met veel spel en fantasie. Geen punt, zolang jij je tegelijkertijd kunt verdiepen in oefeningen die bij jou zelf passen. Kinderen genieten ervan om aandacht te krijgen, maar ze zijn er ook dol op om jou te zien stralen. Dat geeft een kind een heel basaal gevoel van rust en geborgenheid: ‘met mijn ouders is het goed’.

Als yoga niet je ding is: ga je weleens spelend tandenpoetsen? Hoe vaak lees je verhaaltjes voor waar jij zelf blij van wordt? Beluister je muziek uit jouw eigen collectie waar je kinderen ook graag naar luisteren?
Simpelweg gelukkig zijn: een utopie?
Waarom zou geluk onbereikbaar zijn? Ik wed dat iedereen wenst dat zijn/haar kinderen gelukkig worden. Waarom beginnen we dan niet met zelf gelukkig te zijn, zodat zij het van ons leren?
We zijn gewend om mondeling over te dragen wat we van belang vinden. Intussen wordt steeds meer bekend dat we sneller leren via ervaring dan via taal.

‘Wees niet bang dat je kinderen niet naar je luisteren. Wees bang dat ze altijd naar je kijken’

zegt de Amerikaanse schrijver Robert Fulghum dan ook terecht. Kinderen leren hoe je kunt leven door naar jou te kijken. Naar de keuze die je maakt, naar de manier waarop je praat, met je emoties omgaat, van je vrije tijd geniet. Dat zijn de ervaringen en vaardigheden die je kinderen opbouwen.
Opgroeien leer je dus vooral door goed naar je ouders te kijken en minder door naar ze te luisteren.

Goed, dit wetende, wat wil je je kinderen laten zien? Wil je dat ze gelukkig zijn? Wees dan zelf gelukkig.

 

Borstvoeding

Het officiële standpunt is dat we vóór zijn. De borst is het beste, zijn zelfs kunstvoedingfabrikanten verplicht te vermelden. De World Health Organization (WHO) adviseert minimaal 6 maanden uitsluitend borstvoeding en tot 2 jaar blijven voeden naast vast voedsel. We weten het wel: het is de perfecte voeding, want op maat gemaakt, altijd voorradig, op temperatuur, de juiste hoeveelheid en samenstelling per moment van de dag voor het kindje. Vacuüm verpakt en op elk gewenst moment beschikbaar. Borstvoeding voorkomt overvoeden. Het bevordert veilige hechting. Borstvoeding resulteert bij jongens in hogere scores op school* en voorkomt bij meisjes vaker infecties**. Het zit tjokvol hormonen die moeder en kind soezerig en liefdevol maken en het is zelfs voorzien van gerichte bouwstoffen voor een jongen als je een zoon hebt, en voor een meisje als je een dochter hebt***. Kortom, het beste onder de zon.
Waarom doet dan niet iedereen het, en stoppen de meeste vrouwen toch binnen een half jaar al met borstvoeding, als het zo geweldig is?

Cultuur

Ik kom tot twee antwoorden. Het eerste antwoord: de sociale omgeving telt zwaar mee, en remt af. We leven in een cultuur waarin borsten niet primair met baby’s geassocieerd worden, maar met sex. Je borsten gebruiken voor voeding – en dan vooral in het openbaar – doet mensen denken aan iets heel anders dan babyvoeding, en kan met afwijzing benaderd worden. En als je ergens niet op zit te wachten tijdens het intieme moeder-en-kindmoment van voeden, is het commentaar van omstanders. Dus kies je er als moeder vaak voor om alleen binnenshuis te voeden. Daarmee wordt de situatie in stand gehouden, want kinderen die vrouwen hun baby zien borstvoeden, zullen vaker zelf later hun kind gaan borstvoeden. Kinderen die niet in aanraking komen met borstvoeding, zullen er zelf ook minder vaak voor kiezen.
Ook vaders hebben het er vaak onverwacht moeilijk mee. Enthousiast in de eerste weken, maar op den duur sta je als vader gevoelsmatig toch aan de zijlijn. Onmachtig om bij te dragen aan iets wezenlijks: je kind voeden. Je vrouw gaat op in het samenzijn met het kind, en je kind richt zich nog sterker op de moeder, waar immers eten en liefde uit stroomt. Dus ook binnenshuis kan er weerstand zijn die de borstvoeding afremt.
Daarbovenop hebben we nog een geëmancipeerde samenleving, waarin moeders zichzelf na drie maandjes met hun kleintje al wegrukken van dit nieuwe leven om weer aan de maatschappij deel te nemen. Omdat het zo hoort. Met een beetje geluk is er een acceptabele kolfruimte op je werk, maar zelfs dan is het nauwelijks vol te houden om je kind te blijven voeden. Kolven is zwaar, en levert minder melk op dan wanneer je kind zelf bij je drinkt. De sociale druk van collega’s of je baas is er ook: je kost immers werktijd terwijl je kolft.
Al met al zijn er veel sociale situaties die allesbehalve pro borstvoeding zijn.

Geld

Het tweede antwoord is simpel: moedermelk doet de kassa niet rinkelen; niemand verdient er iets aan. Het kost geen geld. Leuk voor de ouders, maar dat is niet zo belangrijk. Borstvoeding is zo goedkoop en efficiënt, dat de voedselindustrie er geen slaatje uit kan slaan. Baby’s worden commercieel een heel stuk interessanter wanneer ze kunstmelk krijgen; als ze flesjes en poeder, adviseurs en slabbetjes nodig hebben.

Verandering

Willen we echt het beste voor onze kinderen? Dan hebben we op veel meer terreinen verandering teweeg te brengen. Het uitgedragen standpunt “borstvoeding is het beste”, legt nu teveel verantwoordelijkheid bij de moeder, die eenzaam tegen alle sociale en commerciële belangen in haar kind zo mooi mogelijk groot probeert te krijgen. Maar het is niet de taak van de moeder alleen! Er ligt een taak voor ons allemaal om bij te dragen aan een goede start van de volgende generatie. Die bijdrage schuilt voornamelijk in het hebben van een andere mindset.
Willen we als samenleving evenwichtige, gezond volwassenen, dan hebben we immers een maatschappelijk belang bij het beste begin voor elk kind: borstvoeding.

haal alle poedermelk uit de supermarkt, en geef kunstvoeding op doktersvoorschrift

De vraag aan aanstaande moeders hoort niet te zijn: ‘Ga je borstvoeding geven?’ De vraag is bijvoorbeeld eerder: ‘Hoe lang, vaak, veel, in welke houding, en waar ga je borstvoeding geven?’
Alle vrouwen zijn speciaal ontworpen om hun kind te voeden, dat is gewoon een combipakket dat de natuur ze heeft meegeven. Zwanger raken, kind dragen, baren en voeden. All in. Voor alles geldt dat er uitzonderingen zijn, en voor die uitzonderingen is het prettig dat er hulpmiddelen zijn, zoals er draagmoeders voor uitzonderlijke situaties zijn, en dokters en ziekenhuizen voor een moeilijke bevalling, zo is er kunstmelk voor problemen met je borstvoeding. Het feit dat er kunstmelk, draagmoeders en dokters zijn, betekent niet dat we daar automatisch gebruik van maken. De natuur voorziet in de basis. Laten we die basis dan ook benutten!

Ik zeg: haal alle poedermelk uit de supermarkt, en geef kunstvoeding op doktersvoorschrift in geval van nood. Zo maak je weer helder wat de basis mag zijn, en geef je vrouwen een stuk meer vanzelfsprekendheid mee over de taak van hun eigen borsten.

Januari 2015, Nelleke Bos

*het hormoon oestrogeen in moedermelk, dat jongens zelf niet aanmaken, geeft onder meer extra stressbestendigheid, waardoor scores op rekenen en lezen stijgen ten opzichte van jongens die als baby geen borstvoeding hebben gehad. bron: newscientist.com, “Breastfeeding boosts schoolboys’ brains, not girls'”
**ademhalingsinfecties worden bij meisjes vaker voorkomen wanneer zij borstvoeding krijgen. bron: healthylives.nl. “Borstvoeding beschermt een meisjes baby beter dan een jongen baby”
***in moedermelk zit van nature meer vet, suiker en calcium voor jongens, en er wordt in het geheel meer melk aangemaakt voor meisjes. Bron: scientias.nl/moeder-past-borstvoeding-aan-op-geslacht-van-haar-baby/98181/

Ouderschap. Het echte werk

Ik verlang naar tijd. Tijd om te werken, tijd om al die duizend belangrijke dingen te doen die het leven van me vraagt. Ik heb een – irritante – innerlijke criticus die feitelijk nooit tevreden met mij is. Deze criticus is nooit te beroerd om op te sommen waar ik tekort schiet. Zo memoreert hij: tijdens mijn zwangerschap had ik zeeën van tijd om me voor te bereiden op het moederschap, maar ik deed dat niet. Ik had tijd om lijnen uit te zetten en me te informeren over vormen van opvoeding. Toen had ik het veel te druk met ieder moment van zwanger zijn ervaren, om me ook nog bezig te houden met de onvoorstelbare toekomst. Mijn voornaamste werk bestond uit zitten en zijn. Ademen en zijn. Van het kind dat ik verwachtte, kon ik me simpelweg geen voorstelling maken. Ik kon niet over de grens van de geboorte heen kijken, laat staan kloeke ouderschapsplannen smeden. Ik leefde, zoals dat mooi heet, in het moment.
Nu ben ik moeder. En nu ben ik ook weer werkend mens geworden. De tijd ontbreekt me vaak om te doen wat ik wil doen, zowel thuis als in mijn werk. Zoals veel moeders leef ik in een voortdurende spagaat tussen meetellen in de maatschappij en er zijn voor mijn kind, met een eeuwig groeiende to do list boven mijn hoofd.

De tijd raast onverbiddelijk verder. Elke handeling gaat gedachten vooruit. Een kind vraagt om actie, actie. Een beetje mijmeren is er niet meer bij. Dan herinner ik me mijn zwangere tijd, waarin ik zoveel ruimte had om dingen te doen, terwijl ik de tijd benutte met “zijn”. En ineens valt het kwartje: dat was de beste voorbereiding op ouderschap, en de beste les voor het huidige moment: juist in de hectiek van het zorgen voor je kind heb je het meest aan gewoon “zijn”. Dat stille aanwezig zijn geeft meer rust en vervulling dan al het gejaag om in zaken te slagen. Laat ik, te midden van het werken, zorgen, spelen, verschonen en redderen, ook mijn aanwezigheid de aandacht geven. Ik ben niet een naamloos paar handen dat overal voor zorgt. Ik ben niet een anonieme mama die alles oplost. Ik ben ik, en dat geeft mijn kind vertrouwen in het leven. Er mogen zijn, precies hoe je bent. Dat heb ik mijn kind te leren: aanwezig zijn. Zodat hij zelf als volwassene zo vol vertrouwen kan blijven als hij nu als al kind is.

En die maatschappij waar ik zo gewichtig in wil zijn dan?, piept mijn innerlijke criticus. Ik wil toch geen uitgerangeerde huismoeder worden? Maar wacht eens even…
De maatschappij bestaat uit mensen. Volwassenen die kind zijn geweest, volwassenen die evenwichtiger in het leven staan wanneer zij als kind een solide basis meekregen. Dus mijn grootste maatschappelijke taak is gaande, nú, terwijl ik blokken opstapel en fruithapjes maak. Een kind liefdevol grootbrengen, om de samenleving te verrijken. Mijn criticus mag even op pauze. Want ik ben, net als zoveel ouders, fantastisch bezig, om het moment dat ik pure onverdeelde aandacht geef aan mijn kind. Goed voor mijn kind nu, en goed voor de toekomst.

2015/01/img_2356.jpg

3D de kerst in

Die beroemde en beruchte dagen onder de kerstboom komen er weer aan. Over ingewikkelde familierelaties zal ik even zwijgen; daar wordt al genoeg over gesproken. Deze kerst mijmer ik weg naar het leven voor de iPhone, voor de computer, voor de snoerloze toepassingen.

Reclame voor het moderne digitale leven hoeft niemand te maken; vanzelfsprekend is het het meest begeerlijke wat we ons kunnen voorstellen. Allemaal verlangen we de nieuwste iPhone, de snelste internetbundel, de coolste gadgets voor smartphone en tablet.

Is het werkelijk zo begeerlijk? Zijn we vervuld en gezegend nu we ons omringd weten met digitale techniek?

Picture this: je wilt een spelletje doen. Mens-erger-je-niet. Maar – wat jammer nou! – de dobbelsteen doet het niet. Hoezo niet? Nou gewoon, hij doet het niet. Batterij is op. Of het bestand laadt niet door. De verbinding is weggevallen. Kortom: geen mens-erger-je-niet. Je schudt eens flink met de doos, je gooit nog een keer met de dobbelsteen. Je wacht even, en probeert het dan opnieuw. Tevergeefs.

Het ouderwetse spel is lang zo ergerlijk niet als de moderne realiteit. Op je werk en ook thuis heb je te maken met een continue afhankelijkheid van de middelen die je tot je beschikking hebt. Stroom, verbinding, 3G, 4G, WiFi, updates, voldoende GB om een en ander te laden, ga zo maar door. Zoveel factoren kunnen je flow verstoren! Wil je net even een filmpje kijken, een bijlage openen, een bestand verzenden, een foto maken en dan word je gestoord door haperende techniek, digitale ongemakken. Gefrustreerd en koppig blijf je proberen, want hij moet het doen!

Ik verlang steeds vaker naar de tastbare wereld, hoe zeer ook ik mijn iPhone ook heb omarmd. Niets haalt het bij good old 3D. Een boek van papier en inkt, een bordspel van karton, een schrift om in te schrijven. Trouwe vrienden die er altijd zijn.
Het kantelpunt van oud naar nieuw jaar leent zich fantastisch om alle digitale ergernissen aan de kant te schuiven en ouderwets te spelen met échte dingen.
Veel plezier!

Werkstuk 2.0

IMG_2284-0.JPG

Kinderen lezen niet meer! Ze bewegen niet genoeg, en ze hangen alleen nog maar achter hun computer – waarvan ze afgestompt raken. En zo ken ik nog meer angsten en aannames die soms waar zijn, soms ook niet.
In de Franse tijd was de algemene bezorgdheid dat de Nederlandse taal zou verdwijnen. Toen de fiets in zwang raakte, werd deze geweerd in het verkeer, omdat het glimmende stuur van de fiets de paarden voor de koetsen zou doen schrikken.
Kortom, elk nieuw tijdperk brengt nieuwe onzekerheden met zich mee. We hebben de neiging het nieuwe te verbannen en ons terug te trekken in het oude vertrouwde, maar de jonge generatie doet daar nooit aan mee, dus moeten we tóch mee met de tijd.

Mag ik op je ipad?

Nu hebben we te maken met het digitale tijdperk. We zijn bang dat het gedrukte boek verdwijnt, dat kinderen geen eigen handschrift meer zullen ontwikkelen, dat ze niet meer buiten spelen en ze hun interesse in elkaar en de wereld verliezen.
Ik deel die angst wel, en realiseer me tegelijk dat die angst niets oplevert. Met onze taal is het wel goed gekomen; zelfs het Engels kan het Nederlands niet verjagen, maar die paarden zijn toch maar mooi uit ons straatbeeld verdwenen. Maar soms bewijst de realiteit me ongelijk. Neem vandaag.

“Mag ik op je iPad?” bedelt onze zevenjarige weer eens. Ik wil al zuchtend ‘nee’ zeggen, omdat het geen speelgoed is, en ze er vierkante oogjes van krijgt en zo voort, maar ze legt uit waar haar vraag vandaan komt. Ik heb namelijk een app om naar de sterren te kijken, waar ze dol op is, en nou had ze bedacht dat ze een werkstuk kon maken met sterrenkennis. We speuren samen via de app 360 graden in de rondte naar sterren en planeten. We ontmoeten de maan, Jupiter, en verbazen ons over de Hubble Space Telescope die al vijfentwintig jaar scherpe nachtfoto’s maakt in de ruimte. We bekijken allerlei fantastische eeuwenoude sterrenbeelden en lezen de bijbehorende weetjes. Pure magie, ontsluierd door een internetgestuurde simulatie van ons sterrenstelsel.

Een groot vel papier en stiften komen plots tevoorschijn.

Met volle concentratie en engelengeduld schrijft ze de moeilijke Engels woorden en Latijnse namen op het papier. Jupiter wordt ingekleurd, de stand van de maan nagetekend, en voilà! Een werkstuk – old school – op basis van digitale techniek. Dit meisje verrast me, en geeft me inzicht: een kind is onbevangen, en integreert alles. De nieuwste technologie met de oudste.
Als het nieuwe zich aandient, hoeft dat niet automatisch verlies van het oude te betekenen, maar kan het juist een upgrade zijn. Nieuw plus oud is fusion. Werkstuk 2.0, dank voor de wijze les!