Let your monkey do it

‘Let your monkey do it,’ adviseerde mijn doula* me, als voorbereiding op mijn bevalling. Laat je innerlijke aapje de oerkrachten aanwenden, en vergeet alles wat er in je mensenbrein zit. Je gedachten, je logica, je ratio, ze zullen je tot last zijn wanneer je een kind baart. Je kunt nooit bedenken hoe je zult bevallen, je hebt de krachten van de natuur nodig om je kind op de aarde te zetten. Let your monkey do it.
Nog vaak denk ik aan deze gouden opmerking. Niet alleen bij de bevalling heeft de wijsheid van het aapje me geholpen, maar ook in het moederschap komt het me goed van pas.
Wij mensen hebben namelijk in het ouderschap een collectief probleem. We doen net alsof we vossen zijn. Huh?

Vos, koe of aap?
Ja. Dat zit zo: er zijn in de zoogdierenwereld drie types ouderschap. Je kunt een koe zijn. Dan baar je je kalf, dat wel bij jou drinkt, maar verder zelfstandig de wereld inwandelt. Je kunt een vos zijn. Dan werp je een stel blinde hulpeloze jongen, die je een paar stevige maaltijden voorzet waar ze uren op kunnen teren, en verder laat je ze de hele dag of nacht met broertjes en zusjes in het hol achter om zelf te gaan jagen. Je kunt ook een aap zijn, die een jong baart en dat vervolgens dag en nacht bij zich draagt, om continu naar behoefte bij zich te laten drinken en slapen.
Wij mensen, je raadt het al, horen bij de apen.

Sinds we modern, geëmancipeerd en industrieel zijn gaan leven, past de aapjesstijl niet meer bij ons leefritme.

We gaan de hele dag uit werken en we slapen ‘s nachts graag het klokje rond. We zijn gaan leven als een vos. Dus welke oplossing hebben we gekozen? We proberen onze jongen aan een vossenleefstijl te laten wennen.
We leggen ons jong in een hol en verwachten dat het zich daar uren zoet houdt. We proberen de nachtvoedingen zo snel mogelijk te reduceren tot nul. Doorslapen noemen we dat. En de meeste mensenjonkies doen dat niet, tot grote frustratie van de ouders.
De buurvrouw, je collega en je schoonmoeder vragen belangstellend: ‘En, slaapt hij al door?’ Ondersteunend is deze vraag echter niet, want je voelt de druk, je voelt jezelf als ouder falen: nee, mijn kind slaapt nog niet door! Dat van doorslapen de eerste paar jaar geen sprake hoeft te zijn, vertelt niemand je. Of dat niet-doorslapen een stuk aangenamer wordt wanneer je je baby bij je in bed neemt, zodat je baby bij het wakker worden jouw geruststellende ademhaling hoort, je borst ruikt, en zich gewoon weer lekker omdraait en verder tukt.

Denk er de volgende nacht dat je wakker wordt maar eens aan: we zijn aapjes, geen vosjes.

En apenjonkies zitten vastgeplakt op hun mama. Apenjonkies sabbelen daarbij naar hartelust aan hun mama, en zo hoort het ook.

*doula ~ een heel coole vrouw die ervoor zorgt dat je tijdens je bevalling blijft vertrouwen: ‘ik kan het wèl.’

Geschreven voor Kiind, http://www.kiind.nl

Advertisements

Kraambezoek

‘Wat fijn dat je er bent!’ roept de vriendin bij wie ik op kraambezoek kom vrolijk. ‘Ik heb al gedoucht, want ik was vroeg wakker, dus ik dacht: ik pak mijn kans!’ voegt ze er trots aan toe. Oh ja, zo gaat dat, dacht ik smeltend. Je wordt wakker, en je weet niet hoeveel momenten er die dag zullen zijn om jezelf aan te kleden, naar de wc te gaan, te lunchen. Het leven met een pasgeboren baby oogt heel rustig, want zo’n kleintje slaapt veel. Het is puur gezichtsbedrog.

We hadden afgesproken in de ochtend en ik probeerde haar de kans te geven om het geschikte tijdstip voor mijn komst te kiezen. Zo scherp staat me nog voor de geest dat er in mijn kraamtijd bezoek zou komen, en net als de bel ging, stond ik met mijn handen in een poepluier, of nog erger: viel mijn pukkie net in een slaapje dat wreed verstoord werd door het geluid van die bel. Gekmakend! Dus hoe laat was ik gewenst vandaag? Het doet er niet toe, was het antwoord, want we hebben toch nog geen ritme.

Ritme
Het ritme van de baby is ook zo’n dingetje. Als je van te voren denkt dat je tussen het oeverloze slapen van je baby door met gemak je eigen leven weer in kunt richten – think again! Dat slapen, dat gaat in kleine dutjes, die bij voorkeur op jouw lichaam plaatsvinden. Leg je je heerlijk slapende kindje weg, dan kun je meestal binnen een paar minuten rekenen op een wakkere baby.

De baby van mijn vriendin is ‘al’ negen weken, dus dan zou je onderhand wel een ritme moeten hebben, toch? Welnee, de illusie! Grofweg zit er wel een ritme in. Zoals gemiddeld elke drie uur een voeding. Daar zou je een leuk schemaatje van kunnen maken. Maar wanneer de vraag om melk komt, dat verschilt per dag. De ene keer is de eerste voeding om 7 uur, de volgende om 10. Maar begint je dag om 6 uur, dan schuift het geheel een uur naar voren. En zelfs dan heb je geen enkele garantie. Misschien kiest je baby die dag uit om met de eerste voeding lekker vier uur lang te slapen, of juist maar twee. Daar zit je dan met je schema.

Ontspannen
‘Ik zie mensen buiten lopen met hun kindje. Heel ontspannen ziet dat eruit, alsof ze het heel gezellig hebben. Maar als ik met mijn baby naar buiten ga, ben ik totaal niet relaxed!’ zucht de vriendin.
Herkenbaar? Mijn ‘baby’ is ruim anderhalf, en dus helemaal geen baby meer, en ik herken het nog. Als ik op pad ben met hem, en hij krijgt onderweg honger, een vieze broek of slaap, dan sta ik soms nog met grote stress in de tram of op de markt, en weet ik niet hoe snel ik thuis moet zijn.

Het leven met een kleintje is intens, heel intens, en niemand kan je waarschuwen.

Simpelweg omdat je het mee moet maken om het te kunnen begrijpen. Hoe je het moment van naar buiten gaan probeert te plannen tussen een voeding en verschoning door, op een moment dat je baby blij en rustig is, of slaapt. Dat wil nog weleens lukken, maar dan! Ben je eenmaal buiten en slaapt je baby, dan ben je voortdurend bedacht op de afstand tussen jou en het dichtstbijzijnde punt waar je veilig kunt voeden, troosten en verschonen. Al die dingen gaan niet zo goed in de open lucht tussen vreemde mensen, of in een drukke winkel, op een vol terras. Je hebt in de directe nabijheid een fijne plek nodig om er voor je kindje te zijn. Vijf minuutjes lopen lijkt kort, maar voor een moeder in de kraamtijd – met een huilende baby – is dat een hartverscheurende eeuwigheid. Om een kalme tevreden baby te krijgen, heb je allereerst een kalme moeder nodig. En als kersverse moeder ben je nu net door de bevalling volledig binnenstebuiten gekeerd, en sta je door de hormonen nog flink op de kop.
Zo’n pasgeboren moeder is in de regel niet op haar gemak in de openbare ruimte, zij heeft de vertrouwde beslotenheid van haar huis nodig om te ontspannen. Tegelijkertijd verlangt ze ook naar buitenlucht, en naar onbekommerd wandelen, haar eigen gang gaan, en naar pronken met haar baby in de wereld.
Hoe los je die conflicterende wensen nu op?

De oplossing
Je kunt ervoor kiezen om veilig binnen te blijven en verlangend naar buiten te kijken, je kunt er ook voor kiezen om naar buiten te gaan en de stress van het onthand zijn op de koop toe te nemen.

Mijn ideale oplossing is: zorg er voor dat je zoveel mogelijk in gezelschap bent.

Op het moment dat je als jonge moeder je kraamtijd in je eentje doorbrengt, met wat kraambezoekjes erbij, merk je al gauw dat de dagen lang en zwaar zijn. Is er iemand bij je, dan zijn de uren die je met je baby in je arm wiegend doorbrengt een stuk fijner. Iemand die je een glas water aangeeft terwijl je voedt en de beschuitjes smeert voor bezoek. Iemand die jou en je baby voorziet van mutsjes, luierdoekjes, maxicosi’s of draagdoeken, en je die cruciale peptalk geeft om daadwerkelijk naar buiten te gaan. Iemand die zo nu en dan een foto maakt van jou met je new born, en je bij alles laat weten: dit hoort erbij. Je bent normaal. Je bent niet gek. Alle moeders worstelen met de eerste periode. Je leven staat op zijn kop, en natuurlijk ben je blij, maar het is óók een uitputtingsslag.
Wie leent zich het beste voor deze dankbare functie? Wie staat te popelen om jou als moeder te ondersteunen, en zoveel mogelijk tijd door te brengen met de kleine?

Ik zeg maar iets geks: laten we een vaderverlof instellen voor minimaal de eerste zes weken.

Of nog leuker: een kraamverlof voor papa en mama samen, het eerste half jaar. Om het nieuwe gezin een stevige basis te geven. Een goed begin is het halve werk!

Bewust ouderschap? Over keuzevrijheid en vaccinaties

Als ouder wil ik mijn kind beschermen. Zo goed mogelijk. Beschermen tegen ongelukken, verdriet, ziekte, pijn. Toen ik zwanger was, praatten we veel over het aanstaande ouderschap. Wat was onze visie, en in hoeverre zaten we op één lijn? Het onderwerp ‘vaccinatie’ was het spannendst. Voor ons, als ouders, maar, zo blijkt, ook in de samenleving. Er zijn felle voor- en tegenstanders in het maatschappelijk debat over vaccinatie, en zowel ouders als professionals in beide kampen gaan door het vuur voor hun mening. Het is dan ook geen kleinigheid: er staan levens op het spel.
Het verschil met andere opvoedkundige kwesties is, dat het niet gaat om stijlverschillen als wegwerp- of wasbare luiers, maar om een keuze waarvan de consequenties niet te overzien zijn.

Als ouder neem je de verantwoordelijkheid om goed voor je kind te zorgen. Toch staat er een behoorlijke druk op de ‘vrije’ keuze om wel of niet te vaccineren. Waar gaat het mis?

Keuzes
De tijd waarin wij nu leven, grossiert in uitvindingen die onze ouders of grootouders nog niet kenden. We hebben keuze in onderwerpen waarvan zij het bestaan niet vermoedden. Van soorten jam tot vlees of vega, van type onderwijs tot religieuze stromingen. Aan die keuzevrijheid hangt een behoorlijk prijskaartje: verantwoordelijkheid, en daarmee ook een flinke portie schuldgevoel. We kiezen namelijk nooit goed.

Hoezo? Neem het vraagstuk over vlees, de bio-industrie versus vegetarisme. Vlees eten kun je tegenwoordig nauwelijks meer zonder schuldgevoel doen. Voor mij is een dier gedood dat toch al geen leuk leven leidde, en ik laat daarbij nog eens een immense ecologische voetafdruk achter. De hoeveelheid granen en water dat voor mijn stukje vlees geofferd is, staat niet in verhouding tot het rendement van de maaltijd. Vegetarisch eten is echter allerminst zaligmakend. De bergen met soya die geproduceerd zijn voor mijn vleesvrije burgertje brengen misschien wel net zoveel schade toe aan de aarde. En dan is de kap van tropische regenwouden in mijn naam nog niet meegerekend.
Eet smakelijk dus: kauw maar lekker op je schuld.

Waarom kunnen we het niet goed doen? Omdat we geacht worden onmogelijke keuzes te maken. Het is ondoenlijk om de effecten te overzien van onze keuzes. Als je een stukje kip in de winkel kocht, kon je tot een paar jaar terug redelijkerwijs niet verzinnen dat deze kip slechts een paar weken oud was geworden, nooit daglicht had gezien, nooit zijn eigen voedsel had kunnen pikken, medicatie kreeg en ga zo maar door. Inmiddels weten we dit, en staan we dus elke dag opnieuw voor het dilemma of we deze martelgang ondersteunen, of dat we ons geld uitgeven aan een peperdure duurzame kip of een aardebelastende soyavariant. En dan heb ik het nog niet over de invloed op je eigen gezondheid, die elke keuze met zich meebrengt.

Deze complexe materie zou dan ook niet in onze handen mogen liggen. Je zou moeten erop kunnen vertrouwen dat degene die het product gemaakt heeft, betrouwbaar is, en jou kwaliteit aanbiedt.

Als boodschappen doen een morele daad wordt, verandert je leven in een politiek statement. En ik ken maar zeer weinig mensen die daar gelukkig van worden.

Wat weten we nu echt?
Zo gaat het ook in het vaccinatiedebat. Als kersverse ouder word je geconfronteerd met een thema uit de gezondheidszorg dat nog in de kinderschoenen staat. Nog maar net uit de kraamtijd kun je ervoor kiezen om je baby een serie spuiten geven voor de eigen en de volksgezondheid. Omdat onze overheid duidelijkheid wil scheppen en geen verwarring wil zaaien, biedt het een vaccinatieprogramma aan met zo’n grote stelligheid, dat je wel gek zou zijn om het af te slaan.

De wetenschap is nog heel jong. We hebben nog geen generatie met het complete pakket aan vaccins bejaard zien worden. We hebben nog geen overzicht. We weten nog niet hoe ons lichaam reageert op vaccins, we weten nog niet welke mutaties van bestaande virussen of welke nieuwe ziektes het antwoord zullen zijn op het uitroeien van oude ziektes. We weten niet eens of het mogelijk is om een ziekte uit te roeien, laat staan of dat ethisch wenselijk is. We kunnen dus nog niets zeggen over de gezondheidseffecten van vaccinaties, zeker niet op de lange termijn. Een heel spannend element voor ons als ouders is, dat we al niet kunnen voorspellen of de keuze voor of tegen vaccinatie schade toebrengt aan onze eigen kinderen, maar ook niet aan die van anderen. Wie weet zeker of een gevaccineerd kind het eigen immuunsysteem en dus van de mens verzwakt? Wie weet zeker of een ongevaccineerd kind een ziekte door kan geven en dus een bedreiging is voor andere kinderen? Deze onzekerheden kunnen medicus noch filosoof voor ons wegnemen, en desondanks verlangen we allemaal naar de ultieme wijsheid. Zo staan we al gauw fel tegenover elkaar.

Proefkonijnen
Zonde! Wij ouders, wij willen stuk voor stuk gezonde kinderen grootbrengen. Maar we worden verblind door de onvolledige informatie, en verward door de veelheid aan keuzes, die we met onze lekenkennis niet kunnen maken.

We leven als proefkonijnen in een uit de hand gelopen laboratoriumproject en we reageren onze doodsangst af op elkaar.

In grootmoeders tijd konden we ons beraden op de kennis van de vorige generaties. Doe zoals je moeder doet, dan komt het wel goed. Die luxe kennen wij niet meer, dus zoeken we allemaal onze eigen weg, en vallen we elkaar aan, in plaats van gezamenlijk de aanbieders van deze onverteerbare keuzes terug te fluiten.

Vrij van schuld

Het is tijd voor een meer behapbaar palet aan keuzes. Het is hoog tijd ook dat we elkaars keuze meer respecteren. We mogen elkaar meer erkenning geven: we worstelen met thema’s die ons collectief boven het hoofd groeien. Laten we wat minder energie verspillen aan de moderne angst om de verkeerde keuze te maken, en onszelf bevrijden van de schuld. Laten we wat vaker intunen op de collectieve kennis die we van onze voorvaders en voormoeders meekregen!
Ik vertrouw er graag op dat alle ouders het beste voor hun kinderen willen, ook al handelen ze anders dan ik. We weten allemaal net zo weinig, en dat ligt niet aan ons.

Tropenjaren

Vol energie en een bak goede voornemens kwam ik terug van vakantie. Iedere week een blog was er één van. Een paar weken in de natuur zorgen voor bergen frisse plannen.

En wat gebeurt er op dag twee na de vakantie? Ons zoontje wordt ziek. Dag voornemens. Ga er maar lekker voor zitten: wekenlang hoestpartijen ondersteunen overdag en in de nacht. Niks niet lekker aan de slag terwijl je kind bij de gastouder speelt, het ventje blijft thuis. Aangestoken worden en dus zelf ook hoesten tot je er spierpijn van hebt.

Alsof we niet vlak voor de zomer ook al een griepgolf door het huis hadden zien gaan. Tropenjaren: kleine kinderen zijn schatten, en veel, heel veel werk. Later voelt het alsof het allemaal in een oogwenk voorbij ging, zeggen vrienden dan. Geniet ervan!

Samen slapen

‘Je komt er nooit meer vanaf!’ Dit is de veelgehoorde waarschuwing van deskundigen als het gaat om samen slapen. Je kind moet vanaf de eerste nacht leren om zelf in slaap te vallen, zo is de heersende mening. Waarom? Niet omdat het per definitie beter is voor de ontwikkeling van je kind, blijkbaar, maar uit angst dat het later in zijn leven een hoop opvoedkundig gedoe geeft. 

Angst
Daar wil ik het eens over hebben. Het ziet ernaar uit dat we ons collectief laten regeren door angst. Ik zie het overal. We geven onze kinderen een eigen kamertje uit angst dat ze ons dag en nacht claimen, in plaats van hen de geruststelling van het samenzijn te bieden. We enten ze in uit angst dat ze ziek worden, in plaats van ze toe te vertrouwen aan hun eigen immuunsysteem.

Ik ken mezelf als iemand die behoorlijk overtuigd is van haar eigen visie. Doorgaans handel ik vrij autonoom, en negeer ik niet ter zake doende meningen met gemak. Nu ben ik moeder, pas net. En dat doet iets. Het is een stuk moeilijker om expertise uit te stralen wanneer alles zo vers en pril is. Bovendien raken mijn keuzes nu iemand anders dan mijzelf alleen. Voorheen was ik de enige die geraakt werd als mijn beslissingen een ongewenst effect hadden. Maar nu! Een piepjonge baby heb ik onder mijn hoede – en daar wil ik uiteraard geen enkel foutje mee maken. Van deze onzekerheid hebben meer jonge moeders last. Een buitenkansje voor experts op allerlei opvoedgebied. Vertel die moeders dat Pampers beter is dan wasbare luiers, dat Nutricia beter is dan je borsten, dat thuisbevallingen gevaarlijker zijn dan het ziekenhuis, dat in jouw armen slapen enger is dan een wiegje – en ze geloven het.

 

Ook ik val ten prooi aan de angstretoriek die van hogerhand over mij uitgestrooid wordt. Geheel tegen mijn zin en tegen mijn voornemens in, overigens. Sinds mij een aantal keer achter elkaar is verteld dat ik in feite een grote sufferd ben als ik mijn kind in mijn bed laat slapen, zijn er zorgelijke gedachten in mijn hoofd gekropen. Is het waar? 

Vertrouwen 

De eerste angstgedachte heb ik overwonnen: dat het risico op wiegendood groot is. Ik geloof het gewoon niet. Je voelt zoveel beter aan hoe het met je kind gaat als je bij hem in de buurt bent, dan wanneer hij in een wiegje in een andere kamer ligt… Ik leg hem niet op zijn buik, ik trek geen dekens over zijn hoofd, ik plet hem niet als ik me slapend omdraai. Wat ik wèl doe, is hem helpen zich veilig te voelen door mijn geur te ruiken, mijn aanraking om zich heen te hebben, en zijn ademhaling te reguleren door de mijne te horen. Ik help hem ervaren dat zijn behoeften worden gekend, en dat hij niet of nauwelijks hoeft te schreeuwen om gehoord te worden. Zo vindt de nachtvoeding geregeld plaats in relatieve stilte, doordat ik al bij hem ben voordat hij helemaal wakker is.

De tweede angstgedachte heeft echter wel vat op mij: je komt er nooit meer van af. Al lang voordat ik zelf moeder werd gruwelde ik van ouders die hun kleuter of nog oudere kind lieten inslapen bij hen in bed, of erger: op de bank voor de tv. Zou het waar kunnen zijn dat je er nooit meer vanaf komt? Daarbij vraag ik me wel af waarom de deskundigen nog geen lobby zijn gestart tegen bijvoorbeeld de fopspeen, want daarvan zie je duidelijk dat je er inderdaad nooit meer vanaf komt, tenzij je je kind martelt met een strak straf- en beloningssysteem.

Om van deze angst af te komen, neem ik een uitstapje naar de natuur, mijn grootste inspiratiebron. Wij mensen zijn geen eenlingen. We leven in groepen, zoals apen, en onze jongen worden hulpeloos geboren. Dat betekent dat we ze bij ons moeten dragen, zoals apen, willen ze overleven. De natuur heeft het zo geregeld, dat de jonkies na een poosje zelfstandig worden en los willen van hun ouders. Waarom zou een mensenjong niet beantwoorden aan deze roep? Een baby kent nog geen verschil tussen zichzelf en de wereld, een peuter heeft nog geen privéleven. Een kleuter begint met geheimpjes en kleine eigen projecten, dus vanzelf zal een kind op die leeftijd ook plezier krijgen in alleen slapen.

Elke moeder heeft sterk intuïtieve vermogens over wat past bij haar eigen kind. En daar wil ik meer op vertrouwen dan op vreemde mensen die iets beweren over kinderen in het algemeen.

Nelleke Bos, maart 2014

40 dagen yoga

40 is een heilig getal. In veertig dagen kun je je ontdoen van oude patronen en jezelf nieuwe gewoontes eigen maken. Daarom doe ik mee met de 40-dagen-yoga-uitdaging van mijn yogaleraar, Kitty Steenvoort. Dat die samenvalt met mijn eigen workshop the Artist’s Way komt me mooi uit. Daarbij hoort namelijk de opdracht om elke dag te schrijven. Dat hoeft niet mooi te wezen, juist niet. Mijn schrijven kan bijvoorbeeld ook dom geklaag over de yoga bevatten. Het gaat erom je geest leeg te maken, alle rommelgedachten kwijt te raken, zodat je ‘schoon’ en leeg bent, klaar om mooie dingen op de wereld te gaan zetten.

Elke dag yoga en elke dag schrijven dus – en daar begint de eerste uitdaging. Zeker in een druk gezinsleven.

Het eerste dat ik tegenkom, is dat elke dag anders is. Wat me gisteren gemakkelijk afging, is vandaag een stroeve onderneming, en dat waar ik vandaag tegen opzie, kan weleens reuze meevallen. Je bent geen dag dezelfde, en je kunt in feite nergens op rekenen. Dan de volgende confrontatie om mee af te rekenen. Er zijn natuurlijk mensen die elke dag dezelfde dagindeling hebben, maar net als veel creatievelingen, behoor ik daar niet toe. Chaos en onregelmatigheid zijn mijn basis. Aan mij de taak om elke dag opnieuw een plekje vrij te maken voor mijn beoefening. De ene dag is het in alle vroegte gepiept, de andere dag zet ik me bij het vallen van de nacht nog aan mijn yoga-set.

Vandaag is een mamadag. Die kleine is de hele dag bij me, en toch wil ik graag… Dus hop, yogamat uitgerold en muziek aan. Beginnen maar! Zoonlief dribbelt nieuwsgierig om me heen. Zodra ik start met de liggende oefeningen voor been- en buikspieren, gooit hij zich enthousiast op mijn buik. Klimt op mijn gezicht. Legt zijn oor verbaasd tegen mijn mond als ik zwaarder adem. Hij kraait van plezier. Dan volgt de meditatie. Ik knoop mezelf in halve lotushouding, mijn handen in een mudra, en zing de mantra hardop mee. Dat vindt die kleine pas leuk! Hij rent op zijn korte beentjes van me af, naar me toe, om mee heen. Steeds opnieuw laat hij zich op mijn schoot vallen terwijl ik zing.

Is dit meditatie? Hoort dat niet een serene, stille aangelegenheid te zijn? Ja. Nee. Meditatie, zeg het woord en ik zie blauw gebergte en ijle nevels. De grap is, dat meditatie gaat om stilte van binnen. De wereld hoeft niet stil te worden; de oefening schuilt in jouw innerlijke stilte bewaren te midden van de ruis van de wereld. We zijn zo snel geneigd te verlangen dat onze omgeving verandert, ten behoeve van ons. ‘Als al die mensen om me heen nu eens hun mond hielden, dan kon ik me concentreren.’ Of: ‘Waren de anderen rustig in het verkeer, dan zou ik niet zo opgefokt zijn.’ Het is echt een kunst om jezelf als ijkpunt te nemen, en je centrum in jezelf te vinden. Zo is jouw rust niet meer afhankelijk van je omstandigheden.

Zo beschouwd is mijn zoontje een groot cadeau voor de meditatie: een prachtige kans om volledig bij mijn eigen rust en stilte te blijven, terwijl hij volop mijn aandacht vraagt.Yogakind

(Inspiratie? Kijk eens bij kittysteenvoort.nl wat voor gaafs je met yoga kunt)

Borstvoeding, lekker simpel

Dat borstvoeding ‘het beste is voor je kleintje’, zoals elke kunstvoedingfabrikant flemend beweert*, weten we wel. Maar we worden dag en nacht geconfronteerd met wat we zouden moeten doen, omdat het zo allemachtig góéd is. Van duurzame tuinmeubelen tot plofkip – onze maatschappij zit tjokvol keuzemomenten die stuk voor stuk een beroep doen op ons moreel besef, en daarmee op ons schuldgevoel. Kiezen voor leuk en lekker is er niet meer bij. De makkelijke weg mag je niet meer nemen. Verantwoord moet het wezen. Dat geldt ook voor de babyvoeding. Nog voordat het kleine wonder mama’s veilige buik verlaten heeft, zijn er al tal van morele keuzes gemaakt over het jonge leventje, en sta je als nieuwbakken ouders opnieuw voor een dilemma: borst of fles?

Lekker

Zei iemand maar eens hoe lekker borstvoeding is! Dan deden we het toch zeker allemaal, zonder tussenkomst van lactatiekundigen of de WHO-code die 6 maanden uitsluitend borstvoeding voorschrijft, versus de voedselproducent die baby’s liefst vanaf dag 1 aan de poedermelk ziet, en al na 4 maanden op het kauwen van prakjes aast.
Borstvoeding lekker, zei ik dus? Jawel, en hoe! Ik heb het niet over de smaak. Des te meer over het gevoel van een kindje voeden. Over de rust die er van uitgaat, over het gemak van altijd-bij-de-hand. De soezerige hormonen die vrijkomen bij moeder en kind wanneer de kleine drinkt. De troost die in de melk en moeders nabijheid zit. De liefde die met de melk meestroomt.

Waarom moeten moeders horen hoe lekker het is? Ik geloof dat ik persoonlijk sneller over de streep ga als ik de winst voor mezelf ook zie, om eerlijk te zijn. En zeker in dat oververmoeiende eerste levensjaar van je kind, is het een groot cadeau om iets energiegevends mee te maken. Zoals borstvoeding. Toegegeven, juist in de opstartweken ben je een doorlopende melkmachine, en kost het voeden je ook veel tijd en energie. Je borsten, jijzelf en je baby zijn een intensieve samenwerking met elkaar aan het opzetten, en dat gaat niet altijd vanzelf. Er is gepruts met happende mondjes en lekkende tepels, met stuwing en over- of onderproductie. Zoekende handjes, onkundig nog. Maar dan! Ieder groeit in z’n eigen rol, en weet wat hem/haar te doen staat. Er komt een dag dat je kindje zichzelf aanlegt: zonder omhaal de borst weet te vinden en drinkt. Een tijd ook, dat je de deur uit kunt met een extra luiertje in je tas, en that’s it. Geen fles en poeder mee, geen magnetron nodig in de horeca. Zelfs geen blik op de klok, want borstvoedingsbaby’s zijn niet gebonden aan het meten van uren of centiliters. Geen afwas en geen boodschappen te doen. En had ik al gezegd dat je borsten hun werk gratis doen?

Gebruik je borsten

Dus het argument: ‘borstvoeding is zo lekker makkelijk’ lijkt me heel valide. Er ligt op het moment te veel druk op moeders om het allemaal goed te doen. Ook schijnen we collectief te geloven dat borstvoeding goed, maar erg moeilijk is. Er zouden zoveel manieren van mislukken zijn, dat je net zo goed meteen kunt kiezen voor de fles. Je wordt er faalangstig van. Natuurlijk zijn er vrouwen die het echt wilden, en bij wie het niet lukte. Ondanks alles – en dat is balen!
Maar voor de overigen: lieve mensen, die borsten zijn er niet voor niets. Ze zijn gemáákt voor die baby. Maak het jezelf gemakkelijk en gebruik ze.

Nelleke Bos, februari 2015 | http://www.nachtzonteksten.nl

*nutricia opent elke reclame-uiting ermee, en nestle adverteert zelfs met “borstvoeding is het beste en dient zo lang mogelijk gegeven te worden”

IMG_2893