Waarom we beter niet kunnen leven in het nu

Goeroes en coaches vertellen ons allemaal: leef in het nu. In het verleden wonen woede, spijt en schuld. In de toekomst wonen angst en zorgen. Door stilte, meditatie en ademhaling verander je je toestand en je ervaring. In het nu vind je liefde, vrede, helderheid. Als kind leefden we volledig in het heden, heel krachtig, levendig, vrij en spontaan.

Dat mag waar zijn, echter een cruciaal element vergeten we hier: als kind hadden we dagelijks pijn en verdriet. Een zoekgeraakte knuffel, een geschaafde knie, ruzie met een ander kind in de zandbak. Het spontane zijn-in-het-nu vraagt om overgave aan alles wat er is. Om in je kracht te staan mag je je dus niet druk maken over de zoveelste valpartij of de honderdste keer dat je blokkentoren niet blijft staan. Bovendien moet je volledig door die ervaring van pijn, verdriet of mislukking heen gaan. Je kunt er niet omheen.

Als volwassenen hebben we geleerd te anticiperen op pijn en mislukking, door deze ervaringen in het nu te vermijden. We vluchten naar het veilige verleden (dat kennen we immers) of verpozen in de toekomst. Het heden is weleens te confronterend voor ons. Dit principe te overstijgen vraagt wel iets meer van je dan ‘ademen in het heden’.

We willen best in het nu leven, als dat ‘nu’ prettig zou zijn.

Eerlijk

Klopt het dan niet, en leidt diepe ademhaling en meditatie tot niets? Ik geloof wel degelijk dat er grote wijsheid schuilt in de kracht van de ademhaling, en ook dat de sleutel ligt in het volledig in het nu zijn. Om deze levenswijze te kunnen omarmen, hebben we dan wel meer eerlijkheid nodig over wat het inhoudt. Er zijn veel leraren die het beste met ons voor hebben, maar al te vaak vertellen ze ons niet hoeveel kracht het vraagt om het heden in al zijn facetten in de ogen te kijken. Het heden is niet mooi of lelijk, het is alles. En daar ligt doorgaans ons grootste verzet. We willen best in het nu leven, als dat ‘nu’ prettig zou zijn. En die premisse is niet aan ons.
Averechts effect

Goeroe’s die graag delen in hun geluk, kunnen weleens een averechts effect hebben op ons welbevinden of onze spirituele groei. Doordat wij keer op keer geconfronteerd worden met hoe simpel het eigenlijk is (gewoon diep ademen), raken we gefrustreerd. Boos zelfs, op onszelf. Want waarom hebben we nou nóg geen tijd gemaakt voor die dagelijkse routine, die oh zo eenvoudige meditatie die ons werkelijk tot grote hoogte zal doen stijgen? We voelen ons dom, of lui, of onmachtig. Het moet zo simpel zijn en wij slagen er niet in! Wij modderen nog altijd aan met die zorgen, angsten en schuldgevoelens, die volgens de meesters niet nodig zijn. Au!

Laten we realistisch zijn. Laten we de héle waarheid tonen, en niet alleen het gelukzalige deel. Eerlijk is eerlijk: volledig in het moment zijn, spontaan als een kind, is een kunst. Het eist bereidheid om elk moment als nieuw te betreden, om geen illusie van controle over de materie of je emoties te koesteren, om geen idee te hebben wat er over vijf minuten gebeurt. Het is een vrije val. Succes!

Advertisements

NACHTZON PRESENTEERT: the Artist’s Way op IJburg!

in dit licht

Maak de weg naar je dromen vrij
Durf je te doen wat je droomt? Heb je vuur en creativiteit in overvloed in jouw leven? Of mag het nog wat meer stromen?

WAT GAAN WE DOEN?

We gaan spelen, en laten via spel en oefening onze essentie naar buiten komen. We krijgen inzicht in onze drijfveren en onze blokkades. We kijken naar onze kracht, en ook naar onze demonen. We doen het samen, omdat we in verbinding met anderen verder komen. We stoken ons vuur op.

We gebruiken het boek The Artist’s Way van Julia Cameron, waarin we op constructieve en liefdevolle wijze werken met universele thema’s die je flow vergroten.

Er is koffie, thee en fantastisch gezelschap om je aan te laven. We starten met een korte meditatie, en verder werken we met verfrissende (schrijf-)opdrachten die we deels individueel en deels samen maken.

WAT KUN JE met the Artist’s Way?

View original post 153 more words

Het leven lijkt zo gewoon. Met eten uit pakjes en zakjes, kinderen in een crèche en hun ouders op kantoor, met wifi en slimme foons, met vliegen naar Timboektoe, met ivf en vitaminepillen, met de zieke, de rare en de oude mensen in aparte huizen bij elkaar,

met kernafval en plastic soep. Allemaal normaal. Wat de natuur nog niet gemaakt had, verzint de mens er zelf bij.Ik zie wel veel mensen wakker worden, en een tegengeluid geven. Tegen monsanto, ttip, tegen gasboringen en milieuvervuiling.

Maar het schijnt mij toe dat het veel en veel dieper ligt dan dit soort randverschijnselen. Alsof we als mensensoort een kapitale vergissing begaan hebben op het moment dat we niet meer nomadisch met de dieren en de seizoenen meeleefden, maar een stukje aarde voor onszelf probeerden te claimen. Dat de mens, sinds het begin van de landbouw, alleen maar achteruit is gegaan in ontwikkeling. 

Ja, er zijn prachtige uitvindingen gedaan, en ja, ik ben best dol op mijn iPhone en mijn sneakers en op films en musea, en ja, wat leuk dat ik dankzij onze moderne samenleving wel 90 kan worden. Maar hoe zullen die jaren van ouderdom eruit zien? Wat win ik er werkelijk bij?
Afval

Want toch. Bekruipt mij al lange tijd het gevoel dat we collectief steeds dieper in de penarie zitten. En we weten het zelf niet.

We weten ons geen raad met ons afval, doordat we afval hebben gecreëerd dat niet opgenomen wordt in de natuur. We maken plannen om het in de ruimte te lanceren, en diep in de aarde in te pakken. Uit het zicht. De natuur maakt zelf uitsluitend afbreekbaar afval, en wij mensen, zo slim als we zijn, slagen daar niet in.  

Oerkracht

We doen onderzoek naar gezondheid, en ontdekken dan dat wandelen in het bos heel goed is voor lichaam en geest. We ontdekken dat moeders hun kinderen heel prima zelf kunnen baren en dat baby’s het beste dicht bij hun moeder, aan de borst bijvoorbeeld, opgroeien. We ontdekken dat echt eten, zo uit de grond en zonder pesticiden, best goed voor ons is. Goh. 
Wat is er gebeurd met onze oer, onze kracht, ons deel-van-de-natuur-zijn?
Ik denk weleens dat ik de enige ben. Dat iedereen allang blij is zo. Of dat je gestoord moet zijn om de dingen te zien die ik zie.

En ik ben best optimistisch. Echt. Maar ik vind het leven zo heel ongewoon.

Tijdgebrek

‘Ha,’ dacht ik toen ik in verwachting was, ‘na mijn zwangerschap ga ik fijn schrijven over de ins en outs van het moederschap. Kennis en mooie ervaringen delen.’

Little did I know. Want nu blijkt dat je, eenmaal ouder geworden, niet eens tijd hebt om te lezen. Laat staan om te schrijven. Sinds de geboorte van onze zoon schrijf ik haast uitsluitend in mijn hoofd. In gedachten formuleer ik complete hoofdstukken die – vast! ooit! wie weet! – op papier terechtkomen. Deze denkteksten ontstaan tijdens de afwas en tijdens wandelingen om kindlief slapend te krijgen, op de fiets, onder de douche en op andere onmogelijke plaatsen om pen en papier te nemen en aan de slag te gaan.

Je leest het als het zover is…

Door de tunnel. Leven en dood

Over de dood praten we liever niet. En al helemaal niet in verband met een op handen zijnde geboorte. Nieuw leven is het tegenovergestelde van dood. Toch?
Ik ervaar tijdens mijn zwangerschap juist een grote overeenkomst tussen sterven en geboren worden, en dit maakt mijn vertrouwen in de natuur nog dieper dan het al was. Hoe?
De weg naar het aardse leven en de weg naar de dood is één en dezelfde: je wordt liefdevol verwacht en ontvangen aan de andere kant van de tunnel. En je weet vooraf niet hoe het zal zijn – en of het echt bestaat!

Sinds mijn baby heel groot aan het worden is, en de ruimte in mijn buik krapper, vergelijk ik de aanstaande geboorte met de dood. En nee, dit bedoel ik niet duister. Mijn gedachte is: ík weet wel waar dit kindje naartoe gaat, de reis van de baarmoeder naar de wereld waar wij op hem of haar wachten met alle liefde die we hebben. Misschien weet de baby het zelf ook, misschien ook niet. Stel je voor dat je je hele leven lang – in dit geval is dat 9 maanden – op een plek woont, groeit, je er ontwikkelt, zonder te weten wat er daarna komt. Op een gegeven ogenblik stuwen grootse krachten je naar een nieuwe plek. Het is krap, donker, pijnlijk. Je wordt gedwongen je wereld en je hele leven zoals je dat kent op te geven. Waarom zou je meegaan?
(Aan de andere kant is een ander leven, maar je weet het nog niet. )

Zo kan sterven zijn. De tunnel is donker, nauw en onbekend. Je hebt geen idee waar je reis naartoe gaat. En toch kun je niet anders dan gaan.
Aan de andere kant wordt je liefdevol ontvangen, maar je weet het nog niet. Er zijn mensen die beweren dat er niets is daar, dat alles ophoudt. Er zijn ook mensen die menen te weten dat er ginds op een andere manier ook leven is, dat zielen op je wachten, dat je in
een niet-lichamelijke vorm verdergaat. Dat noemen ze dan God, Allah, Brahma, Nirwana, het licht, of de bron. Maar hoe zul je de waarheid kennen voordat je die zelf ervaren hebt?

Ik stel me mijn baby voor. Hij hoort mijn hart, mijn bloed, mijn stem. Hij voelt dat hij bewogen wordt als ik loop en dat alles in hem en om hem heen tot rust komt als ik slaap. Mag hij erop vertrouwen dat er buiten de hem vertrouwde wereld nog een andere wereld wacht? Besta ik ‘echt’ of ben ik een product van zijn geest? Verzint hij mij? Wie vertelt hem dat hij gerust door de tunnel kan reizen, en dat hij na aankomst in mijn armen zal liggen?
Lang niet alle mensen op aarde horen de stem van God. Vertrouwen dat er toch een beschermend geheel om jou heen bestaat, is dan een hele kunst.
Ik fluister het mijn baby daarom zo vaak mogelijk in, zodat hij hopelijk met veel vertrouwen aan zijn reis beginnen zal.

Nelleke Bos, winter 2013

Moederschap all consuming?

Moeder zijn en ook geliefde. Mannen en vrouwen die net ouders zijn geworden weten dat deze combinatie een moeilijke is. Mijn lief moet met lichte jaloezie aanzien hoe verliefd ik naar ons kindje kijk, met een aandacht die ik mijn lief in geen tijden heb geschonken. Moeder zijn en werknemer, collega, zzp-er. Al net zo taai. Kon een geslaagde tekst me voorheen een geslaagd gevoel geven, nu ben ik vooral enthousiast als ik mijn baby met succes in slaap heb gezongen. Moeder zijn èn nog iets anders – kun je eigenlijk wel iets zijn naast het moederschap?

Auteur Marie Darieussecq beschrijft in haar boek “de baby” hoe versnipperd haar vrije momenten zijn. Ze illustreert dit door haar teksten in brokjes te verdelen, gemarkeerd door asterisken telkens wanneer de baby haar aandacht vraagt tijdens het schrijven. Zo ongeveer elke zes regels verschijnt er een * in haar teksten. Veelzeggend. Ook vraagt zij zich af of je überhaupt wel schrijver kunt zijn als je ook moeder bent, of vervangt het een het ander?

Het moederschap is geen part time job. Het vraagt ALLES van je. Tegelijkertijd is onze maatschappij niet meer ingericht op full time moeders. Het is de bedoeling dat vrouwen hun werk vlot na de bevalling weer oppakken en als normaal functionerende wezens doorgaan. Is dit reëel?

Tijdens mijn zwangerschap meende ik van wel. Als doorgewinterde zzp-er vond ik dat ik onder alle omstandigheden mijn werk zou moeten kunnen uitvoeren. Nu, met een bijna half jaar oude baby in mijn leven, betwijfel ik het zeer. Babylief ligt terwijl ik dit schrijf voor mijn neus te spelen. Beentjes in de lucht, zacht voor zich uit brabbelend. Het ziet er idyllisch uit, maar schijn bedriegt. Een halve minuut gaat dit prima, en soms langer. Er zijn heel wat activiteiten die je in enkele minuten kunt ondernemen, je wordt er ook steeds vaardiger in. De diepte bereik je echter niet. Echt ‘in je werk duiken’ of je concentreren is er niet meer bij, en misschien nog belangrijker: je kunt met een kind om je heen nergens meer op rekenen. Werken tijdens dutjes zal de ene dag slagen en de volgende totaal niet. Een planning maken? Vergeet het maar. Op basis van geluk zul je korte momenten vinden.

Is dit erg? Ik denk van niet. Wat wel erg is, is dat we ervan uitgaan dat het leven zo soepel verder gaat na een omvattende  gebeurtenis als geboorte.

Als vrouw heb je daardoor, als je niet oppast, vrijwel continu het gevoel dat je niet voldoet, je werkt niet genoeg, en je moedert niet genoeg. De rust ontbreekt je om te werken, de rust ontbreekt je om je over te geven aan het moederschap. Wat ruimte hiervoor in de samenleving zou goed doen! Maar laat ik simpel beginnen, bij mezelf. Ik geef mezelf toestemming om er volledig te zijn voor mijn kind. En als het klopt in het ritme van mijn baby, sta ik mezelf toe om er volledig te zijn voor mijn werk. Welke vorm dot precies krijgt, is me nog een raadsel, maar de mindset geeft alvast meer ruimte. Alles combineren hoeft niet altijd.

Gelukkig ouderschap. Wat geluk doet voor jou èn je kinderen

Kinderen krijgen is het mooiste dat je kan overkomen. Ouderschap is de zwaarste baan ter wereld. Allebei waar, toch? Daarnaast wil je dat jij een goede ouder bent, dat je kinderen gelukkig zijn, en dan wil je zelf ook nog geluk proeven. Gaat dit samen? Een goede ouder kun je zijn op vele manieren. Volgens het boekje, volgens je idealen, alles keurig zoals het hoort, of als tegenreactie op je eigen kindertijd, verzin het maar.

De strategie die ik zelden hoor, is opvoeden vanuit je eigen plezier. Is het mogelijk om met je kinderen te genieten terwijl je opvoedt – en niet alleen in de ‘vrije tijd’ tussen de opvoedmomenten door? Terwijl jij in je eigen flow bent, dingen doet waar jij van houdt, je kinderen daar moeiteloos in mee gaan en nog gelukkig groot worden ook?

Geluktip 1

Gelukkig zijn is niet de afwezigheid van ongeluk, maar het opgaan in wat je doet. Ramen lappen, verplicht nummer? Het hoeft niet! Als je er een schoonmaakfeestje van maakt met je kinderen, kan het een dolle boel worden. Schuilt er misschien plezier in ‘saaie’ klussen? Kan haasten voor schooltijd ook een spannende wedstrijd worden?

Bovenstaand klinkt misschien logisch, maar ga eens na hoe vaak je verlangt naar ‘kinderbedtijd’, zodat je eindelijk een moment voor jezelf hebt. Opvoedtijd geldt niet als vrije tijd, zo lijkt de heersende ervaring te zijn. Nadat kinderen generaties lang zijn grootgebracht om dienstbaar te zijn aan hun ouders, hun familie en het werk dat gedaan moest worden, hebben we nu de luxe om onze kinderen te geven wat hun hartje begeert. We geven hen zoveel mogelijk onze aandacht als we thuis zijn. In feite zijn we nu dienstbaar geworden aan de kinderen. Natuurlijk speelt mee dat de meesten van ons tweeverdieners zijn, waardoor de tijd met de kinderen kostbaar is geworden.

Vakantie, vrije tijd en persoonlijke ontwikkeling zijn tegenwoordig weliswaar gemeengoed geworden, dat betekent niet dat we automatisch experts zijn geworden in geluk of in genieten. Het idee dat plezier maken met je kinderen samen kan gaan met zelf genieten, en dat dit ook nog eens getuigt van goed opvoeden is nou niet bepaald vanzelfsprekend. We zorgen voor alle nuttige taken, van eten koken tot ruzies beslechten, rapporten bespreken en hun beeldscherm-uren reguleren. Of we hebben quality time met de kinderen. Dat houdt in dat we iets doen waar zij echt zin in hebben. Tot een vervullende combinatie van belangen komt het niet vaak.

Geluktip 2

‘Ik heb zoveel zin om weer aan yoga te beginnen,’ zucht een vriendin. ‘Maar waar vind ik de tijd om dat te doen?’

Hier is een ‘wild’ idee: doe yoga samen met je kinderen. Ieder op zijn eigen niveau. Internet voorziet in genoeg materiaal, speelse filmpjes en heldere uitleg, om moeiteloos wat gekke houdingen uit te proberen. Kinderen verzinnen algauw hun eigen work out, met veel spel en fantasie. Geen punt, zolang jij je tegelijkertijd kunt verdiepen in oefeningen die bij jou zelf passen. Kinderen genieten ervan om aandacht te krijgen, maar ze zijn er ook dol op om jou te zien stralen. Dat geeft een kind een heel basaal gevoel van rust en geborgenheid: ‘met mijn ouders is het goed’.

Als yoga niet je ding is: ga je weleens spelend tandenpoetsen? Hoe vaak lees je verhaaltjes voor waar jij zelf blij van wordt? Beluister je muziek uit jouw eigen collectie waar je kinderen ook graag naar luisteren?

 Simpelweg gelukkig zijn: een utopie?

Waarom zou geluk onbereikbaar zijn? Ik wed dat iedereen wenst dat zijn/haar kinderen gelukkig worden. Waarom beginnen we dan niet met zelf gelukkig te zijn, zodat zij het van ons leren?

We zijn gewend om mondeling over te dragen wat we van belang vinden. Intussen wordt steeds meer bekend dat we sneller leren via ervaring dan via taal.

‘Wees niet bang dat je kinderen niet naar je luisteren. Wees bang dat ze altijd naar je kijken,’ zegt de Amerikaanse schrijver Robert Fulghum dan ook terecht. Kinderen leren hoe je kunt leven door naar jou te kijken. Naar de keuze die je maakt, naar de manier waarop je praat, met je emoties omgaat, van je vrije tijd geniet. Dat zijn de ervaringen en vaardigheden die je kinderen opbouwen.

Opgroeien leer je dus vooral door goed naar je ouders te kijken en minder door naar ze te luisteren. Goed, dit wetende, wat wil je je kinderen laten zien? Wil je dat ze gelukkig zijn? Wees dan zelf gelukkig.