Waarom we beter niet kunnen leven in het nu

Goeroes en coaches vertellen ons allemaal: leef in het nu. In het verleden wonen woede, spijt en schuld. In de toekomst wonen angst en zorgen. Door stilte, meditatie en ademhaling verander je je toestand en je ervaring. In het nu vind je liefde, vrede, helderheid. Als kind leefden we volledig in het heden, heel krachtig, levendig, vrij en spontaan.

Dat mag waar zijn, echter een cruciaal element vergeten we hier: als kind hadden we dagelijks pijn en verdriet. Een zoekgeraakte knuffel, een geschaafde knie, ruzie met een ander kind in de zandbak. Het spontane zijn-in-het-nu vraagt om overgave aan alles wat er is. Om in je kracht te staan mag je je dus niet druk maken over de zoveelste valpartij of de honderdste keer dat je blokkentoren niet blijft staan. Bovendien moet je volledig door die ervaring van pijn, verdriet of mislukking heen gaan. Je kunt er niet omheen.

Als volwassenen hebben we geleerd te anticiperen op pijn en mislukking, door deze ervaringen in het nu te vermijden. We vluchten naar het veilige verleden (dat kennen we immers) of verpozen in de toekomst. Het heden is weleens te confronterend voor ons. Dit principe te overstijgen vraagt wel iets meer van je dan ‘ademen in het heden’.

We willen best in het nu leven, als dat ‘nu’ prettig zou zijn.

Eerlijk

Klopt het dan niet, en leidt diepe ademhaling en meditatie tot niets? Ik geloof wel degelijk dat er grote wijsheid schuilt in de kracht van de ademhaling, en ook dat de sleutel ligt in het volledig in het nu zijn. Om deze levenswijze te kunnen omarmen, hebben we dan wel meer eerlijkheid nodig over wat het inhoudt. Er zijn veel leraren die het beste met ons voor hebben, maar al te vaak vertellen ze ons niet hoeveel kracht het vraagt om het heden in al zijn facetten in de ogen te kijken. Het heden is niet mooi of lelijk, het is alles. En daar ligt doorgaans ons grootste verzet. We willen best in het nu leven, als dat ‘nu’ prettig zou zijn. En die premisse is niet aan ons.
Averechts effect

Goeroe’s die graag delen in hun geluk, kunnen weleens een averechts effect hebben op ons welbevinden of onze spirituele groei. Doordat wij keer op keer geconfronteerd worden met hoe simpel het eigenlijk is (gewoon diep ademen), raken we gefrustreerd. Boos zelfs, op onszelf. Want waarom hebben we nou nóg geen tijd gemaakt voor die dagelijkse routine, die oh zo eenvoudige meditatie die ons werkelijk tot grote hoogte zal doen stijgen? We voelen ons dom, of lui, of onmachtig. Het moet zo simpel zijn en wij slagen er niet in! Wij modderen nog altijd aan met die zorgen, angsten en schuldgevoelens, die volgens de meesters niet nodig zijn. Au!

Laten we realistisch zijn. Laten we de héle waarheid tonen, en niet alleen het gelukzalige deel. Eerlijk is eerlijk: volledig in het moment zijn, spontaan als een kind, is een kunst. Het eist bereidheid om elk moment als nieuw te betreden, om geen illusie van controle over de materie of je emoties te koesteren, om geen idee te hebben wat er over vijf minuten gebeurt. Het is een vrije val. Succes!

Advertisements

Bewust ouderschap? Over keuzevrijheid en vaccinaties

Als ouder wil ik mijn kind beschermen. Zo goed mogelijk. Beschermen tegen ongelukken, verdriet, ziekte, pijn. Toen ik zwanger was, praatten we veel over het aanstaande ouderschap. Wat was onze visie, en in hoeverre zaten we op één lijn? Het onderwerp ‘vaccinatie’ was het spannendst. Voor ons, als ouders, maar, zo blijkt, ook in de samenleving. Er zijn felle voor- en tegenstanders in het maatschappelijk debat over vaccinatie, en zowel ouders als professionals in beide kampen gaan door het vuur voor hun mening. Het is dan ook geen kleinigheid: er staan levens op het spel.
Het verschil met andere opvoedkundige kwesties is, dat het niet gaat om stijlverschillen als wegwerp- of wasbare luiers, maar om een keuze waarvan de consequenties niet te overzien zijn.

Als ouder neem je de verantwoordelijkheid om goed voor je kind te zorgen. Toch staat er een behoorlijke druk op de ‘vrije’ keuze om wel of niet te vaccineren. Waar gaat het mis?

Keuzes
De tijd waarin wij nu leven, grossiert in uitvindingen die onze ouders of grootouders nog niet kenden. We hebben keuze in onderwerpen waarvan zij het bestaan niet vermoedden. Van soorten jam tot vlees of vega, van type onderwijs tot religieuze stromingen. Aan die keuzevrijheid hangt een behoorlijk prijskaartje: verantwoordelijkheid, en daarmee ook een flinke portie schuldgevoel. We kiezen namelijk nooit goed.

Hoezo? Neem het vraagstuk over vlees, de bio-industrie versus vegetarisme. Vlees eten kun je tegenwoordig nauwelijks meer zonder schuldgevoel doen. Voor mij is een dier gedood dat toch al geen leuk leven leidde, en ik laat daarbij nog eens een immense ecologische voetafdruk achter. De hoeveelheid granen en water dat voor mijn stukje vlees geofferd is, staat niet in verhouding tot het rendement van de maaltijd. Vegetarisch eten is echter allerminst zaligmakend. De bergen met soya die geproduceerd zijn voor mijn vleesvrije burgertje brengen misschien wel net zoveel schade toe aan de aarde. En dan is de kap van tropische regenwouden in mijn naam nog niet meegerekend.
Eet smakelijk dus: kauw maar lekker op je schuld.

Waarom kunnen we het niet goed doen? Omdat we geacht worden onmogelijke keuzes te maken. Het is ondoenlijk om de effecten te overzien van onze keuzes. Als je een stukje kip in de winkel kocht, kon je tot een paar jaar terug redelijkerwijs niet verzinnen dat deze kip slechts een paar weken oud was geworden, nooit daglicht had gezien, nooit zijn eigen voedsel had kunnen pikken, medicatie kreeg en ga zo maar door. Inmiddels weten we dit, en staan we dus elke dag opnieuw voor het dilemma of we deze martelgang ondersteunen, of dat we ons geld uitgeven aan een peperdure duurzame kip of een aardebelastende soyavariant. En dan heb ik het nog niet over de invloed op je eigen gezondheid, die elke keuze met zich meebrengt.

Deze complexe materie zou dan ook niet in onze handen mogen liggen. Je zou moeten erop kunnen vertrouwen dat degene die het product gemaakt heeft, betrouwbaar is, en jou kwaliteit aanbiedt.

Als boodschappen doen een morele daad wordt, verandert je leven in een politiek statement. En ik ken maar zeer weinig mensen die daar gelukkig van worden.

Wat weten we nu echt?
Zo gaat het ook in het vaccinatiedebat. Als kersverse ouder word je geconfronteerd met een thema uit de gezondheidszorg dat nog in de kinderschoenen staat. Nog maar net uit de kraamtijd kun je ervoor kiezen om je baby een serie spuiten geven voor de eigen en de volksgezondheid. Omdat onze overheid duidelijkheid wil scheppen en geen verwarring wil zaaien, biedt het een vaccinatieprogramma aan met zo’n grote stelligheid, dat je wel gek zou zijn om het af te slaan.

De wetenschap is nog heel jong. We hebben nog geen generatie met het complete pakket aan vaccins bejaard zien worden. We hebben nog geen overzicht. We weten nog niet hoe ons lichaam reageert op vaccins, we weten nog niet welke mutaties van bestaande virussen of welke nieuwe ziektes het antwoord zullen zijn op het uitroeien van oude ziektes. We weten niet eens of het mogelijk is om een ziekte uit te roeien, laat staan of dat ethisch wenselijk is. We kunnen dus nog niets zeggen over de gezondheidseffecten van vaccinaties, zeker niet op de lange termijn. Een heel spannend element voor ons als ouders is, dat we al niet kunnen voorspellen of de keuze voor of tegen vaccinatie schade toebrengt aan onze eigen kinderen, maar ook niet aan die van anderen. Wie weet zeker of een gevaccineerd kind het eigen immuunsysteem en dus van de mens verzwakt? Wie weet zeker of een ongevaccineerd kind een ziekte door kan geven en dus een bedreiging is voor andere kinderen? Deze onzekerheden kunnen medicus noch filosoof voor ons wegnemen, en desondanks verlangen we allemaal naar de ultieme wijsheid. Zo staan we al gauw fel tegenover elkaar.

Proefkonijnen
Zonde! Wij ouders, wij willen stuk voor stuk gezonde kinderen grootbrengen. Maar we worden verblind door de onvolledige informatie, en verward door de veelheid aan keuzes, die we met onze lekenkennis niet kunnen maken.

We leven als proefkonijnen in een uit de hand gelopen laboratoriumproject en we reageren onze doodsangst af op elkaar.

In grootmoeders tijd konden we ons beraden op de kennis van de vorige generaties. Doe zoals je moeder doet, dan komt het wel goed. Die luxe kennen wij niet meer, dus zoeken we allemaal onze eigen weg, en vallen we elkaar aan, in plaats van gezamenlijk de aanbieders van deze onverteerbare keuzes terug te fluiten.

Vrij van schuld

Het is tijd voor een meer behapbaar palet aan keuzes. Het is hoog tijd ook dat we elkaars keuze meer respecteren. We mogen elkaar meer erkenning geven: we worstelen met thema’s die ons collectief boven het hoofd groeien. Laten we wat minder energie verspillen aan de moderne angst om de verkeerde keuze te maken, en onszelf bevrijden van de schuld. Laten we wat vaker intunen op de collectieve kennis die we van onze voorvaders en voormoeders meekregen!
Ik vertrouw er graag op dat alle ouders het beste voor hun kinderen willen, ook al handelen ze anders dan ik. We weten allemaal net zo weinig, en dat ligt niet aan ons.

Samen slapen

‘Je komt er nooit meer vanaf!’ Dit is de veelgehoorde waarschuwing van deskundigen als het gaat om samen slapen. Je kind moet vanaf de eerste nacht leren om zelf in slaap te vallen, zo is de heersende mening. Waarom? Niet omdat het per definitie beter is voor de ontwikkeling van je kind, blijkbaar, maar uit angst dat het later in zijn leven een hoop opvoedkundig gedoe geeft. 

Angst
Daar wil ik het eens over hebben. Het ziet ernaar uit dat we ons collectief laten regeren door angst. Ik zie het overal. We geven onze kinderen een eigen kamertje uit angst dat ze ons dag en nacht claimen, in plaats van hen de geruststelling van het samenzijn te bieden. We enten ze in uit angst dat ze ziek worden, in plaats van ze toe te vertrouwen aan hun eigen immuunsysteem.

Ik ken mezelf als iemand die behoorlijk overtuigd is van haar eigen visie. Doorgaans handel ik vrij autonoom, en negeer ik niet ter zake doende meningen met gemak. Nu ben ik moeder, pas net. En dat doet iets. Het is een stuk moeilijker om expertise uit te stralen wanneer alles zo vers en pril is. Bovendien raken mijn keuzes nu iemand anders dan mijzelf alleen. Voorheen was ik de enige die geraakt werd als mijn beslissingen een ongewenst effect hadden. Maar nu! Een piepjonge baby heb ik onder mijn hoede – en daar wil ik uiteraard geen enkel foutje mee maken. Van deze onzekerheid hebben meer jonge moeders last. Een buitenkansje voor experts op allerlei opvoedgebied. Vertel die moeders dat Pampers beter is dan wasbare luiers, dat Nutricia beter is dan je borsten, dat thuisbevallingen gevaarlijker zijn dan het ziekenhuis, dat in jouw armen slapen enger is dan een wiegje – en ze geloven het.

 

Ook ik val ten prooi aan de angstretoriek die van hogerhand over mij uitgestrooid wordt. Geheel tegen mijn zin en tegen mijn voornemens in, overigens. Sinds mij een aantal keer achter elkaar is verteld dat ik in feite een grote sufferd ben als ik mijn kind in mijn bed laat slapen, zijn er zorgelijke gedachten in mijn hoofd gekropen. Is het waar? 

Vertrouwen 

De eerste angstgedachte heb ik overwonnen: dat het risico op wiegendood groot is. Ik geloof het gewoon niet. Je voelt zoveel beter aan hoe het met je kind gaat als je bij hem in de buurt bent, dan wanneer hij in een wiegje in een andere kamer ligt… Ik leg hem niet op zijn buik, ik trek geen dekens over zijn hoofd, ik plet hem niet als ik me slapend omdraai. Wat ik wèl doe, is hem helpen zich veilig te voelen door mijn geur te ruiken, mijn aanraking om zich heen te hebben, en zijn ademhaling te reguleren door de mijne te horen. Ik help hem ervaren dat zijn behoeften worden gekend, en dat hij niet of nauwelijks hoeft te schreeuwen om gehoord te worden. Zo vindt de nachtvoeding geregeld plaats in relatieve stilte, doordat ik al bij hem ben voordat hij helemaal wakker is.

De tweede angstgedachte heeft echter wel vat op mij: je komt er nooit meer van af. Al lang voordat ik zelf moeder werd gruwelde ik van ouders die hun kleuter of nog oudere kind lieten inslapen bij hen in bed, of erger: op de bank voor de tv. Zou het waar kunnen zijn dat je er nooit meer vanaf komt? Daarbij vraag ik me wel af waarom de deskundigen nog geen lobby zijn gestart tegen bijvoorbeeld de fopspeen, want daarvan zie je duidelijk dat je er inderdaad nooit meer vanaf komt, tenzij je je kind martelt met een strak straf- en beloningssysteem.

Om van deze angst af te komen, neem ik een uitstapje naar de natuur, mijn grootste inspiratiebron. Wij mensen zijn geen eenlingen. We leven in groepen, zoals apen, en onze jongen worden hulpeloos geboren. Dat betekent dat we ze bij ons moeten dragen, zoals apen, willen ze overleven. De natuur heeft het zo geregeld, dat de jonkies na een poosje zelfstandig worden en los willen van hun ouders. Waarom zou een mensenjong niet beantwoorden aan deze roep? Een baby kent nog geen verschil tussen zichzelf en de wereld, een peuter heeft nog geen privéleven. Een kleuter begint met geheimpjes en kleine eigen projecten, dus vanzelf zal een kind op die leeftijd ook plezier krijgen in alleen slapen.

Elke moeder heeft sterk intuïtieve vermogens over wat past bij haar eigen kind. En daar wil ik meer op vertrouwen dan op vreemde mensen die iets beweren over kinderen in het algemeen.

Nelleke Bos, maart 2014

God?

cropped-img_0030.jpg

Ben jij gelovig? Hoor jij bij een kerk of andere officiële club die jouw geloof bevestigt?
Ik heb mezelf nooit gelovig genoemd, laat staan aangesloten bij een groep die een bepaald geloof uitdraagt. Wel ben ik spiritueel aangelegd. Ik voel me diep thuis bij de sjamanistische levenswijze, bij de yogatraditie, bij de sufi’s, bij de christelijke weg. Scheppingsverhalen uit Australië, Zuid-Amerika, IJsland, Afrika, Griekenland: prachtig. Het zijn stuk voor stuk versies van de mythische werkelijkheid die betekenis geeft aan ons bestaan. Kiezen vind ik niet nodig. Mijn geloof is breed, heel breed.

Te breed, zo blijkt.

Van kinds af aan heb ik een sterk gevoel bij “God”. Als overal op de wereld mensen bedenken dat god bestaat, zo redeneerde ik als kind, dan moet het toch waar zijn? Ook later bleef een zeker besef van het hogere bij me. De wereld waarin ik leef is zo bezield en zo vol van genie, dat kan geen toeval zijn, dat is geen willekeurige som van celdelingen. Alles wat ik zie is god. De sterren, de aarde, wijzelf. Geen man met een baard die op een wolk over ons regeert en bepaalt. Geen rechter die goed van fout onderscheidt. Geen mensachtig wezen dat bepaalt wat de juiste weg is om te gaan. Nee, mijn god is oneindig veel subtieler en aanweziger dan dat.
Ik praat nooit over god. Ik beweeg me tussen kerk en yogamat. Zing mantra’s en joiks. Voor mij hoeft er geen labeltje op, ik hoef de grenzen niet in te kleuren. Heilig is heilig.
Het gesprek dat ik vandaag voerde over Jezus, god & geloof, was intens. De man tegenover me was oprecht, invoelend en vol liefde. Als hij de naam van Jezus noemde, werd de kamer lichter. Hij meende wat hij zei: Jezus is zijn vriend en zijn redding. Ik werd blij van zijn woorden, en kon me er in vinden. Ja, Jezus is een wijze oprechte heilige mens. Maar mijn ‘geloof’ in Jezus bleek niet goed genoeg, want ik zei niet dat hij de enige was. Ik zei dat hij net zo mooi en goed was als Boeddha.

 

De man noemt mij een zoeker. Een zoekende mens, die Jezus nog niet gevonden heeft. Hij ziet niet wat ik zie: ik heb Jezus al gevonden, en hij staat stralend naast de rest.

Al heel lang wil ik een labyrint maken waar alle religies een plek in vinden. Een pad dat iedereen mag lopen, ieder met een eigen gebed. Vandaag wil ik dat labyrint zijn. Alles in mij verenigen. Laat mij gedoopt en ingewijd worden in alles wat er is. God woont overal.
Moet je gedoopt worden om bij god te horen? Ben je niet al bij god van geboorte?

Ontmoeting

Met kleine puk op de arm stap ik in de tram. Een meneer maakt op voorhand al ruimte voor ons en maakt uitgebreid oogcontact met mijn kindje. Meteen weet ik al: dit wordt gezellig.

Sinds ik moeder ben, krijg ik veel aandacht op straat, of beter gezegd: de baby krijgt alle aandacht, en ik kijk meestal verwonderd toe. De eerste maanden had ik mijn handen vol aan het beschermen van mijn kindje: mensen komen ongevraagd dichtbij, strooien hun commentaar over je uit en denken soms zomaar te kunnen baby-aaien. Baby’s hebben een enorme aantrekkingskracht op vrijwel iedereen, zo heb ik gemerkt. Eenmaal een aantal maanden op aarde, nam mijn kleintje het vanzelf over: stond iemand hem niet aan, dan zette hij het gewoon op een brullen. Efficiënte zelfbescherming!

Maar goed, nu hij ruim een jaar is, weet hij prima te kiezen wie hij wel en niet in zijn buurt blieft, en oogst hij nog steeds geregeld sjans van wildvreemden. Zo ook nu.

De meneer in de tram complimenteert mijn zoon met zijn prachtige schoenen en zijn mooie haar. Zoonlief neemt het lachend in ontvangst. Hij praat nog niet, maar begrijpt ongetwijfeld de positieve lading van het gesprek. Meneer neemt zijn hoed voor hem af en vertrouwt ons met een twinkeling in zijn ogen toe dat hijzelf een flinke bos krullen had, voordat hij kaal werd.


Terwijl hij nog wat babbelt en knipoogjes uitdeelt, besef ik dat wij volwassenen naar elkaar toe zo vaak gesloten zijn, terwijl we elkaar zoveel moois te bieden hebben. Zonder mijn kind bij me had ik nooit zo met deze man gesproken. Welke prachtige kansen laten we niet lopen?


Langs Artis rijdend komen we op een serieuzer gespreksonderwerp. “Kinderen van nu zijn gevoeliger,” meent de man. Ze houden extra veel van dieren en natuur, om te compenseren voor alle verdriet en botsingen die nu in de wereld zijn, zo legt hij uit. “Zoals geld, dat werkt niet! Kijk naar medicijnen. Een simpele hoestdrank kost 8 euro. Maak ik het thuis, dan ben ik voor 2 euro klaar. Maar dat mag niet, daar wordt niet genoeg aan verdiend.” Mensen gezond maken is ook al niet goed voor de economie, vertelt hij vervolgens. De ziektes wordt allemaal in stand gehouden. Ze worden onderdrukt, maar niet werkelijk genezen. De toekomst gaat heel anders worden, daarvan is hij overtuigd. “Deze kinderen gaan het veranderen!”

Dit alles betoogt hij op vriendelijke en rustige toon, in nogal gebroken Nederlands, maar toch zo helder. Hij slaagt er bovendien in om op speelse wijze de aandacht vast te houden van mijn kleine boef, die met een gefascineerde blik tegenover de man zit.


Zijn halte. De man zet zijn hoed weer op, en mijn jochie zwaait naar hem. Hij smelt zichtbaar, zwaait nog eens en wandelt de tram uit. Dag mooie meneer.

40 dagen yoga

40 is een heilig getal. In veertig dagen kun je je ontdoen van oude patronen en jezelf nieuwe gewoontes eigen maken. Daarom doe ik mee met de 40-dagen-yoga-uitdaging van mijn yogaleraar, Kitty Steenvoort. Dat die samenvalt met mijn eigen workshop the Artist’s Way komt me mooi uit. Daarbij hoort namelijk de opdracht om elke dag te schrijven. Dat hoeft niet mooi te wezen, juist niet. Mijn schrijven kan bijvoorbeeld ook dom geklaag over de yoga bevatten. Het gaat erom je geest leeg te maken, alle rommelgedachten kwijt te raken, zodat je ‘schoon’ en leeg bent, klaar om mooie dingen op de wereld te gaan zetten.

Elke dag yoga en elke dag schrijven dus – en daar begint de eerste uitdaging. Zeker in een druk gezinsleven.

Het eerste dat ik tegenkom, is dat elke dag anders is. Wat me gisteren gemakkelijk afging, is vandaag een stroeve onderneming, en dat waar ik vandaag tegen opzie, kan weleens reuze meevallen. Je bent geen dag dezelfde, en je kunt in feite nergens op rekenen. Dan de volgende confrontatie om mee af te rekenen. Er zijn natuurlijk mensen die elke dag dezelfde dagindeling hebben, maar net als veel creatievelingen, behoor ik daar niet toe. Chaos en onregelmatigheid zijn mijn basis. Aan mij de taak om elke dag opnieuw een plekje vrij te maken voor mijn beoefening. De ene dag is het in alle vroegte gepiept, de andere dag zet ik me bij het vallen van de nacht nog aan mijn yoga-set.

Vandaag is een mamadag. Die kleine is de hele dag bij me, en toch wil ik graag… Dus hop, yogamat uitgerold en muziek aan. Beginnen maar! Zoonlief dribbelt nieuwsgierig om me heen. Zodra ik start met de liggende oefeningen voor been- en buikspieren, gooit hij zich enthousiast op mijn buik. Klimt op mijn gezicht. Legt zijn oor verbaasd tegen mijn mond als ik zwaarder adem. Hij kraait van plezier. Dan volgt de meditatie. Ik knoop mezelf in halve lotushouding, mijn handen in een mudra, en zing de mantra hardop mee. Dat vindt die kleine pas leuk! Hij rent op zijn korte beentjes van me af, naar me toe, om mee heen. Steeds opnieuw laat hij zich op mijn schoot vallen terwijl ik zing.

Is dit meditatie? Hoort dat niet een serene, stille aangelegenheid te zijn? Ja. Nee. Meditatie, zeg het woord en ik zie blauw gebergte en ijle nevels. De grap is, dat meditatie gaat om stilte van binnen. De wereld hoeft niet stil te worden; de oefening schuilt in jouw innerlijke stilte bewaren te midden van de ruis van de wereld. We zijn zo snel geneigd te verlangen dat onze omgeving verandert, ten behoeve van ons. ‘Als al die mensen om me heen nu eens hun mond hielden, dan kon ik me concentreren.’ Of: ‘Waren de anderen rustig in het verkeer, dan zou ik niet zo opgefokt zijn.’ Het is echt een kunst om jezelf als ijkpunt te nemen, en je centrum in jezelf te vinden. Zo is jouw rust niet meer afhankelijk van je omstandigheden.

Zo beschouwd is mijn zoontje een groot cadeau voor de meditatie: een prachtige kans om volledig bij mijn eigen rust en stilte te blijven, terwijl hij volop mijn aandacht vraagt.Yogakind

(Inspiratie? Kijk eens bij kittysteenvoort.nl wat voor gaafs je met yoga kunt)

Vaccineren: ‘ik word liever niet ziek’

‘Ik word liever niet ziek’ luidt het kopje in een kinderopvang-logboek. Eronder staan op een rijtje de nu gangbare vaccinaties voor jonge kinderen.

Ik word liever niet ziek. Onder die vlag willen we de cocktails van inentingen rechtvaardigen. Mijn eerste impuls op de stelling is: inderdaad, ik word niet graag ziek. Ziek zijn voelt niet lekker. Gezond zijn is ook mijn streven. Maar wat is gezond zijn?

Wat mij betreft gaat gezond zijn over: leven als een geheel. Leven met het complete palet aan ervaringen dat de natuur je biedt. De warme zon voelen in de zomer, de vrieskou in de winter.

We leven in een cultuur die een afkeer heeft van ziekte, van ouderdom en van dood. We zijn bang geworden voor verval, voor de donkere kant van het leven. Deze angst weerspiegelt zich in onze totale levensstijl: in de winter vliegen we het liefst naar de tropen, we verhullen onze leeftijd met make up en cosmetische chirurgie, we onderdrukken ziekte en pijn met paracetamol en medicijnen die vaak slechts aan symptoombestrijding doen. We doen er alles aan om te voorkomen dat we ziek en oud worden of doodgaan.

Een deel van dit gedrag vind ik gezond: natuurlijk probeer je zo gezond mogelijk te blijven, en je lichaam & geest jong en vitaal te houden. Maar hoe rijm je vaccinaties met echte gezondheid? Jezelf inspuiten met ziektekiemen schaar ik niet onder de gezonde manier van omgaan met jezelf. Net zomin als ik botox een gezonde manier vind om je huid jong te houden. Ik zie het als de noodgrepen van een angstige maatschappij, de stuiptrekkingen van een cultuur die vergeten is hoe het ritme van de natuur werkt.

Wat gebeurt er met planten en dieren – en ook mensen – die zware tijden hebben overwonnen? Ze worden taaier, geharder, sterker. Een boom in het duingebied bijvoorbeeld, vormt een gedrongen, gedraaide stam, om zich staande te houden in de zeewind. Wat gebeurt er met je huid die de tekenen van het leven mag dragen? Die wordt bewonderd om haar schoonheid, al is ze nog zo oud en verweerd.

Gezondheid nastreven is iets wezenlijk anders dan het ontkennen van onprettige maar noodzakelijke kwaliteiten van het leven. Als niemand ooit ziek wordt, niemand oud wordt, niemand sterft, zal onze aarde dan nog een fijne plek zijn om te leven?

We hebben alle facetten van het leven nodig; licht en donker zijn beide essentiële kwaliteiten.

Word ik echt liever niet ziek? Toch wel. Om daarna met nieuwe krachten verder te leven.