Kraambezoek

‘Wat fijn dat je er bent!’ roept de vriendin bij wie ik op kraambezoek kom vrolijk. ‘Ik heb al gedoucht, want ik was vroeg wakker, dus ik dacht: ik pak mijn kans!’ voegt ze er trots aan toe. Oh ja, zo gaat dat, dacht ik smeltend. Je wordt wakker, en je weet niet hoeveel momenten er die dag zullen zijn om jezelf aan te kleden, naar de wc te gaan, te lunchen. Het leven met een pasgeboren baby oogt heel rustig, want zo’n kleintje slaapt veel. Het is puur gezichtsbedrog.

We hadden afgesproken in de ochtend en ik probeerde haar de kans te geven om het geschikte tijdstip voor mijn komst te kiezen. Zo scherp staat me nog voor de geest dat er in mijn kraamtijd bezoek zou komen, en net als de bel ging, stond ik met mijn handen in een poepluier, of nog erger: viel mijn pukkie net in een slaapje dat wreed verstoord werd door het geluid van die bel. Gekmakend! Dus hoe laat was ik gewenst vandaag? Het doet er niet toe, was het antwoord, want we hebben toch nog geen ritme.

Ritme
Het ritme van de baby is ook zo’n dingetje. Als je van te voren denkt dat je tussen het oeverloze slapen van je baby door met gemak je eigen leven weer in kunt richten – think again! Dat slapen, dat gaat in kleine dutjes, die bij voorkeur op jouw lichaam plaatsvinden. Leg je je heerlijk slapende kindje weg, dan kun je meestal binnen een paar minuten rekenen op een wakkere baby.

De baby van mijn vriendin is ‘al’ negen weken, dus dan zou je onderhand wel een ritme moeten hebben, toch? Welnee, de illusie! Grofweg zit er wel een ritme in. Zoals gemiddeld elke drie uur een voeding. Daar zou je een leuk schemaatje van kunnen maken. Maar wanneer de vraag om melk komt, dat verschilt per dag. De ene keer is de eerste voeding om 7 uur, de volgende om 10. Maar begint je dag om 6 uur, dan schuift het geheel een uur naar voren. En zelfs dan heb je geen enkele garantie. Misschien kiest je baby die dag uit om met de eerste voeding lekker vier uur lang te slapen, of juist maar twee. Daar zit je dan met je schema.

Ontspannen
‘Ik zie mensen buiten lopen met hun kindje. Heel ontspannen ziet dat eruit, alsof ze het heel gezellig hebben. Maar als ik met mijn baby naar buiten ga, ben ik totaal niet relaxed!’ zucht de vriendin.
Herkenbaar? Mijn ‘baby’ is ruim anderhalf, en dus helemaal geen baby meer, en ik herken het nog. Als ik op pad ben met hem, en hij krijgt onderweg honger, een vieze broek of slaap, dan sta ik soms nog met grote stress in de tram of op de markt, en weet ik niet hoe snel ik thuis moet zijn.

Het leven met een kleintje is intens, heel intens, en niemand kan je waarschuwen.

Simpelweg omdat je het mee moet maken om het te kunnen begrijpen. Hoe je het moment van naar buiten gaan probeert te plannen tussen een voeding en verschoning door, op een moment dat je baby blij en rustig is, of slaapt. Dat wil nog weleens lukken, maar dan! Ben je eenmaal buiten en slaapt je baby, dan ben je voortdurend bedacht op de afstand tussen jou en het dichtstbijzijnde punt waar je veilig kunt voeden, troosten en verschonen. Al die dingen gaan niet zo goed in de open lucht tussen vreemde mensen, of in een drukke winkel, op een vol terras. Je hebt in de directe nabijheid een fijne plek nodig om er voor je kindje te zijn. Vijf minuutjes lopen lijkt kort, maar voor een moeder in de kraamtijd – met een huilende baby – is dat een hartverscheurende eeuwigheid. Om een kalme tevreden baby te krijgen, heb je allereerst een kalme moeder nodig. En als kersverse moeder ben je nu net door de bevalling volledig binnenstebuiten gekeerd, en sta je door de hormonen nog flink op de kop.
Zo’n pasgeboren moeder is in de regel niet op haar gemak in de openbare ruimte, zij heeft de vertrouwde beslotenheid van haar huis nodig om te ontspannen. Tegelijkertijd verlangt ze ook naar buitenlucht, en naar onbekommerd wandelen, haar eigen gang gaan, en naar pronken met haar baby in de wereld.
Hoe los je die conflicterende wensen nu op?

De oplossing
Je kunt ervoor kiezen om veilig binnen te blijven en verlangend naar buiten te kijken, je kunt er ook voor kiezen om naar buiten te gaan en de stress van het onthand zijn op de koop toe te nemen.

Mijn ideale oplossing is: zorg er voor dat je zoveel mogelijk in gezelschap bent.

Op het moment dat je als jonge moeder je kraamtijd in je eentje doorbrengt, met wat kraambezoekjes erbij, merk je al gauw dat de dagen lang en zwaar zijn. Is er iemand bij je, dan zijn de uren die je met je baby in je arm wiegend doorbrengt een stuk fijner. Iemand die je een glas water aangeeft terwijl je voedt en de beschuitjes smeert voor bezoek. Iemand die jou en je baby voorziet van mutsjes, luierdoekjes, maxicosi’s of draagdoeken, en je die cruciale peptalk geeft om daadwerkelijk naar buiten te gaan. Iemand die zo nu en dan een foto maakt van jou met je new born, en je bij alles laat weten: dit hoort erbij. Je bent normaal. Je bent niet gek. Alle moeders worstelen met de eerste periode. Je leven staat op zijn kop, en natuurlijk ben je blij, maar het is óók een uitputtingsslag.
Wie leent zich het beste voor deze dankbare functie? Wie staat te popelen om jou als moeder te ondersteunen, en zoveel mogelijk tijd door te brengen met de kleine?

Ik zeg maar iets geks: laten we een vaderverlof instellen voor minimaal de eerste zes weken.

Of nog leuker: een kraamverlof voor papa en mama samen, het eerste half jaar. Om het nieuwe gezin een stevige basis te geven. Een goed begin is het halve werk!

Advertisements

Bewust ouderschap? Over keuzevrijheid en vaccinaties

Als ouder wil ik mijn kind beschermen. Zo goed mogelijk. Beschermen tegen ongelukken, verdriet, ziekte, pijn. Toen ik zwanger was, praatten we veel over het aanstaande ouderschap. Wat was onze visie, en in hoeverre zaten we op één lijn? Het onderwerp ‘vaccinatie’ was het spannendst. Voor ons, als ouders, maar, zo blijkt, ook in de samenleving. Er zijn felle voor- en tegenstanders in het maatschappelijk debat over vaccinatie, en zowel ouders als professionals in beide kampen gaan door het vuur voor hun mening. Het is dan ook geen kleinigheid: er staan levens op het spel.
Het verschil met andere opvoedkundige kwesties is, dat het niet gaat om stijlverschillen als wegwerp- of wasbare luiers, maar om een keuze waarvan de consequenties niet te overzien zijn.

Als ouder neem je de verantwoordelijkheid om goed voor je kind te zorgen. Toch staat er een behoorlijke druk op de ‘vrije’ keuze om wel of niet te vaccineren. Waar gaat het mis?

Keuzes
De tijd waarin wij nu leven, grossiert in uitvindingen die onze ouders of grootouders nog niet kenden. We hebben keuze in onderwerpen waarvan zij het bestaan niet vermoedden. Van soorten jam tot vlees of vega, van type onderwijs tot religieuze stromingen. Aan die keuzevrijheid hangt een behoorlijk prijskaartje: verantwoordelijkheid, en daarmee ook een flinke portie schuldgevoel. We kiezen namelijk nooit goed.

Hoezo? Neem het vraagstuk over vlees, de bio-industrie versus vegetarisme. Vlees eten kun je tegenwoordig nauwelijks meer zonder schuldgevoel doen. Voor mij is een dier gedood dat toch al geen leuk leven leidde, en ik laat daarbij nog eens een immense ecologische voetafdruk achter. De hoeveelheid granen en water dat voor mijn stukje vlees geofferd is, staat niet in verhouding tot het rendement van de maaltijd. Vegetarisch eten is echter allerminst zaligmakend. De bergen met soya die geproduceerd zijn voor mijn vleesvrije burgertje brengen misschien wel net zoveel schade toe aan de aarde. En dan is de kap van tropische regenwouden in mijn naam nog niet meegerekend.
Eet smakelijk dus: kauw maar lekker op je schuld.

Waarom kunnen we het niet goed doen? Omdat we geacht worden onmogelijke keuzes te maken. Het is ondoenlijk om de effecten te overzien van onze keuzes. Als je een stukje kip in de winkel kocht, kon je tot een paar jaar terug redelijkerwijs niet verzinnen dat deze kip slechts een paar weken oud was geworden, nooit daglicht had gezien, nooit zijn eigen voedsel had kunnen pikken, medicatie kreeg en ga zo maar door. Inmiddels weten we dit, en staan we dus elke dag opnieuw voor het dilemma of we deze martelgang ondersteunen, of dat we ons geld uitgeven aan een peperdure duurzame kip of een aardebelastende soyavariant. En dan heb ik het nog niet over de invloed op je eigen gezondheid, die elke keuze met zich meebrengt.

Deze complexe materie zou dan ook niet in onze handen mogen liggen. Je zou moeten erop kunnen vertrouwen dat degene die het product gemaakt heeft, betrouwbaar is, en jou kwaliteit aanbiedt.

Als boodschappen doen een morele daad wordt, verandert je leven in een politiek statement. En ik ken maar zeer weinig mensen die daar gelukkig van worden.

Wat weten we nu echt?
Zo gaat het ook in het vaccinatiedebat. Als kersverse ouder word je geconfronteerd met een thema uit de gezondheidszorg dat nog in de kinderschoenen staat. Nog maar net uit de kraamtijd kun je ervoor kiezen om je baby een serie spuiten geven voor de eigen en de volksgezondheid. Omdat onze overheid duidelijkheid wil scheppen en geen verwarring wil zaaien, biedt het een vaccinatieprogramma aan met zo’n grote stelligheid, dat je wel gek zou zijn om het af te slaan.

De wetenschap is nog heel jong. We hebben nog geen generatie met het complete pakket aan vaccins bejaard zien worden. We hebben nog geen overzicht. We weten nog niet hoe ons lichaam reageert op vaccins, we weten nog niet welke mutaties van bestaande virussen of welke nieuwe ziektes het antwoord zullen zijn op het uitroeien van oude ziektes. We weten niet eens of het mogelijk is om een ziekte uit te roeien, laat staan of dat ethisch wenselijk is. We kunnen dus nog niets zeggen over de gezondheidseffecten van vaccinaties, zeker niet op de lange termijn. Een heel spannend element voor ons als ouders is, dat we al niet kunnen voorspellen of de keuze voor of tegen vaccinatie schade toebrengt aan onze eigen kinderen, maar ook niet aan die van anderen. Wie weet zeker of een gevaccineerd kind het eigen immuunsysteem en dus van de mens verzwakt? Wie weet zeker of een ongevaccineerd kind een ziekte door kan geven en dus een bedreiging is voor andere kinderen? Deze onzekerheden kunnen medicus noch filosoof voor ons wegnemen, en desondanks verlangen we allemaal naar de ultieme wijsheid. Zo staan we al gauw fel tegenover elkaar.

Proefkonijnen
Zonde! Wij ouders, wij willen stuk voor stuk gezonde kinderen grootbrengen. Maar we worden verblind door de onvolledige informatie, en verward door de veelheid aan keuzes, die we met onze lekenkennis niet kunnen maken.

We leven als proefkonijnen in een uit de hand gelopen laboratoriumproject en we reageren onze doodsangst af op elkaar.

In grootmoeders tijd konden we ons beraden op de kennis van de vorige generaties. Doe zoals je moeder doet, dan komt het wel goed. Die luxe kennen wij niet meer, dus zoeken we allemaal onze eigen weg, en vallen we elkaar aan, in plaats van gezamenlijk de aanbieders van deze onverteerbare keuzes terug te fluiten.

Vrij van schuld

Het is tijd voor een meer behapbaar palet aan keuzes. Het is hoog tijd ook dat we elkaars keuze meer respecteren. We mogen elkaar meer erkenning geven: we worstelen met thema’s die ons collectief boven het hoofd groeien. Laten we wat minder energie verspillen aan de moderne angst om de verkeerde keuze te maken, en onszelf bevrijden van de schuld. Laten we wat vaker intunen op de collectieve kennis die we van onze voorvaders en voormoeders meekregen!
Ik vertrouw er graag op dat alle ouders het beste voor hun kinderen willen, ook al handelen ze anders dan ik. We weten allemaal net zo weinig, en dat ligt niet aan ons.

Gelukszoeker

‘Gelukszoekers’ hoor ik de laatste tijd vaak, en het woord wordt met minachting uitgesproken, alsof het om een verwerpelijke activiteit gaat. Het klinkt afwijzend. Als je geluk zoekt, moet je hier niet zijn. Keer om en leef je miezerige leven maar zonder geluk!

Waarom hebben mensen deze harteloze houding? Het lijkt erop dat sommigen geloven, dat er een beperkte hoeveelheid geluk is. Als andere mensen komen om dit geluk te zoeken, dan zou dat onze portie doen verkleinen. Een gigantische misrekening!

Geluk is een oneindig en overvloedig begrip. Geluk vermeerdert zich door te delen. Laten we zoveel mogelijk gelukszoekers ontvangen, opdat we allemaal zwemmen in het geluk!

Maar aan het vraagstuk of en zo ja hoeveel mensen we in een land herbergen, gaat een heel andere vraag vooraf. Namelijk: waarom zou een mens zijn eigen land en familie verlaten? Dat is een grote stap, die voor zover ik weet niemand voor de lol maakt. Zeker niet door een bootje te betreden met kans op een gruwelijke dood.

De vraag is dan ook niet of we vluchtelingen op moeten vangen, de vraag is hoe we ervoor kunnen zorgen dat mensen geen vluchteling hoeven te worden.

Ik heb foto’s gezien van verdronken kinderen, soms met de luier nog aan. Hartverscheurend. Ik ben zelf moeder, en ik kan geen situatie bedenken waarin ik ervoor kies om mijn kind aan het risico op deze dood bloot te stellen. Onder welke omstandigheden zou jij je kind liever op de boot zetten dan het thuis houden? Hoe zag het leven van de dode kinderen eruit voor vertrek? Het leven moet ondraaglijk geweest zijn voor de mensen die de moed hadden om in een bootje de zee over te steken en hun geluk te beproeven.

En daarnaast: waarom was Columbus een stoere zeevaarder en geen verwerpelijke gelukszoeker? Waarom mag een Albert Heijn landbouwgrond in Egypte inpikken voor Hollandse sperziebonen, maar mogen Syriërs niet naar Nederland om een goed leven te hebben? We beschouwen onszelf als wereldburgers, en we voelen ons vrij om overal naartoe te reizen, te handelen, grondstoffen uit de aarde te halen, Chinese kinderhandjes telefoons en sneakers te laten maken. Maar een stukje van onze welvaart delen is ons te veel?

Ik wens dat iedereen die de overtocht wel overleeft, met open armen verwelkomd wordt op een nieuw stukje aarde. Het liefst een ontvangst krijgt met applaus en bloemen, want het getuigt van lef, onmenselijk veel lef om de oversteek te maken.

Tropenjaren

Vol energie en een bak goede voornemens kwam ik terug van vakantie. Iedere week een blog was er één van. Een paar weken in de natuur zorgen voor bergen frisse plannen.

En wat gebeurt er op dag twee na de vakantie? Ons zoontje wordt ziek. Dag voornemens. Ga er maar lekker voor zitten: wekenlang hoestpartijen ondersteunen overdag en in de nacht. Niks niet lekker aan de slag terwijl je kind bij de gastouder speelt, het ventje blijft thuis. Aangestoken worden en dus zelf ook hoesten tot je er spierpijn van hebt.

Alsof we niet vlak voor de zomer ook al een griepgolf door het huis hadden zien gaan. Tropenjaren: kleine kinderen zijn schatten, en veel, heel veel werk. Later voelt het alsof het allemaal in een oogwenk voorbij ging, zeggen vrienden dan. Geniet ervan!

Samen slapen

‘Je komt er nooit meer vanaf!’ Dit is de veelgehoorde waarschuwing van deskundigen als het gaat om samen slapen. Je kind moet vanaf de eerste nacht leren om zelf in slaap te vallen, zo is de heersende mening. Waarom? Niet omdat het per definitie beter is voor de ontwikkeling van je kind, blijkbaar, maar uit angst dat het later in zijn leven een hoop opvoedkundig gedoe geeft. 

Angst
Daar wil ik het eens over hebben. Het ziet ernaar uit dat we ons collectief laten regeren door angst. Ik zie het overal. We geven onze kinderen een eigen kamertje uit angst dat ze ons dag en nacht claimen, in plaats van hen de geruststelling van het samenzijn te bieden. We enten ze in uit angst dat ze ziek worden, in plaats van ze toe te vertrouwen aan hun eigen immuunsysteem.

Ik ken mezelf als iemand die behoorlijk overtuigd is van haar eigen visie. Doorgaans handel ik vrij autonoom, en negeer ik niet ter zake doende meningen met gemak. Nu ben ik moeder, pas net. En dat doet iets. Het is een stuk moeilijker om expertise uit te stralen wanneer alles zo vers en pril is. Bovendien raken mijn keuzes nu iemand anders dan mijzelf alleen. Voorheen was ik de enige die geraakt werd als mijn beslissingen een ongewenst effect hadden. Maar nu! Een piepjonge baby heb ik onder mijn hoede – en daar wil ik uiteraard geen enkel foutje mee maken. Van deze onzekerheid hebben meer jonge moeders last. Een buitenkansje voor experts op allerlei opvoedgebied. Vertel die moeders dat Pampers beter is dan wasbare luiers, dat Nutricia beter is dan je borsten, dat thuisbevallingen gevaarlijker zijn dan het ziekenhuis, dat in jouw armen slapen enger is dan een wiegje – en ze geloven het.

 

Ook ik val ten prooi aan de angstretoriek die van hogerhand over mij uitgestrooid wordt. Geheel tegen mijn zin en tegen mijn voornemens in, overigens. Sinds mij een aantal keer achter elkaar is verteld dat ik in feite een grote sufferd ben als ik mijn kind in mijn bed laat slapen, zijn er zorgelijke gedachten in mijn hoofd gekropen. Is het waar? 

Vertrouwen 

De eerste angstgedachte heb ik overwonnen: dat het risico op wiegendood groot is. Ik geloof het gewoon niet. Je voelt zoveel beter aan hoe het met je kind gaat als je bij hem in de buurt bent, dan wanneer hij in een wiegje in een andere kamer ligt… Ik leg hem niet op zijn buik, ik trek geen dekens over zijn hoofd, ik plet hem niet als ik me slapend omdraai. Wat ik wèl doe, is hem helpen zich veilig te voelen door mijn geur te ruiken, mijn aanraking om zich heen te hebben, en zijn ademhaling te reguleren door de mijne te horen. Ik help hem ervaren dat zijn behoeften worden gekend, en dat hij niet of nauwelijks hoeft te schreeuwen om gehoord te worden. Zo vindt de nachtvoeding geregeld plaats in relatieve stilte, doordat ik al bij hem ben voordat hij helemaal wakker is.

De tweede angstgedachte heeft echter wel vat op mij: je komt er nooit meer van af. Al lang voordat ik zelf moeder werd gruwelde ik van ouders die hun kleuter of nog oudere kind lieten inslapen bij hen in bed, of erger: op de bank voor de tv. Zou het waar kunnen zijn dat je er nooit meer vanaf komt? Daarbij vraag ik me wel af waarom de deskundigen nog geen lobby zijn gestart tegen bijvoorbeeld de fopspeen, want daarvan zie je duidelijk dat je er inderdaad nooit meer vanaf komt, tenzij je je kind martelt met een strak straf- en beloningssysteem.

Om van deze angst af te komen, neem ik een uitstapje naar de natuur, mijn grootste inspiratiebron. Wij mensen zijn geen eenlingen. We leven in groepen, zoals apen, en onze jongen worden hulpeloos geboren. Dat betekent dat we ze bij ons moeten dragen, zoals apen, willen ze overleven. De natuur heeft het zo geregeld, dat de jonkies na een poosje zelfstandig worden en los willen van hun ouders. Waarom zou een mensenjong niet beantwoorden aan deze roep? Een baby kent nog geen verschil tussen zichzelf en de wereld, een peuter heeft nog geen privéleven. Een kleuter begint met geheimpjes en kleine eigen projecten, dus vanzelf zal een kind op die leeftijd ook plezier krijgen in alleen slapen.

Elke moeder heeft sterk intuïtieve vermogens over wat past bij haar eigen kind. En daar wil ik meer op vertrouwen dan op vreemde mensen die iets beweren over kinderen in het algemeen.

Nelleke Bos, maart 2014

Eerlijk over meditatie!

Meditatie brengt je in contact met wat is. We stellen ons bij deze kalme zijnservaring voor hoe we genieten van dauwdruppels, zonsopgangen en vlinders op een geurende bloem. Ervaren yogi’s en retraite-oorden aarzelen niet om de eindeloze heerlijke voordelen van meditatie op te sommen. In magazines lees je hoe briljant je leven verrijkt wordt door de stilte in jezelf op te zoeken.

De realiteit kan echter vies tegenvallen. Want wat gebeurt er als je stil wordt van binnen, als je geest kalmeert en je zintuigen verscherpen?

Jouw realiteit van dit moment komt werkelijk bij je binnen.

Dit betekent dat je dus vaak eerst je innerlijke rommel tegenkomt. Een noodzakelijk onderdeel van het verhoogde bewustzijn waar je zo naar verlangde. En dat kan wel eens inhouden dat je eerst de ruzies met je lief, de TL-lampen op kantoor en de zorgen om je hypotheek opmerkt.

Stoorzenders buiten je kloppen aan. Stoorzenders binnen in je laten zich horen. De ruis van de wereld rochelt over je heen, je voelt helemaal geen vrede en geluk – en nu word je zelfs kwaad!

Boosheid hoef je niet te weren. Toch zijn we wel gewend dit te doen. Constant zijn we op zoek naar prettige prikkels, naar een toestand van geluk. Dat is wat we willen. Onze methode om dat geluk te bereiken is het uitbannen van de narigheid, zoals een filter waar het nutteloze wegstroomt en waaruit je de vrolijke ervaringen als een residu opvist.

Ai, zo werkt het niet.

Geluk is niet de afwezigheid van pijn en verdriet. Geluk is het integreren van alles wat er is. Je kunt simpelweg niet kiezen voor licht en geluk door ongewenst duister en pijn de deur uit te zetten.

Hoe zit het dan met die talloze clubs voor mindfulness en retraite die je de kans bieden om bij jezelf te zijn en om in het felbegeerde hier en nu te raken? Het geboden perspectief is spectaculair. Hemels. Terecht?

Ja en nee. In volkomen stilte met jezelf zijn geeft je wel degelijk dat gevoel van vrede. Helemaal eerlijk is de voorspiegeling niet. Je glijdt niet zomaar in een zalige toestand wanneer je in lotuszit gaat. In het nu zijn, dat betekent dat je ziet wat er is. Leef je met onrust, dan zul je die onrust in het begin extra sterk ervaren, voordat je bij de rust kunt komen.

Je komt hoe dan ook in aanraking met de modder, de zwarte aarde, donkerte die je het liefst ontwijkt.

Het wordt eerst slechter, voordat het beter wordt. En dat is nu precies wat niemand je vertelt.

Bovendien: meditatie hoeft geen doel of uitkomst te hebben. Meditatie zegt in wezen dat je er bent, zonder iets te doen. Ervaren dat je meer bent als je minder doet is al meer dan de moeite waard.

Vuurwerk van de wereld

Ik herinner me een oudejaarsdag. Ik mediteer ik met mijn yogagroep. Stil zitten voor vrede, een mooi idee.

Buiten knallen grote en kleine kinderen erop los. Het oude jaar wordt door hen heel anders afgesloten dan door ons! Aanvankelijk erger ik me, raak telkens uit mijn eigen stilte en maak me kwaad. Zo kan ik me toch niet concentreren! Kunnen ze niet stil zijn op straat? Grrrr!

Het ligt buiten mijn macht. Naar buiten rennen en van iedereen verlangen met vuurwerk te stoppen is kansloos. Wel kan ik mijn meditatie afbreken. Wie heeft er dan last van? Ikzelf. Dus ook die mogelijkheid laat ik los.

Er is nog een optie: aanvaarding. Het hinderlijke geluid uitbannen is onmogelijk, dus zal ik het moeten integreren. Ik adem, en luister naar rotjes, duizendklappers en gillende keukenmeiden alsof het zangvogels zijn in de prille lente.

En dan gebeurt het: ik zie ineens dat precies zo de wereld is. Elk moment, overal op aarde is geluid en gedoe. Binnen in je, buiten je. Of je ernaar verlangt of het kwijt wil; er is voortdurend beweging. De wereld is nooit stil. Rotjes, duizendklappers, gillende keukenmeiden. Woede, angst, oorlog. Het is niet aan mij om het te willen stoppen of ervan weg te vluchten. Er simpelweg bij blijven zitten kan ik wel.

 

En daarmee werd het dan toch vredig in mij. Nooit heb ik zo lang en stil in meditatie gezeten als op deze rumoerige oudejaarsdag.

Nelleke Bos, 2014

God?

cropped-img_0030.jpg

Ben jij gelovig? Hoor jij bij een kerk of andere officiële club die jouw geloof bevestigt?
Ik heb mezelf nooit gelovig genoemd, laat staan aangesloten bij een groep die een bepaald geloof uitdraagt. Wel ben ik spiritueel aangelegd. Ik voel me diep thuis bij de sjamanistische levenswijze, bij de yogatraditie, bij de sufi’s, bij de christelijke weg. Scheppingsverhalen uit Australië, Zuid-Amerika, IJsland, Afrika, Griekenland: prachtig. Het zijn stuk voor stuk versies van de mythische werkelijkheid die betekenis geeft aan ons bestaan. Kiezen vind ik niet nodig. Mijn geloof is breed, heel breed.

Te breed, zo blijkt.

Van kinds af aan heb ik een sterk gevoel bij “God”. Als overal op de wereld mensen bedenken dat god bestaat, zo redeneerde ik als kind, dan moet het toch waar zijn? Ook later bleef een zeker besef van het hogere bij me. De wereld waarin ik leef is zo bezield en zo vol van genie, dat kan geen toeval zijn, dat is geen willekeurige som van celdelingen. Alles wat ik zie is god. De sterren, de aarde, wijzelf. Geen man met een baard die op een wolk over ons regeert en bepaalt. Geen rechter die goed van fout onderscheidt. Geen mensachtig wezen dat bepaalt wat de juiste weg is om te gaan. Nee, mijn god is oneindig veel subtieler en aanweziger dan dat.
Ik praat nooit over god. Ik beweeg me tussen kerk en yogamat. Zing mantra’s en joiks. Voor mij hoeft er geen labeltje op, ik hoef de grenzen niet in te kleuren. Heilig is heilig.
Het gesprek dat ik vandaag voerde over Jezus, god & geloof, was intens. De man tegenover me was oprecht, invoelend en vol liefde. Als hij de naam van Jezus noemde, werd de kamer lichter. Hij meende wat hij zei: Jezus is zijn vriend en zijn redding. Ik werd blij van zijn woorden, en kon me er in vinden. Ja, Jezus is een wijze oprechte heilige mens. Maar mijn ‘geloof’ in Jezus bleek niet goed genoeg, want ik zei niet dat hij de enige was. Ik zei dat hij net zo mooi en goed was als Boeddha.

 

De man noemt mij een zoeker. Een zoekende mens, die Jezus nog niet gevonden heeft. Hij ziet niet wat ik zie: ik heb Jezus al gevonden, en hij staat stralend naast de rest.

Al heel lang wil ik een labyrint maken waar alle religies een plek in vinden. Een pad dat iedereen mag lopen, ieder met een eigen gebed. Vandaag wil ik dat labyrint zijn. Alles in mij verenigen. Laat mij gedoopt en ingewijd worden in alles wat er is. God woont overal.
Moet je gedoopt worden om bij god te horen? Ben je niet al bij god van geboorte?