Bewust ouderschap? Over keuzevrijheid en vaccinaties

Als ouder wil ik mijn kind beschermen. Zo goed mogelijk. Beschermen tegen ongelukken, verdriet, ziekte, pijn. Toen ik zwanger was, praatten we veel over het aanstaande ouderschap. Wat was onze visie, en in hoeverre zaten we op één lijn? Het onderwerp ‘vaccinatie’ was het spannendst. Voor ons, als ouders, maar, zo blijkt, ook in de samenleving. Er zijn felle voor- en tegenstanders in het maatschappelijk debat over vaccinatie, en zowel ouders als professionals in beide kampen gaan door het vuur voor hun mening. Het is dan ook geen kleinigheid: er staan levens op het spel.
Het verschil met andere opvoedkundige kwesties is, dat het niet gaat om stijlverschillen als wegwerp- of wasbare luiers, maar om een keuze waarvan de consequenties niet te overzien zijn.

Als ouder neem je de verantwoordelijkheid om goed voor je kind te zorgen. Toch staat er een behoorlijke druk op de ‘vrije’ keuze om wel of niet te vaccineren. Waar gaat het mis?

Keuzes
De tijd waarin wij nu leven, grossiert in uitvindingen die onze ouders of grootouders nog niet kenden. We hebben keuze in onderwerpen waarvan zij het bestaan niet vermoedden. Van soorten jam tot vlees of vega, van type onderwijs tot religieuze stromingen. Aan die keuzevrijheid hangt een behoorlijk prijskaartje: verantwoordelijkheid, en daarmee ook een flinke portie schuldgevoel. We kiezen namelijk nooit goed.

Hoezo? Neem het vraagstuk over vlees, de bio-industrie versus vegetarisme. Vlees eten kun je tegenwoordig nauwelijks meer zonder schuldgevoel doen. Voor mij is een dier gedood dat toch al geen leuk leven leidde, en ik laat daarbij nog eens een immense ecologische voetafdruk achter. De hoeveelheid granen en water dat voor mijn stukje vlees geofferd is, staat niet in verhouding tot het rendement van de maaltijd. Vegetarisch eten is echter allerminst zaligmakend. De bergen met soya die geproduceerd zijn voor mijn vleesvrije burgertje brengen misschien wel net zoveel schade toe aan de aarde. En dan is de kap van tropische regenwouden in mijn naam nog niet meegerekend.
Eet smakelijk dus: kauw maar lekker op je schuld.

Waarom kunnen we het niet goed doen? Omdat we geacht worden onmogelijke keuzes te maken. Het is ondoenlijk om de effecten te overzien van onze keuzes. Als je een stukje kip in de winkel kocht, kon je tot een paar jaar terug redelijkerwijs niet verzinnen dat deze kip slechts een paar weken oud was geworden, nooit daglicht had gezien, nooit zijn eigen voedsel had kunnen pikken, medicatie kreeg en ga zo maar door. Inmiddels weten we dit, en staan we dus elke dag opnieuw voor het dilemma of we deze martelgang ondersteunen, of dat we ons geld uitgeven aan een peperdure duurzame kip of een aardebelastende soyavariant. En dan heb ik het nog niet over de invloed op je eigen gezondheid, die elke keuze met zich meebrengt.

Deze complexe materie zou dan ook niet in onze handen mogen liggen. Je zou moeten erop kunnen vertrouwen dat degene die het product gemaakt heeft, betrouwbaar is, en jou kwaliteit aanbiedt.

Als boodschappen doen een morele daad wordt, verandert je leven in een politiek statement. En ik ken maar zeer weinig mensen die daar gelukkig van worden.

Wat weten we nu echt?
Zo gaat het ook in het vaccinatiedebat. Als kersverse ouder word je geconfronteerd met een thema uit de gezondheidszorg dat nog in de kinderschoenen staat. Nog maar net uit de kraamtijd kun je ervoor kiezen om je baby een serie spuiten geven voor de eigen en de volksgezondheid. Omdat onze overheid duidelijkheid wil scheppen en geen verwarring wil zaaien, biedt het een vaccinatieprogramma aan met zo’n grote stelligheid, dat je wel gek zou zijn om het af te slaan.

De wetenschap is nog heel jong. We hebben nog geen generatie met het complete pakket aan vaccins bejaard zien worden. We hebben nog geen overzicht. We weten nog niet hoe ons lichaam reageert op vaccins, we weten nog niet welke mutaties van bestaande virussen of welke nieuwe ziektes het antwoord zullen zijn op het uitroeien van oude ziektes. We weten niet eens of het mogelijk is om een ziekte uit te roeien, laat staan of dat ethisch wenselijk is. We kunnen dus nog niets zeggen over de gezondheidseffecten van vaccinaties, zeker niet op de lange termijn. Een heel spannend element voor ons als ouders is, dat we al niet kunnen voorspellen of de keuze voor of tegen vaccinatie schade toebrengt aan onze eigen kinderen, maar ook niet aan die van anderen. Wie weet zeker of een gevaccineerd kind het eigen immuunsysteem en dus van de mens verzwakt? Wie weet zeker of een ongevaccineerd kind een ziekte door kan geven en dus een bedreiging is voor andere kinderen? Deze onzekerheden kunnen medicus noch filosoof voor ons wegnemen, en desondanks verlangen we allemaal naar de ultieme wijsheid. Zo staan we al gauw fel tegenover elkaar.

Proefkonijnen
Zonde! Wij ouders, wij willen stuk voor stuk gezonde kinderen grootbrengen. Maar we worden verblind door de onvolledige informatie, en verward door de veelheid aan keuzes, die we met onze lekenkennis niet kunnen maken.

We leven als proefkonijnen in een uit de hand gelopen laboratoriumproject en we reageren onze doodsangst af op elkaar.

In grootmoeders tijd konden we ons beraden op de kennis van de vorige generaties. Doe zoals je moeder doet, dan komt het wel goed. Die luxe kennen wij niet meer, dus zoeken we allemaal onze eigen weg, en vallen we elkaar aan, in plaats van gezamenlijk de aanbieders van deze onverteerbare keuzes terug te fluiten.

Vrij van schuld

Het is tijd voor een meer behapbaar palet aan keuzes. Het is hoog tijd ook dat we elkaars keuze meer respecteren. We mogen elkaar meer erkenning geven: we worstelen met thema’s die ons collectief boven het hoofd groeien. Laten we wat minder energie verspillen aan de moderne angst om de verkeerde keuze te maken, en onszelf bevrijden van de schuld. Laten we wat vaker intunen op de collectieve kennis die we van onze voorvaders en voormoeders meekregen!
Ik vertrouw er graag op dat alle ouders het beste voor hun kinderen willen, ook al handelen ze anders dan ik. We weten allemaal net zo weinig, en dat ligt niet aan ons.

Advertisements

40 dagen yoga

40 is een heilig getal. In veertig dagen kun je je ontdoen van oude patronen en jezelf nieuwe gewoontes eigen maken. Daarom doe ik mee met de 40-dagen-yoga-uitdaging van mijn yogaleraar, Kitty Steenvoort. Dat die samenvalt met mijn eigen workshop the Artist’s Way komt me mooi uit. Daarbij hoort namelijk de opdracht om elke dag te schrijven. Dat hoeft niet mooi te wezen, juist niet. Mijn schrijven kan bijvoorbeeld ook dom geklaag over de yoga bevatten. Het gaat erom je geest leeg te maken, alle rommelgedachten kwijt te raken, zodat je ‘schoon’ en leeg bent, klaar om mooie dingen op de wereld te gaan zetten.

Elke dag yoga en elke dag schrijven dus – en daar begint de eerste uitdaging. Zeker in een druk gezinsleven.

Het eerste dat ik tegenkom, is dat elke dag anders is. Wat me gisteren gemakkelijk afging, is vandaag een stroeve onderneming, en dat waar ik vandaag tegen opzie, kan weleens reuze meevallen. Je bent geen dag dezelfde, en je kunt in feite nergens op rekenen. Dan de volgende confrontatie om mee af te rekenen. Er zijn natuurlijk mensen die elke dag dezelfde dagindeling hebben, maar net als veel creatievelingen, behoor ik daar niet toe. Chaos en onregelmatigheid zijn mijn basis. Aan mij de taak om elke dag opnieuw een plekje vrij te maken voor mijn beoefening. De ene dag is het in alle vroegte gepiept, de andere dag zet ik me bij het vallen van de nacht nog aan mijn yoga-set.

Vandaag is een mamadag. Die kleine is de hele dag bij me, en toch wil ik graag… Dus hop, yogamat uitgerold en muziek aan. Beginnen maar! Zoonlief dribbelt nieuwsgierig om me heen. Zodra ik start met de liggende oefeningen voor been- en buikspieren, gooit hij zich enthousiast op mijn buik. Klimt op mijn gezicht. Legt zijn oor verbaasd tegen mijn mond als ik zwaarder adem. Hij kraait van plezier. Dan volgt de meditatie. Ik knoop mezelf in halve lotushouding, mijn handen in een mudra, en zing de mantra hardop mee. Dat vindt die kleine pas leuk! Hij rent op zijn korte beentjes van me af, naar me toe, om mee heen. Steeds opnieuw laat hij zich op mijn schoot vallen terwijl ik zing.

Is dit meditatie? Hoort dat niet een serene, stille aangelegenheid te zijn? Ja. Nee. Meditatie, zeg het woord en ik zie blauw gebergte en ijle nevels. De grap is, dat meditatie gaat om stilte van binnen. De wereld hoeft niet stil te worden; de oefening schuilt in jouw innerlijke stilte bewaren te midden van de ruis van de wereld. We zijn zo snel geneigd te verlangen dat onze omgeving verandert, ten behoeve van ons. ‘Als al die mensen om me heen nu eens hun mond hielden, dan kon ik me concentreren.’ Of: ‘Waren de anderen rustig in het verkeer, dan zou ik niet zo opgefokt zijn.’ Het is echt een kunst om jezelf als ijkpunt te nemen, en je centrum in jezelf te vinden. Zo is jouw rust niet meer afhankelijk van je omstandigheden.

Zo beschouwd is mijn zoontje een groot cadeau voor de meditatie: een prachtige kans om volledig bij mijn eigen rust en stilte te blijven, terwijl hij volop mijn aandacht vraagt.Yogakind

(Inspiratie? Kijk eens bij kittysteenvoort.nl wat voor gaafs je met yoga kunt)

Vaccineren: ‘ik word liever niet ziek’

‘Ik word liever niet ziek’ luidt het kopje in een kinderopvang-logboek. Eronder staan op een rijtje de nu gangbare vaccinaties voor jonge kinderen.

Ik word liever niet ziek. Onder die vlag willen we de cocktails van inentingen rechtvaardigen. Mijn eerste impuls op de stelling is: inderdaad, ik word niet graag ziek. Ziek zijn voelt niet lekker. Gezond zijn is ook mijn streven. Maar wat is gezond zijn?

Wat mij betreft gaat gezond zijn over: leven als een geheel. Leven met het complete palet aan ervaringen dat de natuur je biedt. De warme zon voelen in de zomer, de vrieskou in de winter.

We leven in een cultuur die een afkeer heeft van ziekte, van ouderdom en van dood. We zijn bang geworden voor verval, voor de donkere kant van het leven. Deze angst weerspiegelt zich in onze totale levensstijl: in de winter vliegen we het liefst naar de tropen, we verhullen onze leeftijd met make up en cosmetische chirurgie, we onderdrukken ziekte en pijn met paracetamol en medicijnen die vaak slechts aan symptoombestrijding doen. We doen er alles aan om te voorkomen dat we ziek en oud worden of doodgaan.

Een deel van dit gedrag vind ik gezond: natuurlijk probeer je zo gezond mogelijk te blijven, en je lichaam & geest jong en vitaal te houden. Maar hoe rijm je vaccinaties met echte gezondheid? Jezelf inspuiten met ziektekiemen schaar ik niet onder de gezonde manier van omgaan met jezelf. Net zomin als ik botox een gezonde manier vind om je huid jong te houden. Ik zie het als de noodgrepen van een angstige maatschappij, de stuiptrekkingen van een cultuur die vergeten is hoe het ritme van de natuur werkt.

Wat gebeurt er met planten en dieren – en ook mensen – die zware tijden hebben overwonnen? Ze worden taaier, geharder, sterker. Een boom in het duingebied bijvoorbeeld, vormt een gedrongen, gedraaide stam, om zich staande te houden in de zeewind. Wat gebeurt er met je huid die de tekenen van het leven mag dragen? Die wordt bewonderd om haar schoonheid, al is ze nog zo oud en verweerd.

Gezondheid nastreven is iets wezenlijk anders dan het ontkennen van onprettige maar noodzakelijke kwaliteiten van het leven. Als niemand ooit ziek wordt, niemand oud wordt, niemand sterft, zal onze aarde dan nog een fijne plek zijn om te leven?

We hebben alle facetten van het leven nodig; licht en donker zijn beide essentiële kwaliteiten.

Word ik echt liever niet ziek? Toch wel. Om daarna met nieuwe krachten verder te leven.

 

Gelukkig ouderschap. Wat geluk doet voor jou èn je kinderen

Kinderen krijgen is het mooiste dat je kan overkomen. Ouderschap is de zwaarste baan ter wereld. Allebei waar, toch? Daarnaast wil je dat jij een goede ouder bent, dat je kinderen gelukkig zijn, en dan wil je zelf ook nog geluk proeven. Gaat dit samen? Een goede ouder kun je zijn op vele manieren. Volgens het boekje, volgens je idealen, alles keurig zoals het hoort, of als tegenreactie op je eigen kindertijd, verzin het maar.
De strategie die ik zelden hoor, is opvoeden vanuit je eigen plezier. Is het mogelijk om met je kinderen te genieten terwijl je opvoedt – en niet alleen in de ‘vrije tijd’ tussen de opvoedmomenten door? Terwijl jij in je eigen flow bent, dingen doet waar jij van houdt, je kinderen daar moeiteloos in mee gaan en nog gelukkig groot worden ook?

Geluktip 1
Gelukkig zijn is niet de afwezigheid van ongeluk, maar het opgaan in wat je doet. Ramen lappen, verplicht nummer? Het hoeft niet! Als je er een schoonmaakfeestje van maakt met je kinderen, kan het een dolle boel worden. Schuilt er misschien plezier in ‘saaie’ klussen? Kan haasten voor schooltijd ook een spannende wedstrijd worden?
Bovenstaand klinkt misschien logisch, maar ga eens na hoe vaak je verlangt naar ‘kinderbedtijd’, zodat je eindelijk een moment voor jezelf hebt. Opvoedtijd geldt niet als vrije tijd, zo lijkt de heersende ervaring te zijn.

Nadat kinderen generaties lang zijn grootgebracht om dienstbaar te zijn aan hun ouders, hun familie en het werk dat gedaan moest worden, hebben we nu de luxe om onze kinderen te geven wat hun hartje begeert. We geven hen zoveel mogelijk onze aandacht als we thuis zijn.

In feite zijn we nu dienstbaar geworden aan de kinderen.

Natuurlijk speelt mee dat de meesten van ons tweeverdieners zijn, waardoor de tijd met de kinderen kostbaar is geworden.

Vakantie, vrije tijd en persoonlijke ontwikkeling zijn tegenwoordig weliswaar gemeengoed geworden, dat betekent niet dat we automatisch experts zijn geworden in geluk of in genieten. Het idee dat plezier maken met je kinderen samen kan gaan met zelf genieten, en dat dit ook nog eens getuigt van goed opvoeden is nou niet bepaald vanzelfsprekend. We zorgen voor alle nuttige taken, van eten koken tot ruzies beslechten, rapporten bespreken en hun beeldscherm-uren reguleren. Of we hebben quality time met de kinderen. Dat houdt in dat we iets doen waar zij echt zin in hebben. Tot een vervullende combinatie van belangen komt het niet vaak.
Geluktip 2
‘Ik heb zoveel zin om weer aan yoga te beginnen,’ zucht een vriendin. ‘Maar waar vind ik de tijd om dat te doen?’
Hier is een ‘wild’ idee: doe yoga samen met je kinderen. Ieder op zijn eigen niveau. Internet voorziet in genoeg materiaal, speelse filmpjes en heldere uitleg, om moeiteloos wat gekke houdingen uit te proberen. Kinderen verzinnen algauw hun eigen work out, met veel spel en fantasie. Geen punt, zolang jij je tegelijkertijd kunt verdiepen in oefeningen die bij jou zelf passen. Kinderen genieten ervan om aandacht te krijgen, maar ze zijn er ook dol op om jou te zien stralen. Dat geeft een kind een heel basaal gevoel van rust en geborgenheid: ‘met mijn ouders is het goed’.

Als yoga niet je ding is: ga je weleens spelend tandenpoetsen? Hoe vaak lees je verhaaltjes voor waar jij zelf blij van wordt? Beluister je muziek uit jouw eigen collectie waar je kinderen ook graag naar luisteren?
Simpelweg gelukkig zijn: een utopie?
Waarom zou geluk onbereikbaar zijn? Ik wed dat iedereen wenst dat zijn/haar kinderen gelukkig worden. Waarom beginnen we dan niet met zelf gelukkig te zijn, zodat zij het van ons leren?
We zijn gewend om mondeling over te dragen wat we van belang vinden. Intussen wordt steeds meer bekend dat we sneller leren via ervaring dan via taal.

‘Wees niet bang dat je kinderen niet naar je luisteren. Wees bang dat ze altijd naar je kijken’

zegt de Amerikaanse schrijver Robert Fulghum dan ook terecht. Kinderen leren hoe je kunt leven door naar jou te kijken. Naar de keuze die je maakt, naar de manier waarop je praat, met je emoties omgaat, van je vrije tijd geniet. Dat zijn de ervaringen en vaardigheden die je kinderen opbouwen.
Opgroeien leer je dus vooral door goed naar je ouders te kijken en minder door naar ze te luisteren.

Goed, dit wetende, wat wil je je kinderen laten zien? Wil je dat ze gelukkig zijn? Wees dan zelf gelukkig.

 

Borstvoeding

Het officiële standpunt is dat we vóór zijn. De borst is het beste, zijn zelfs kunstvoedingfabrikanten verplicht te vermelden. De World Health Organization (WHO) adviseert minimaal 6 maanden uitsluitend borstvoeding en tot 2 jaar blijven voeden naast vast voedsel. We weten het wel: het is de perfecte voeding, want op maat gemaakt, altijd voorradig, op temperatuur, de juiste hoeveelheid en samenstelling per moment van de dag voor het kindje. Vacuüm verpakt en op elk gewenst moment beschikbaar. Borstvoeding voorkomt overvoeden. Het bevordert veilige hechting. Borstvoeding resulteert bij jongens in hogere scores op school* en voorkomt bij meisjes vaker infecties**. Het zit tjokvol hormonen die moeder en kind soezerig en liefdevol maken en het is zelfs voorzien van gerichte bouwstoffen voor een jongen als je een zoon hebt, en voor een meisje als je een dochter hebt***. Kortom, het beste onder de zon.
Waarom doet dan niet iedereen het, en stoppen de meeste vrouwen toch binnen een half jaar al met borstvoeding, als het zo geweldig is?

Cultuur

Ik kom tot twee antwoorden. Het eerste antwoord: de sociale omgeving telt zwaar mee, en remt af. We leven in een cultuur waarin borsten niet primair met baby’s geassocieerd worden, maar met sex. Je borsten gebruiken voor voeding – en dan vooral in het openbaar – doet mensen denken aan iets heel anders dan babyvoeding, en kan met afwijzing benaderd worden. En als je ergens niet op zit te wachten tijdens het intieme moeder-en-kindmoment van voeden, is het commentaar van omstanders. Dus kies je er als moeder vaak voor om alleen binnenshuis te voeden. Daarmee wordt de situatie in stand gehouden, want kinderen die vrouwen hun baby zien borstvoeden, zullen vaker zelf later hun kind gaan borstvoeden. Kinderen die niet in aanraking komen met borstvoeding, zullen er zelf ook minder vaak voor kiezen.
Ook vaders hebben het er vaak onverwacht moeilijk mee. Enthousiast in de eerste weken, maar op den duur sta je als vader gevoelsmatig toch aan de zijlijn. Onmachtig om bij te dragen aan iets wezenlijks: je kind voeden. Je vrouw gaat op in het samenzijn met het kind, en je kind richt zich nog sterker op de moeder, waar immers eten en liefde uit stroomt. Dus ook binnenshuis kan er weerstand zijn die de borstvoeding afremt.
Daarbovenop hebben we nog een geëmancipeerde samenleving, waarin moeders zichzelf na drie maandjes met hun kleintje al wegrukken van dit nieuwe leven om weer aan de maatschappij deel te nemen. Omdat het zo hoort. Met een beetje geluk is er een acceptabele kolfruimte op je werk, maar zelfs dan is het nauwelijks vol te houden om je kind te blijven voeden. Kolven is zwaar, en levert minder melk op dan wanneer je kind zelf bij je drinkt. De sociale druk van collega’s of je baas is er ook: je kost immers werktijd terwijl je kolft.
Al met al zijn er veel sociale situaties die allesbehalve pro borstvoeding zijn.

Geld

Het tweede antwoord is simpel: moedermelk doet de kassa niet rinkelen; niemand verdient er iets aan. Het kost geen geld. Leuk voor de ouders, maar dat is niet zo belangrijk. Borstvoeding is zo goedkoop en efficiënt, dat de voedselindustrie er geen slaatje uit kan slaan. Baby’s worden commercieel een heel stuk interessanter wanneer ze kunstmelk krijgen; als ze flesjes en poeder, adviseurs en slabbetjes nodig hebben.

Verandering

Willen we echt het beste voor onze kinderen? Dan hebben we op veel meer terreinen verandering teweeg te brengen. Het uitgedragen standpunt “borstvoeding is het beste”, legt nu teveel verantwoordelijkheid bij de moeder, die eenzaam tegen alle sociale en commerciële belangen in haar kind zo mooi mogelijk groot probeert te krijgen. Maar het is niet de taak van de moeder alleen! Er ligt een taak voor ons allemaal om bij te dragen aan een goede start van de volgende generatie. Die bijdrage schuilt voornamelijk in het hebben van een andere mindset.
Willen we als samenleving evenwichtige, gezond volwassenen, dan hebben we immers een maatschappelijk belang bij het beste begin voor elk kind: borstvoeding.

haal alle poedermelk uit de supermarkt, en geef kunstvoeding op doktersvoorschrift

De vraag aan aanstaande moeders hoort niet te zijn: ‘Ga je borstvoeding geven?’ De vraag is bijvoorbeeld eerder: ‘Hoe lang, vaak, veel, in welke houding, en waar ga je borstvoeding geven?’
Alle vrouwen zijn speciaal ontworpen om hun kind te voeden, dat is gewoon een combipakket dat de natuur ze heeft meegeven. Zwanger raken, kind dragen, baren en voeden. All in. Voor alles geldt dat er uitzonderingen zijn, en voor die uitzonderingen is het prettig dat er hulpmiddelen zijn, zoals er draagmoeders voor uitzonderlijke situaties zijn, en dokters en ziekenhuizen voor een moeilijke bevalling, zo is er kunstmelk voor problemen met je borstvoeding. Het feit dat er kunstmelk, draagmoeders en dokters zijn, betekent niet dat we daar automatisch gebruik van maken. De natuur voorziet in de basis. Laten we die basis dan ook benutten!

Ik zeg: haal alle poedermelk uit de supermarkt, en geef kunstvoeding op doktersvoorschrift in geval van nood. Zo maak je weer helder wat de basis mag zijn, en geef je vrouwen een stuk meer vanzelfsprekendheid mee over de taak van hun eigen borsten.

Januari 2015, Nelleke Bos

*het hormoon oestrogeen in moedermelk, dat jongens zelf niet aanmaken, geeft onder meer extra stressbestendigheid, waardoor scores op rekenen en lezen stijgen ten opzichte van jongens die als baby geen borstvoeding hebben gehad. bron: newscientist.com, “Breastfeeding boosts schoolboys’ brains, not girls'”
**ademhalingsinfecties worden bij meisjes vaker voorkomen wanneer zij borstvoeding krijgen. bron: healthylives.nl. “Borstvoeding beschermt een meisjes baby beter dan een jongen baby”
***in moedermelk zit van nature meer vet, suiker en calcium voor jongens, en er wordt in het geheel meer melk aangemaakt voor meisjes. Bron: scientias.nl/moeder-past-borstvoeding-aan-op-geslacht-van-haar-baby/98181/

We are one

Een baby weet het: wij zijn één. Er bestaat alleen maar eenheid, geen ik, geen jij, geen tweedeling, geen dualiteit. Zwart noch wit heeft betekenis voor een baby.
Wij mensen zijn één, een geheel van mens-dier-natuur: alles is deel van de grote wereldfamilie. Zo maakt elk kind de start. Eenmaal op aarde leren kinderen het tegendeel. De volwassenen leren het ze aan. We zijn afgescheiden, zeggen wij, allemaal kleine eilandjes in de grote zee van wij-zij. Toch verlangenKinderen in zee ook de grote mensen naar dat gevoel van eenheid. Ze zoeken het in hun relatie, hun familie, kerk, werk, land, taal, kleur, IQ, gevoel, smaak, leeftijd, muziek. Noem maar op. Wij-die-van-fietsen-houden, wij-die-werk-hebben, wij-ouders, wij-die-in-god-geloven, wij-die-dat-niet-doen, wij horen bij elkaar. Wij begrijpen elkaar namelijk, en dat schept vertrouwen. Die ander, die is anders, en dat is eng.

Waarom leren we onze kinderen dat we als geïsoleerde eenheden het leven aan moeten gaan? Waarom of waardoor verliezen we die eenheidskracht die we als pasgeboren baby nog in ons dragen? Wat maakt dat ik een ander als ‘vreemd’ en mogelijk vijandig bestempel, totdat het tegendeel bewezen is, in plaats van andersom?

Groepsdier

Neem een willekeurige treinreis. In onszelf gekeerd verzekeren we ons van een plaatsje, en doen of we elkaar niet zien, alsof we helemaal alleen in de coupé zitten. Krantje, smartphone, coffee to go in de hand. Virtueel verbonden met thuis en de hele wereld, behalve met de mensen om ons heen. Strategisch kijken we uitsluitend naar buiten en naar onze eigen spullen. Niet naar elkaar, oh nee. Totdat er iets onverwachts gebeurt. De trein remt in de weilanden, de omroeper roept vertraging om, een coupégenoot maakt dronken ruzie met de conducteur. Plotseling verschuift er iets: iedereen verzit, verschikt, blikt om zich heen, maakt contact. Wij zitten nu in hetzelfde schuitje. Dus maken we acuut verbinding met elkaar, want we hebben elkaar nodig om ons veilig te voelen. Toen alles nog gesmeerd liep, konden we solitair in de trein zijn, zoals vrij grazende schapen op een zonnige dag, maar bij tegenslag is dat te ‘gevaarlijk’. De mens is een groepsdier en zal dicht bij elkaar kruipen, vacht tegen vacht, om te overleven. Is de dreiging er niet, dan doen wij alsof we onafhankelijk zijn. Ik tegen de wereld.

Wereldvrede

De illusie van wij-zij is ook de basis voor alle gebrek aan vrede.
‘Wij’ bidden of mediteren voor wereldvrede, en we zijn gewend om dat als volgt te doen. We vragen onze god, godin, Allah of bron of wat dan ook om de mensen elders, zij, die anderen, te doen inzien dat hun manier niet goed is.
Maar dat klopt niet! Als er ‘ginds’ iets niet in orde is, is dat hier ook zo. Vrede is hier. In mij, in jou. Van binnen. Oorlog, onvrede, ruzie, al speelt het in Timboektoe, het is allemaal hetzelfde. Ook de oorlog is in mij, in jou. Want we zijn één. Miljoenen mensenmiertjes op dezelfde planeet, allemaal verbonden, afhankelijk van elkaar, gevoed door elkaar. Bid voor je eigen vrede, dan vergroot je de eenheid, dat is – voor zover ik het overzie – de weg.

IMG_1565.JPG

Levenskracht

image

Vanochtend, zo tussen het ontbijt en stofzuigen door, een doorbraak. Een lichtend inzicht, heerlijk.

Mijn zoontje kruipt zo’n beetje rond tussen de gang en de wasmachine, en doet een ontdekking: het deurtje van de wasmachine. Dat kan open, en dat kan dicht. Bovendien kun je door het ronde raampje kijken. Wanneer je dit doet, zie je wat er aan de andere kant van het raam is. Hilarisch! Briljant! Het geluk straalt van hem af. Hij lacht naar me, kijkend naar het deurtje, naar mij, en weer naar het deurtje. Zie jij het ook, mama? Trots, enthousiasme – hij deelt het met een vanzelfsprekendheid die ontwapent, en het plezier kent geen einde.

Het inzicht, vraag je je af? Simpel: van nature is elk wezen pure levenskracht. Ongebreidelde energie, en een nieuwsgierigheid naar het leven zelf. Ooit een depressieve hond gezien? Een lusteloos kind? Een zichzelf verwaarlozende kat? Het past niet. Groeikracht is omhoog gericht, naar het licht toe. Je hoofd laat je niet hangen, je armen niet bungelen. Óp gaat het leven.

Pijn, angst, verdriet, rouw, dat is er allemaal wel, in de dierenwereld en ook in de kinderwereld. Maar die verstrikking van de geest, die zie ik alleen bij volwassen mensen. Gevangen in een gedachtenweb, opgesloten in zichzelf, afgesloten van het geheel.
Heel worden, dat is in verbinding zijn. Want in je eentje ben je nog niet heel.