Let your monkey do it

‘Let your monkey do it,’ adviseerde mijn doula* me, als voorbereiding op mijn bevalling. Laat je innerlijke aapje de oerkrachten aanwenden, en vergeet alles wat er in je mensenbrein zit. Je gedachten, je logica, je ratio, ze zullen je tot last zijn wanneer je een kind baart. Je kunt nooit bedenken hoe je zult bevallen, je hebt de krachten van de natuur nodig om je kind op de aarde te zetten. Let your monkey do it.
Nog vaak denk ik aan deze gouden opmerking. Niet alleen bij de bevalling heeft de wijsheid van het aapje me geholpen, maar ook in het moederschap komt het me goed van pas.
Wij mensen hebben namelijk in het ouderschap een collectief probleem. We doen net alsof we vossen zijn. Huh?

Vos, koe of aap?
Ja. Dat zit zo: er zijn in de zoogdierenwereld drie types ouderschap. Je kunt een koe zijn. Dan baar je je kalf, dat wel bij jou drinkt, maar verder zelfstandig de wereld inwandelt. Je kunt een vos zijn. Dan werp je een stel blinde hulpeloze jongen, die je een paar stevige maaltijden voorzet waar ze uren op kunnen teren, en verder laat je ze de hele dag of nacht met broertjes en zusjes in het hol achter om zelf te gaan jagen. Je kunt ook een aap zijn, die een jong baart en dat vervolgens dag en nacht bij zich draagt, om continu naar behoefte bij zich te laten drinken en slapen.
Wij mensen, je raadt het al, horen bij de apen.

Sinds we modern, geëmancipeerd en industrieel zijn gaan leven, past de aapjesstijl niet meer bij ons leefritme.

We gaan de hele dag uit werken en we slapen ‘s nachts graag het klokje rond. We zijn gaan leven als een vos. Dus welke oplossing hebben we gekozen? We proberen onze jongen aan een vossenleefstijl te laten wennen.
We leggen ons jong in een hol en verwachten dat het zich daar uren zoet houdt. We proberen de nachtvoedingen zo snel mogelijk te reduceren tot nul. Doorslapen noemen we dat. En de meeste mensenjonkies doen dat niet, tot grote frustratie van de ouders.
De buurvrouw, je collega en je schoonmoeder vragen belangstellend: ‘En, slaapt hij al door?’ Ondersteunend is deze vraag echter niet, want je voelt de druk, je voelt jezelf als ouder falen: nee, mijn kind slaapt nog niet door! Dat van doorslapen de eerste paar jaar geen sprake hoeft te zijn, vertelt niemand je. Of dat niet-doorslapen een stuk aangenamer wordt wanneer je je baby bij je in bed neemt, zodat je baby bij het wakker worden jouw geruststellende ademhaling hoort, je borst ruikt, en zich gewoon weer lekker omdraait en verder tukt.

Denk er de volgende nacht dat je wakker wordt maar eens aan: we zijn aapjes, geen vosjes.

En apenjonkies zitten vastgeplakt op hun mama. Apenjonkies sabbelen daarbij naar hartelust aan hun mama, en zo hoort het ook.

*doula ~ een heel coole vrouw die ervoor zorgt dat je tijdens je bevalling blijft vertrouwen: ‘ik kan het wèl.’

Geschreven voor Kiind, http://www.kiind.nl

Advertisements

Gelukszoeker

‘Gelukszoekers’ hoor ik de laatste tijd vaak, en het woord wordt met minachting uitgesproken, alsof het om een verwerpelijke activiteit gaat. Het klinkt afwijzend. Als je geluk zoekt, moet je hier niet zijn. Keer om en leef je miezerige leven maar zonder geluk!

Waarom hebben mensen deze harteloze houding? Het lijkt erop dat sommigen geloven, dat er een beperkte hoeveelheid geluk is. Als andere mensen komen om dit geluk te zoeken, dan zou dat onze portie doen verkleinen. Een gigantische misrekening!

Geluk is een oneindig en overvloedig begrip. Geluk vermeerdert zich door te delen. Laten we zoveel mogelijk gelukszoekers ontvangen, opdat we allemaal zwemmen in het geluk!

Maar aan het vraagstuk of en zo ja hoeveel mensen we in een land herbergen, gaat een heel andere vraag vooraf. Namelijk: waarom zou een mens zijn eigen land en familie verlaten? Dat is een grote stap, die voor zover ik weet niemand voor de lol maakt. Zeker niet door een bootje te betreden met kans op een gruwelijke dood.

De vraag is dan ook niet of we vluchtelingen op moeten vangen, de vraag is hoe we ervoor kunnen zorgen dat mensen geen vluchteling hoeven te worden.

Ik heb foto’s gezien van verdronken kinderen, soms met de luier nog aan. Hartverscheurend. Ik ben zelf moeder, en ik kan geen situatie bedenken waarin ik ervoor kies om mijn kind aan het risico op deze dood bloot te stellen. Onder welke omstandigheden zou jij je kind liever op de boot zetten dan het thuis houden? Hoe zag het leven van de dode kinderen eruit voor vertrek? Het leven moet ondraaglijk geweest zijn voor de mensen die de moed hadden om in een bootje de zee over te steken en hun geluk te beproeven.

En daarnaast: waarom was Columbus een stoere zeevaarder en geen verwerpelijke gelukszoeker? Waarom mag een Albert Heijn landbouwgrond in Egypte inpikken voor Hollandse sperziebonen, maar mogen Syriërs niet naar Nederland om een goed leven te hebben? We beschouwen onszelf als wereldburgers, en we voelen ons vrij om overal naartoe te reizen, te handelen, grondstoffen uit de aarde te halen, Chinese kinderhandjes telefoons en sneakers te laten maken. Maar een stukje van onze welvaart delen is ons te veel?

Ik wens dat iedereen die de overtocht wel overleeft, met open armen verwelkomd wordt op een nieuw stukje aarde. Het liefst een ontvangst krijgt met applaus en bloemen, want het getuigt van lef, onmenselijk veel lef om de oversteek te maken.

Een krachtige geboorte, een sterk kind?

Veel diersoorten kiezen een plek van eenzaamheid om te baren of te sterven. Omringd door de natuur, soms vergezeld van wijze soortgenoten die ze zijn voorgegaan, gaan ze de overgang van en naar het leven aan.
Onze moderne maatschappij hanteert heel andere werkvormen. De grootsheid van de gebeurtenis is veranderd naar een gemonitorde handeling. Degene die de barende vrouw bijstaat heet al geen vroede, wijze vrouw meer, maar verlos-kundige. Alsof je verlost moet worden. In de medische wereld gaan geluiden op om de verloskunde nog meer in te perken. Thuisbevallingen zijn in die hoek bepaald niet populair. Te gevaarlijk, dat bevallen zonder pijnbestrijding en OK bij de hand. We leven nu in een cultuur die de eigen kracht van de barende vrouw onderschat en ondermijnt. En dat vind ik schadelijk. Waarom?

Transformatie
Iedere geboorte is een transformatie, zowel voor moeder als kind. Deze transformerende natuurkracht te doorbreken met medisch gerommel werkt complicaties juist in de hand, het ontneemt de moeder de kans haar oerkracht ten volle te ervaren, en ontneemt het kind een zachte geboorte in een veilige omgeving. We vertellen aanstaande ouders veel over gevaar, en weinig over de onmetelijke kracht die loskomt in moeder en kind. Zijn we collectief de natuurwijsheid vergeten die in ons woont? Zijn we zo ver verwijderd van onze diepste natuur?

Vertrouwen in kracht
Het lijkt erop dat wij het vertrouwen in onze kracht verloren zijn. In deze tijd van kerst denk ik aan misschien wel de beroemdste unassisted childbirth in de geschiedenis: die van Jezus Christus. Zijn moeder gaf het leven in een stal, zonder dokter of vroedvrouw. De nabijheid van zijn ouders en de warmte van een paar dieren maakten een nestje voor het jonge leven. En kijk eens wat er van het knaapje geworden is. In Amerika zijn onlangs twee kinderen bij hun moeder weggehaald door de CPS, omdat zij van haar jongste thuis was bevallen, zonder assistentie. Dit geval staat niet op zich.
Zou Amerika Jezus ook bij zijn moeder weghalen, als hij anno nu zonder supervisie in een stal ter wereld zou komen? En zou hij dan nog opgroeien tot de wijze en zelfverzekerde man zoals wij hem kennen? Ik betwijfel het. Heeft hij kracht ontleend aan zijn sterke moeder, zodat hij vol vertrouwen het leven aan is gegaan, en ook op heel eigen wijze de dood in de ogen durfde te kijken? Het zou mij niet verbazen.

Heilig
Geboorte en dood zijn in de meeste culturen heilige momenten, momenten van initiatie. Je bent daarna nooit meer dezelfde als daarvoor. Je komt er meestal niet ongeschonden uit, maar dat hoeft ook niet. In het ‘beschaafde’ westen zijn we geboorte en dood gaan bestempelen als medische risico’s, die we van pijn en ander gevaar moeten ontdoen, in plaats van ze te zien als krachtige en vormende ervaringen.
De kans op een natuurlijke geboorte en een natuurlijke dood wordt zo steeds kleiner. Het leven in- en het leven uitstappen is vaker en vaker een medische aangelegenheid. En dat noem ik armoede. We verliezen de verbinding met onze bron, met de grote schepping waar we deel van zijn, met de oerkracht die ons in staat stelt leven te geven en het sterven te aanvaarden.
Misschien kunnen we dit jaar onder de kerstboom, tussen de gebraden kalkoenen door, eens aan Maria denken, die haar beroemde zoon zo stoer op aarde heeft gezet. Laat haar een voorbeeld zijn voor alle moeders. Leven geven, op eigen kracht. Dat kunnen we.